Een initiatief van DwarsNieuws & Maurice.nl
Pieter-Jaap Aalbersberg
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV)
De NCTV achter de schermen

Op basis van een WOB-verzoek heeft Wouter Aukema een overzicht gemaakt van wat er achter de schermen is gebeurd tijdens de coronacrisis, met daarin de NCTV in een centrale en coördinerende rol.

Analyse op basis van WOB-verzoek — Wouter Aukema
Tweets + WOB-docs →

De WOB-documenten geven een onthutsend beeld van hoe de overheid achter de schermen het volgen van burgers (en Kamerleden) in de eerste helft van 2020 is gaan regelen. En besef dat nu pas de periode tot september 2020 beschikbaar is gekomen. Het gaat namelijk veel verder dan een soort veredelde knipseldienst, hetgeen de regering in de Kamer wilde voordoen.

Uit alles blijkt dat men er ook alles aan wilde doen om degenen die niet meegingen in het verhaal van RIVM/OMT/de regering, en die daardoor als een bedreiging werden gezien, te (laten) neutraliseren. En dan is men blijkbaar tot veel bereid, ook als daarbij grondrechten en wetten overtreden worden.

Realiseer je daarbij dat het ministerie zich maximaal verzet heeft tegen openbaarmaking van deze stukken en dat ze uiteindelijk ook erg laat beschikbaar zijn gekomen.

Ik heb al meer mogen zien en kom op een aantal andere punten nog terug, maar vandaag wil ik uw aandacht vragen voor twee beschrijvingen van die aanpak van de regering met inschakeling van militairen en het opzij schuiven van rechten van burgers. Allereerst is dit een serie tweets met ook prints van die WOB-documenten van Wouter Aukema, een van degenen die zich sterk in die WOB-documenten verdiept en de organisatorische opzet beschrijft plus hoe men regels probeert te omzeilen. Daarnaast volgt een artikel dat het op een toegankelijkere wijze omschrijft. Dit is in 2022 geschreven.

Hoe de landmacht de bevolking in de gaten houdt

In het weekend van 12 en 13 maart 2022 ontstaat grote consternatie en verontwaardiging bij enkele Kamerleden omdat uit WOB-stukken is gebleken dat zij in de Corona-periode door de overheid zeer gericht in de gaten werden gehouden, waarbij zij met naam en toenaam in verslagen van het NCTV voorkomen.

Door verdergaand WOB-onderzoek door Twitteraars is nu komen vast te staan dat de overheid heeft toegewerkt naar zogenaamde 'mass-surveillance', wat niets anders wil zeggen dan dat iedere beweging van iedere burger in Nederland door de overheid gevolgd wordt. En niet alleen op Twitter, Facebook of LinkedIn, maar ook door gebruikmaking van telefoongegevens, geavanceerde software en geesteswetenschappelijk onderzoek van teksten op Social Media.

Oprichting LIMC

Acht dagen na de eerste persconferentie van Mark Rutte wordt officieel een team geformeerd onder de afkorting LIMC, wat staat voor Land Information Manouvre Centre. Officieus werd deze afdeling echter al opgericht op 3 december 2019 — opmerkelijk omdat er toen nog geen sprake was van een 'dreiging' door Corona. Onderdeel van het LIMC zijn dataspecialisten, inlichtingenexperts en gedragskundigen. Het LIMC valt vreemd genoeg onder de Landmacht en niet bijvoorbeeld onder de Nationale Politie of de AIVD.

Bij 'semi-gesloten' bronnen gaat u zich zonder meer op glad ijs bevinden, want de bewuste keuze van de gebruiker om informatie af te schermen voor het grote publiek raakt aan de privacywet zodra overheidsinstanties zich hierin gaan verdiepen. De wetgeving verbiedt dit zolang bijvoorbeeld een Openbaar Ministerie daar geen toestemming voor heeft gegeven op grond van een serieuze verdenking van onoorbaar gedrag.

Grijze gebied

Aan de top van het LIMC staat een militair die in Afghanistan gediend heeft en gedurende zijn Corona-missie het grijze gebied van wat mag en niet meer mag steeds verder oprekt. Wettelijk gezien mag onderzoek niet leiden naar individuen, toch gebeurt dat, blijkt uit de WOB-stukken. Het LIMC houdt zich ook bezig met het gericht beinvloeden van de opvattingen en houding van de doelgroep — via zogenaamde 'trollen' die doelbewust op discussiefora en social media tegenovergestelde reacties geven, discussies laten ontsporen of mensen tegen elkaar opzetten.

Overtreden van de wet

Opmerkelijk is een bijlage van het Ministerie van Defensie van 19 juni 2020. Hierin wordt expliciet gewezen op het overtreden van de wet door het LIMC. Het LIMC heeft geen enkele bevoegdheid en geen enkel mandaat. Eerder al werd schriftelijk geconstateerd dat de juridische basis 'optimistisch uitgedrukt flinterdun' is. Meest schokkende is de toepassing door Defensie van Behavioural Dynamics Methodology (BDM): het gericht beinvloeden van de opvattingen en houding van de doelgroep. Maar met wie is Defensie dan in gevecht? De eigen bevolking?

Rol RIVM

Het RIVM verlegt haar grenzen ook, zoals blijkt uit emailverkeer van 25 maart 2020. Zo zijn zij zeer geinteresseerd in het Belgische softwarepakket ENDYM waarmee op basis van telecomdata bewegingen van de burger gevolgd kunnen worden. Blijkens emailverkeer op 28 mei 2020 mengt het RIVM zich ook in het geheel door het Ministerie van Defensie ondersteuning aan te bieden op het vlak van kunstmatige intelligentie op Social Media berichten.

Juridisch niet rond

Op 12 juni 2020 blijkt dat men onder auspicien van het NCTV te werk gaat en denkt de juridische grondslag gevonden te hebben in het NCTV-taakbesluit. Men heeft echter twijfels of dit wel 'WIV-proof' is. Kortom, de zaak is juridisch nog altijd niet rond. In november 2020 wordt in mailverkeer vastgesteld dat het LIMC zonder mandaat gestart is met het verzamelen van gegevens en dat een formeel verzoek van het bevoegd gezag volstrekt ontbreekt.

Samenwerking met de Nationale Politie

In september 2020 gaat het LIMC de samenwerking zoeken met de Nationale Politie. De truc die men uithaalt is door medewerkers van de Nationale Politie in te huren. Iedere donderdag 'helpt' de Nationale Politie het LIMC. Wat ze feitelijk doen is het mandaat van de politie misbruiken. De Commandant der Strijdkrachten krijgt opdracht te onderzoeken welke politiek-bestuurlijke risico's aanwezig zijn geweest.

Onrechtmatig en buitenwettelijk

Resumerend kan gesteld worden dat de Landmacht ver voor de Corona-crisis een dienst heeft opgericht die in december 2019 gestart is met activiteiten waarvoor men geen enkel mandaat had, waarbij op geen enkele wijze de AVG gerespecteerd is, diverse ambtelijke organisaties ernstige bedenkingen hadden, iedere waarschuwing dienaangaande is genegeerd, maar tegelijkertijd diensten als de Nationale Politie er gretig gebruik van hebben gemaakt. Dat het LIMC onrechtmatig en buitenwettelijk haar taken heeft verricht staat als een paal boven water. Ministers en ambtenaren zitten nog altijd op hun plek, terwijl er overduidelijk ambtsmisdrijven zijn gepleegd.

Samenvatting verhoor Pieter-Jaap Aalbersberg
Samenvatting verhoor Pieter-Jaap Aalbersberg
7 punten
Parlementaire Enquêtecommissie Corona · 5 juni 2026 · Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid
Rol van de NCTV
  • 1Aalbersberg legt uit dat de NCTV een bijzondere positie inneemt: de functionaris valt niet onder de secretaris-generaal maar rechtstreeks onder de minister. In de coronacrisis nam de NCTV een coördinerende rol op zich die normaal niet bij dit instituut hoort. Aalbersberg beschrijft die rol als "rust brengen in het proces, regelmaat en overzicht" — faciliterend, niet beslissend.
  • 2De NCTV werd in de coronacrisis gevraagd om de coördinatie op zich te nemen omdat andere structuren niet snel genoeg konden opschalen. Aalbersberg erkent dat dit "veel energie heeft gekost" maar ook "voldoening" gaf. Hij benadrukt dat betrokkenen hem uitdrukkelijk terugvroegen in deze rol.
Besluitvorming en het Catshuis
  • 3Aalbersberg beschrijft uitgebreid hoe hij werkte met "sheetdecks" — PowerPoint-presentaties — om de besluitvorming in het Catshuis voor te bereiden. Die overzichten zaten standaard in de Catshuis-stukken en dienden ook om discussies tussen bewindspersonen te structureren. De formele besluitvorming verliep volgens hem niet schimmig.
  • 4Over de financiële besluitvorming stelt Aalbersberg dat een deel via de "economische vierhoek" liep met de minister van Financiën, maar dat de NCTV daar geen doorslaggevende rol in speelde. De aankoop en voorraad van vaccins was altijd een taak van VWS, niet van de NCTV.
Veiligheidsregio's en democratische controle
  • 5Aalbersberg benoemt de langlopende spanning rond de democratische controle op het systeem van veiligheidsregio's en burgemeesters. Dat vraagstuk bestond al voor corona maar werd in de crisis scherper zichtbaar. Hij erkent dat de opschaling naar crisisstructuren te laat plaatsvond in de ambtelijke organisatie.
  • 6Over maatschappelijke onrust en demonstraties zegt Aalbersberg dat die onrust niet direct leidde tot andere besluiten over maatregelen. Overzichten van de maatschappelijke situatie kwamen wel aan bod in het Catshuis en het Torentje, maar de koppeling naar beleid was indirect.
Les voor de toekomst
  • Als voornaamste les noemt Aalbersberg dat je "slimmer moet omgaan met doelgroepen" om mensen aan boord te houden tijdens een crisis. Draagvlak is kwetsbaar en soms raak je het kwijt — maar het behoud ervan blijft een cruciale opgave voor crisiscoördinatie.
Avondpodcast van 5 juni 2026
5 juni 2026 · 21:00 uur
Podcast volgt na de verhoren van die dag
Marianne Zwagerman en Maurice de Hond bespreken verhoordag 4 met Jaap van Dissel en Pieter-Jaap Aalbersberg. Onder meer over aerosolen, de WHO-afhankelijkheid van het RIVM en de coördinerende rol van de NCTV achter de schermen.
Relevante links
Vragen n.a.v. het verhoor van Pieter-Jaap Aalbersberg
AI Vragen over het verhoor van Pieter-Jaap Aalbersberg

Antwoorden zijn gebaseerd op het integrale transcript van dit verhoor.

Het verhoor van Pieter-Jaap Aalbersberg 5 juni 2026 · Volledig transcript · 346 uitwisselingen
Achtste openbaar verhoor — Parlementaire Enquêtecommissie Corona
Officieel transcript
Opening en eed
Voorzitter
Ik open de vergadering. Het is vandaag vrijdag 5 juni 2026. Aan de orde is het openbaar verhoor met de heer Aalbersberg van de parlementaire enquêtecommissie Corona. Ik verzoek de grevier om de getuigen en zijn bijstandsverlener binnen te leiden. Beiden van harte welkom, de heer Aalbersberg in het bijzonder. Ik geef nu de gelegenheid aan de aanwezige pers voor een kort fotomoment. Corona was een pandemie die begin 2020 leidde tot een wereldwijde crisis. Ook voor de Nederlandse samenleving was deze zeer ingrijpend. Het kabinet nam maatregelen die ons troffen in het dagelijks leven. Ook de Tweede Kamer had een belangrijke rol in die besluitvorming. Als parlementaire enquêtecommissie zijn wij ingesteld om daarvan te leren voor een eventuele volgende pandemie of langdurige crisis. Dat doen we door met een grondige, breedgedragen terugblik te komen namens de Tweede Kamer. Meneer Aalbersberg, in de coronaperiode was u de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, vanaf nu NCTV. Vanuit die functie bent u ook opgeroepen als getuige. Deze week staan we stil bij het begin van de pandemie, maar omdat u een keer bent opgeroepen, zullen er ook andere onderwerpen aan bod komen bij dit openbare verhoor. U heeft ervoor gekozen om de eed af te leggen. U staat straks onder ede. Daarmee bent u ook gehouden aan de gehele waarheid en niets dan de waarheid. Ik wil u verzoeken om te gaan staan. Uw rechterhand omhoog te houden en de eerste twee vingers. Zegt u mij na, zowaarlijk helpen mij God almachtig.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Zowaarlijk helpen mij God almachtig. U staat nu onder ede. Ik verzoek u om te gaan zitten. Meneer Aalbersberg, heeft u aan de voorkant nog vragen aan de enquêtecommissie? Nee. Oké. Dit verhoor zal worden afgenomen door collega Lammers en Huidekoper. Het kan zijn dat ik aanvullend ook nog vragen heb. Ik geef nu voor het eerste onderwerp collega Lammers het woord.
Commissielid 2
Goedemiddag, ook namens mij. Meneer Aalbersberg, u was, zoals net al gezegd, ten tijde van de coronapandemie de NCTV. De NCTV valt onder het ministerie van Justitie en Veiligheid. Tijdens de coronapandemie speelt de NCTV een belangrijke rol. Wat is normaliter, dus eigenlijk buiten crisistijd, uw rol als NCTV? Moet u dat omschrijven?
Pieter-Jaap Aalbersberg
De NCTV heeft een aantal rollen. Het zit in de T van terrorismebestrijding. De NCTV zorgt voor onafhankelijke dreigingsanalyses, publiek voor kabinet en Kamer, op de gebieden waar terrorisme en extremisme een rol spelen. Dat geldt ook voor cybersecurity en voor statelijke dreigingen. Dat is deel één, het maken van onafhankelijke dreigingsanalyses. Een tweede belangrijke poot is de crisisbeheersing, waar de NCTV in het handboek Crisisbeheersing het punt is die crisisbeheersing faciliteert en organiseert. De derde rol is op bewaak- en beveiliging. De NCTV is het gezag voor mensen wiens leven wordt bedreigd. Daarbij zorgt de NCTV voor de onafhankelijke dreigingsanalyse op basis van de diensten en politie, welke maatregelen nodig zijn en hoe het met mensen die bedreigd gaat. Dan zijn er nog een aantal wat kleinere bijtaken op burgerluchtvaart. Maar deze eerste drie hoofden spelen ook in zo'n crisis als de coronacrisis.
Commissielid 2
We komen later in het verhoor nog uitgebreider te spreken over de organisatie van de overheid tijdens de coronapandemie. Maar eerst even, wat waren uw taken als NCTV tijdens de crisis?
Pieter-Jaap Aalbersberg
De Nederlandse crisisstructuur is gebaseerd op het Nationaal Handelboek Crisisbeheersing. Daar staat precies in beschreven hoe de politieke besluitvorming in Nederland plaatsvindt als we spreken van de nationale crisis. In al die gevallen — daar zit een aantal over te leggen, die zal ik zo doen — is de NCTV eigenlijk de coördinator dat het gebeurt, dat het start, maar ook een beetje in het moderne woord de honest broker, het oliemannetje en de facilitator dat rondom die politieke crisisbesluitvorming zo breed mogelijk gekeken wordt, maar dat er ook een vorm van ritmiek rust in de crisis is. Want een crisis is natuurlijk een heel andere vorm van besluitvorming dan reguliere besluitvorming, maar het is tijd. Eigenlijk is de kunst in crisisbesluitvorming dat je soms maar een uur hebt om beslissingen te nemen, en wel via een oorlijkheid. De NCTV is dan bijna een soort departementje dat in de crisis die departementale rol van de agenda maakt, de verslaglegging, de voorbereiding, van tevoren alles bij elkaar krijgen, faciliteert en organiseert. Daarmee begint ook vaak de start van de crisisstructuur bij de NCTV in overleg met de voorzitter, wat altijd volgens de regeling hetzij de minister van Justitie en Veiligheid hetzij de minister-president is.
Commissielid 2
En kunt u duiden of dat in iedere crisis hetzelfde is of verschilt dat nog?
Pieter-Jaap Aalbersberg
De typologie van crises zijn natuurlijk heel verschillend. Bazaal is de structuur. Ik zal straks iets vertellen over de ministeriële commissie als het politieke overleg, de MCCB, de ministeriële commissie crisisbeheersing. Daaronder zit de ICCB, de interdepartementale commissie en crisisbeheersing, wat de ambtelijk is. En daaronder zit het IAO, wat het soort directeurenoverleg is. In alle crises is dit de structuur. Dat is heel eenvoudig. De agenda is ook altijd bijna hetzelfde. Eerst is er de duiding over wat er aan de hand is, de analyse. Twee, wat zijn de vraagstukken die voorliggen? En drie, wat gaan we communiceren? Maar volgens is natuurlijk een watersnoodramp heel wat anders dan een aanslag of als corona. Als ik zo kijk naar de afgelopen jaren, waar we heel lang kortdurende crisissen hebben, dan zien we dat corona de eerste was. We zien nu meer dat er zoveel samenhang in de samenleving zit, op energie, op klimaat, op afhankelijkheden, dat we langzamerhand in een proces komen dat crisissen veel integraler zijn en langduriger. En daarmee is corona eigenlijk de eerste crisis die ook heel langdurig was, wat je bij het begin van zo'n crisis nog niet ziet, nog niet verwacht en ook nog niet kunt voorspellen.
Commissielid 2
En wat maakt dat dan concreet anders voor de rol van de NCTV?
Pieter-Jaap Aalbersberg
De rol is niet anders. Bepalend is dat altijd het vakdepartement in de lead is. Dus per soortcrisis is dat een ander departement. Bij wateroverlast is dat het ministerie van INW. Hier was dat VWS. En eigenlijk is het voor de NCTV de rol om eigenlijk te kijken waar zitten de gaten, waar kunnen we helpen, waar nemen we over en waar doen we onze rol. De mensen in de crisis zijn ook anders. Een crisis op een terroristisch incident in Nederland is natuurlijk veel meer een veiligheidscrisis met het hele veiligheidsdomein. Ook in de ambtelijke overleggen. Een crisis in de volksgezondheid zit natuurlijk veel meer in het volksgezondheidsdomein. Rode draad is, er zijn natuurlijk altijd ministers verantwoordelijk die besluiten moeten nemen. En lokaal de burgemeesters hebben altijd een rol. Dus die twee lagen met al het onderdeel zijn altijd de vaste actoren die er toch altijd wel in zitten.
Commissielid 2
En u zegt net als NCTV, dat was eigenlijk een soort van eigen departement. Was u dan, of kunt u uw rol dan omschrijven als een soort van secretaris-generaal van de crisis?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, waar ik me niet op die stoel wil zetten, maar de NCTV is natuurlijk een functionaris met een aantal mensen. Het is geen dienst, het is ook geen departement, maar het lijkt een beetje op die rol. Waar je voor zorgt in die crisis, is dat er eigenlijk uiteindelijk in het MCCB, die ministeriële commissie die ik net gezegd heb, dat daar een agenda is, dat die breed is afgestemd. Niet alleen interdepartementaal, maar zeker als het kan ook lokaal. Daar kan ik straks ook nog iets over zeggen. En met soms andere onderdelen, dat dat gedragen wordt. En daartoe zit de NCTV zelf de ICCB voor. En zit dan ook tijdens de MCCB naast de voorzitter. Om eigenlijk ook te zorgen dat dat proces van besluitvorming goed loopt. Dat alles aan de orde komt. Dat ook niet een van de partijen die iets gezegd heeft, dat dat vergeten wordt. Maar dat er zo integraal mogelijk naar een crisis wordt gekeken. Want die MCCB-structuur komt alleen, ook alleen maar als er een crisis is die echt departementaal overschrijdend is. En eenvoudig, er zijn heel veel crisis's die soms binnen de departementen kunnen gewoon door een departement worden afgehandeld. Maar juist dat National Handbook gaat over crisis's die departementaal overschrijdend zijn. Waar die integrale blik voor nodig is. En die, ja, secretaris-generaal is natuurlijk heel veel andere dingen. Want de organisatie is anders. Maar die rol, eigenlijk zorgen dat dat werkt. Het is het oliemannetje. Het is de honest broker. Heeft ook niet een belang de NCTV. Dus dat is ook belangrijk dat die met alle partijen de belangen op tafel weet krijgen. Heeft geen eigen belang. Wat natuurlijk in de andere departementen hebben ook allemaal hollen en eigen verantwoordelijkheden in. Oliemannetje dat en dat. En coördineert uiteindelijk ook de besluitvorming.
Commissielid 2
Ja. Dan, ja, kunt u dan nog eens nader uitleggen wat u bedoelt met honest broker?
Pieter-Jaap Aalbersberg
De NCTV heeft departementaal en politiek eigenlijk met iedereen contact en relatie. En kan makkelijk van iedereen allerlei onderdelen meenemen. En zit niet in een bepaald segment. En doet dat natuurlijk allemaal onder de verantwoordelijkheid, de politieke verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid. Heeft rechtstreeks toegang tot de minister van Justitie en Veiligheid. Maar dus ook voor alle departementen. Heeft eigenlijk ook tot alle departementen die toegang. Op het hoogamtelijk niveau, nodig is op het politieke niveau, maar ook op het lokale. Met alle voorzitters van de veiligheidsregio's of burgemeesters. Dus de NCTV zit een beetje tussen alle partijen in. Maar is niet van het vakdepartement. Is niet van dat. En dat is een beetje de honest broker naam zoals die dan valt. Waardoor de NCTV ook die taak kan vervullen. En ook gegund wordt om die taak. Want er moet ook gegund worden. Maar ook de positie in de crisis die taak kan vervullen. In al die vergaderingen tot en met de MCCB.
Commissielid 2
En u noemde net ook oliemannetje. Kunt u dat ook nog eens nader duiden?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Oliemannetje. In alle crisis gaan er wel eens dingen die niet zo goed lopen. Of die je anders wil zien. En dan spring je erin. En in de coronacrisis was er zoveel nodig. Daar hebben we meer in moeten springen met mensen. Om het langdurig te laten lopen. Ook die twee jaar. En dan probeer je ook te helpen. Een vakdepartement te helpen. Oplossingen te vinden. De brug tussen het ministeriële besluit en het veiligheidsberaad. Waar ik altijd bij zat. Dus je bent in een aantal gevallen ook de hulpstructuur. Om te zeggen, hier speelt iets. Dat moet ik aan elkaar verbinden. Of dat vraagt. En dat bedoel ik een beetje met het woord oliemannetje. En dat geldt ook voor de mensen die bij de NCTV in deze klus hebben gewerkt.
Voorzitter
Op al die andere overleggen.
Commissielid 2
Bedankt. Ik heb verder geen vragen meer.
Voorzitter
Collega Huidekoper heeft u aanvullende vragen op dit onderwerp.
Commissielid 3
Ja, dank voorzitter. En goedemiddag. Ik heb nog twee aanvullende vragen. Allereerst, ministeries werken hiërarchisch. En daar geldt een bepaalde hiërarchie. Probeer nog even wat duidelijker te krijgen waar u in crisistijd als NCTV. Ja, wat dan uw hiërarchische positie is in Den Haag met die ministeries.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Kunt u daar iets over vertellen? De functionaris de NCTV is een functionaris die niet hangt in de departementale structuur. Hij valt niet onder de secretaris-generaal, maar hangt rechtstreeks onder de minister van Justitie en Veiligheid. En hij heeft daarin ook contact met andere ministers. Ook met de Kamer. Allemaal onder de politieke verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid. En in een crisis waar afhankelijk is van welke keuze gemaakt wordt, wie de voorzitter is. En in dit geval werd dat de minister-president. Heeft dan ook een directe, functionele lijn met de voorzitter van het MCCB. Dus de positie van de NCTV is onder die politieke verantwoordelijkheid eigenlijk een beetje een spin in het web. Binnen de enerzijds altijd verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid. En ten tweede ook de voorzitter van dat crisisoverleg afhankelijk wie van de twee dat gaat doen.
Commissielid 3
En stel u wordt gevraagd in uw rol als odiemannetje, zoals u het net beschreef, om iets te regelen. U denkt contact op met bijvoorbeeld de hoogste ambtenaar van het ministerie van VWS. Hoe liggen die verhoudingen dan?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Daar zit niet een hiërarchische relatie tussen. Dus dat betekent dat als NCTV heb je eigenlijk met alle SG's en DG's afhankelijk van de thema's een relatie. Je kent elkaar ook allemaal. Dat geldt ook weer lokaal voor die bestuurders. Dus in deze crisis, en dan gaan we langzamerhand denk invullen, ja in die eerste maanden sowieso. En dan pak ik soms ook weer even met een half oog. 6 januari kwam bij ons eigenlijk de eerste berichten. We hebben voor die crisisbeheersing een NCC. Dat is een 24-uursorganisatie die altijd monitort. Die ook klaarstaat voor alle departementen. Die dag en nacht kan opschade. En dat eerste bericht is dan 6 januari. En in die eerste maand ging het vooral over repatriëring uit China, over cruise schepen, over vliegtuigen. En dan begint er al iets te komen. Op het moment dat eind januari het eerste OMT en het eerste bouw op plaatsvindt, dat zit nog binnen dat departement van VWS, beginnen ook al de contacten en ook met ons. Dit wordt groter, is dit aan de hand? Moet je dit niet opschalen naar een crisis? Dat gebeurt dan in dit soort overleggen.
Commissielid 5
Ik onderbreek u even, want ik wil graag straks nog wat uitgebreider met u over de crisisstructuur hebben. Het ging mij er nu even over om een beetje gevoel te krijgen.
Commissielid 3
Veel mensen kennen de rol van de NCTV in een crisis niet. Het is niet iets wat vol op het netvlieg staat.
Commissielid 5
Dus ik probeer eerst even een beeld te schetsen van hoe centraal uw rol is in die crisis.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Daar heeft u net al wat toelichting op gegeven. Ja, dan moet ik dat denk ik ook nog toevoegen. Juist omdat de NCTV eigenlijk ook dicht in dat ministeriele commissie krisenbeheersing is, is het dan ook een stuk van de spil daarin in de doorvertaling, naast wat alle ministers naar hun eigen departementen geven, maar juist ministers die niet in dat MCCB zitten. Dus de NCTV zit in een vrij centrale positie daarin op het deel van de crisis. Helder.
Commissielid 3
U gaf aan dat de crisis normaal niet zo langdurig is, dat de coronacrisis... Ik paraphraseer u even, want ik heb uw letterlijke woorden niet onthouden, maar de eerste crisis is die ook van deze duur was. Wat betekende dat op het moment dat de crisis uitbrak?
Commissielid 5
Was de NCTV daar goed in toegerust?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik probeer de vraag wat breder te beantwoorden. Enerzijds, de NCTV maakt de Nationale Veiligheidsstrategie en geeft in een analyse aan wat de risicomomenten zijn. De pandemie was altijd van tevoren gezegd dat dit een serieus risico is voor Nederland. In de oude analyses stond dat hoog. In de breedte herken ik mezelf in Nederland dat we op veel dingen risico's aangeven, maar niet zoveel implementeren aan de voorkant van de crisis. Dat vond ik voor corona en dat vind ik op dit moment nog steeds ook voor de hybride dreigingen en voor de stromen economatisch. Wij zijn in Nederland niet zo sterk in het nemen van veel maatregelen in voorraad, doordenken, et cetera. Er worden wel crisishandboeken gemaakt. Die waren er ook op pandemie- en infectieziektes, maar die waren allemaal eigenlijk voor speerpunten en niet voor een crisis die zo groot wereldwijd kwam. Dus daar zat ook enige discrepantie tussen. En ook in deze crisis hadden we natuurlijk heel snel problemen met voorraad, et cetera. Dus in die toerusting, algemene zin, is heel veel te zeggen. Ik hoop ook als commissie dat u daar ons helpt. Ook juist omdat nieuwe langdurige crisis, niet alleen pandemie, liggen toch op de loeren. En daar moeten we echt van leren ons beter voor te bereiden op dit soort crisistypes die de hele samenleving raken.
Commissielid 5
U zegt wij zijn niet zo goed voorbereid op dat type crisis, dus van een langere omvang.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Waarom is dat? Omdat tot voor corona crisissen vaak heel sectoraal waren en toch wel beperkt en binnen twee weken wel waren opgelost. Ik chargeer heel sterk, maar in de beeldvorming was dat natuurlijk vaak aan de hand. Een crisis was kortdurend en heel sectoraal. En corona als eerste, maar eigenlijk ook nieuw langdurige stroomuitval of andere onderdelen, ook klimaat, zijn langzamerhand crisisworden die alles raken. Energie, duur, zekerheid en duren langer door. Dus we zitten ook in een ander tijdperk, waar de afhankelijkheden zo groot geworden zijn dat crises ook qua impact een grotere betekenis hebben dan aan de samenleving, dan alleen dat. Dus we hadden tot voorheen altijd hele individuele crisishandboeken voor dit, voor dat. Maar dat is aan het uitbreken. En dat geldt eigenlijk ook voor de pandemie en de crisishandboeken die we gevolgd waren. Maar die waren, als je ze goed analyseert en leest, toch veel meer op een enkele grote besmettingshaard ergens in Nederland, maar niet een heel land wat totaal in de grote problemen kwam. Dus daar is ook veel uitgezocht.
Commissielid 3
Brengt ons dat dan tot de conclusie dat voor een crisis die langer duurt en die meerdere sectoren betrekt, dat daar nog extra voorbereidingen nodig zijn?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, het interdepartementaal oefenen. Dus dat is ook iets wat we deels geleerd hebben uit corona en wat ik gezien heb dat het in beweging komt, maar het kan nog veel meer. Integraal oefenen voor stroomuitval, voor echt klimatologische crisissen in te veel of andere water. Dat is vaak toch nog moeilijker. Dus het kan wel in de sectoren, maar het langdurig doordenken waar reiksoverheid veel meer zit op schaarste verdeling en lokale overheden heel sterk met burgers. Wat kunnen we daarop doen? Hoe maken we dat beter? Maar dan vallen we nu eigenlijk een beetje helemaal in de nieuwe weerbaarheidsvraagstukken. Maar in kern zag je een aantal patronen in corona die ook in die brede vraag nog steeds spelen hoe we beter moeten leren van crisis en ons beter moeten voorbereiden, maar ook in de voorraden nadenken wat we nodig hebben. Hoe zijn we wat langer, zeker in een tijd waar die afhankelijkheden afhankelijk zijn, in staat om een crisis te bestrijden?
Commissielid 5
Dat roept natuurlijk de vraag op wat die patronen zijn waar u op hint.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik moet even scherp vragen, want ik heb iets in een zin gezegd. Ik ben mijn eigen zin kwijt, dus ik heb eigenlijk...
Commissielid 5
U gaf aan, we zagen tijdens de coronacrisis een aantal patronen. Ja. En daar zouden we ons beter op moeten voorbereiden voor een volgende crisis.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Patronen, ik ga het aan het einde opvragen, maar in ieder geval patronen van voorraden. Patronen van gebrek aan doorzettingsmacht als het belangrijk is. Patronen van interdepartementaal integrale informatie vanuit ziekenhuizen naar GGD, allemaal wat los van elkaar. Dus ja, ziekenhuizen oefenen, dat oefenen, maar een keten van oefenen in een heel systeem, en dan niet dagdagelijks, maar daar zitten gewoon verbeterpunten in. En ik denk die stroom van doorzettingsmacht, je moet inderdaad noodwetgeving, maar je hoort eigenlijk in de vakwetgeving al een deel van je doorzettingsmacht georganiseerd moeten hebben in het normaal, want anders schiet je veel te ver. Als je dat niet doet, schiet je in een crisis die groot loopt al heel snel naar uiterste van oplossingen. Kunt u wel iets concreet maken? Een stap in een aantal vlakken, dat geldt zowel op openbaar orde, maar ook andere vakdepartementen, is klassiek doorzettingsmacht niet sterk in de wet geregeld. En als het heel spannend wordt, en er is tekort, en er is schaarste, en dat moet toch gebeuren, en er moet een ministeriële aanwijzing komen, en het is niet in de wet geregeld, krijg je heel gauw de vraag naar noodwetgeving. En dat is een dermate zware instrument. Er zit echt, denk ik, een verschil tussen noodwetgeving aan de andere kant en zorgen dat je binnen de structuur van de reguliere wetgeving op een aantal vlakken de doorzettingsmacht van de minister of van de politiek hebt geregeld. En dat is niet allesovernemend, maar dat is in een aantal vlakken vanuit een niet-deskundige op volksgezondheid toch een observatie dat het sturen op bed-ziekenhuisbedcapaciteit en het sturen van dat soort vragen, dat moet je uiteindelijk ook met een bepaalde doorzettingsmacht kunnen regelen als het niet werkt. Nou, dat bedoel ik eigenlijk in de zin van een van die onderdelen is dat wij in Nederland heel veel wetgeving hebben en voor ons alles weggezet hebben, maar niet in alle gevallen de doorzettingsmacht goed in de wet geregeld is, in bevoegdheden. En dan kom je heel snel dat je helemaal aan de andere kant naar een soort noodmaatregel moet grepen, en dat is niet goed. En het gevolg daarvan is dat die doorzettingsmacht niet goed is geregeld?
Commissielid 5
Waar leidt dat dan in crisistijd toe?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat je soms te laat bent, dat we heel veel dingen doen, dat je heel veel hulpconstructies nodig hebt. Het is heel hard gewerkt in de coronakrisis op de coördinatie van ziekenhuizen. En dat heeft wel gewerkt, maar dat duurde lang voor dat eruit. Soms nog steeds willen we zeker in tekort aan die zeebedden. Keuzes wel of niet bij elkaar, er is heel veel over gediscussieerd. Daar moet ook een keer een keuze in vallen als je die wet niet hebt. En dat geldt natuurlijk ook op het openbare orde. Wat langzaam is gerepareerd in het voorstel van de wet op de veiligheidsregio. Ja, een enkel protest hoort echt bij een burgemeester thuis. Maar als overal boerenprotesten plaatsvinden, moet er ook een vorm van samenhang zijn. Ook dat vraagt weer op een stukje. Dus op een aantal van die vlakken is die doorzettingswacht politiek, omdat een crisis niet meer alleen nog iets lokaals is. Crises zijn nationaal en internationaal en doorsnijdend. Dus je moet ook weer niet overdrijven, maar het is goed om in al die types van energie, van voedsel, et cetera, toch aan de hand ook van de coronalessen na te denken. Hoe doen we dat met de bevoegdheden als ze spannend worden? Om niet, in mijn taal, direct door te stappen naar noodwetgeving, maar om een aantal van die basisbevoegdheden in de wet te hebben geïmplementeerd.
Commissielid 3
Dank u wel. We hebben het al gehad over een aantal lessen. Die komen gedurende de volgende dag terug.
Voorzitter
Ik zou ze meteen nog graag even stilstaan bij de organisatie van de crisisaanpaling. U kunt meteen door, collega, met het volgende onderwerp. In dat geval pakken we die gelijk, Pete.
Commissielid 3
Allereerst wil ik even met u kijken naar de taakverdeling tijdens de coronapandemie en wie daarin welke verantwoordelijkheden draagt. Mijn eerste vragen zijn, verschillende crisisstructuren zijn actief geweest gedurende de pandemie, maar in die eerste fase, dus in de eerste maanden van 2020, krijgt de nationale crisisstructuur vorm.
Commissielid 5
Hoe ging dat?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik weet het niet helemaal precies, maar in die voorperiode, en dan praten we over eind januari, dan begint dit te ontplooien en dan is ook op directeurenoverleg tussen VWS en NCTV contact. We zien dit al. We hebben al een aantal crisisvraagstellingen over repatriëring met buitenlandse zaken, INW, vluchthaven en VWS. VWS is dan al een beetje aan het opschalen en er komt eigenlijk discussie, moeten we niet, naar die volgende fase? Is het niet een integraal interdepartement?
Commissielid 5
Waar zaten we toen, in welke fase, voor het beeld?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik praat hier over 24 januari. Eigenlijk vanaf 12, 13, 14 januari beginnen die repatriëringen en dat zijn al vragen die wel wat bij de NCTV terechtkomen, want dan kijk je met buitenlandse zaken, INW-vluchten, hoe doen we dat? Dus dat is deels. VWS zat nog vooral in dat deel. We hebben het eerste interdepartementaal ambtelijk overleg, het IAO. Er zijn drie grote namen die steeds... Het IAO is het directeurenoverleg, het ICCB, Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing, en de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing. IAO is de eerste laag. Die eerste is op 28 januari bij elkaar geweest. En dat is eigenlijk een aanloop naar de start van de crisisstructuur. In dat overleg op 28 januari ging het nog echt wel veel over repatriëring, speelden de andere onderdelen niet. 29 januari werd het groter, is het NKC, het Nationaal Crisiscentrum Communicatie, opgestart. Dat is een onderdeel van de crisisstructuur, omdat het toen groter werd. En langzamerhand zijn we toen toegewerkt in februari naar de eerste ICCB op 26 februari. En dat betekent, dan komt altijd het MCCB daarna op 3 maart. Dat is eigenlijk de start geweest van de opschalingstructuur. In het begin echt op die repatriëring. Er was een groot cruise-schip, ging allemaal dat. En op een gegeven moment, in overleg en samen met VWS, zien we dat het groter wordt. Het werd echt departementsoverschrijdend. Het was niet alleen maar meer VWS, meer en meer. En we hadden steun nodig. Want welke ministeries waren op dat moment betrokken? In de eerste fase, en misschien vergeet ik er één, maar in ieder geval buitenlandse zaken, veel repatriëring. INW, want het had veel met vliegbewegingen te maken. Ministerie van JNV, altijd een aantal onderdelen. VWS, in de eerste weken in ieder geval die. Maar in een breder overleg, en zeker ook dat moment in het BAO, het eerste BAO, wat 24 januari was, waren bijna alle ministeries al verantwoordelijk. En het BAO is dan weer geen onderdeel van de crisisstructuur, het is een onderdeel van de VWS-structuur. Dat moet je toch even uit elkaar halen. Maar die eerste die ik noemde, waren toch de meeste op dat moment.
Voorzitter
Want daar moesten acties plaatsvinden. Sorry collega, dat ik u even onderbreek. En ook de heer Abelsberg, u gebruikt veel afkortingen. En we willen ook graag dat de mensen thuis het kunnen volgen. Het ICCB is een hoogamtelijk overleg. Het MCCB is een overleg waar ministers samen zitten. En het BAO is een bestuurlijk afstemmingsoverleg. En het vriendelijke verzoek of u daar ook rekening mee kunt houden, zodat de mensen thuis het ook kunnen volgen.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik ga het doen en corrigeer me als ik in mijn enthousiasme het vergeet.
Commissielid 3
Dank voorzitter. Dat bracht mij bij de vraag wat die crisisorganisatie kenmerkt.
Pieter-Jaap Aalbersberg
In algemene zin is een crisisorganisatie niet voor een langdurige. Het is eigenlijk kortcyclisch. Want als een crisis heel langdurig wordt, wil je hem overgebouwd hebben naar een legalierproces. Maar in een crisissituatie waar er politieke besluitvorming nodig is, direct nemen maatregelen, gaat het om discipline, een bepaalde ritmiek en eigenlijk ook om een voortdurende snelheid. En de MCCB, de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing, is eigenlijk een onderraad. Onder de ministerraad zitten allemaal onderraden, normaal. En de MCCB is de enige onderraad die eigenlijk direct besluitvorming kan nemen. En in de regeling staat dus dat altijd, wat ik zei, de minister van Justitie en Veiligheid of de minister-president is voorzitter. En de besluiten van de MCCB worden de eerste ministerraad daarop gedeeld in de ministerraad. Dus de MCCB in die structuur, die kenmerkt dat, is toch een klein overleg met de betrokken bewindslieden, die op dat moment de noodzakelijke besluiten voor een crisis kan nemen.
Commissielid 3
En functioneerde dat naar uw inzicht op dat moment ook goed?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, zeker in het begin. De eerste MCCB was nog breed. En na een paar MCCB's is die weer teruggebracht tot een wat kleiner overleg. Want ja, ook zo'n overleg met acute crisis is wel in een bepaalde samenstelling. Op een gegeven moment zaten we geloof ik op ongeveer acht bewindslieden, maar u hebt alle aanwezigheidslijsten gezien. Dus de eerste waren nog wel breed. En op een gegeven moment is het teruggebracht. En dat ging inderdaad steeds weer door de routine. Voorbereid in het interdepartementaal ambtelijk overleg, in de ICCB, de interdepartementale commissiecrisisbeheersing, want daar wordt alles afgestemd. Soms ook al van tevoren vooroverlegd met het veiligheidsberaad. En dan komt dat stuk met agenda, dat doet dus de NCTV, dat al die dingen bij elkaar komen. Kwam dan in de MCCB, waar altijd die routine is. Wat is het beeld? En langzamerhand was dat vooral ook het beeld van de voorzitter van het MT dat meeneemt. Wat is het maatschappelijk beeld? Wat is het handhavingsbeeld? Welke besluitvorming is voorbereid? En dan vindt daar besluitvorming plaats. En dan een heel belangrijk deel is ook, wat is de communicatiestrategie? Hoe vertellen we dat? En dat werkte. Na verloop van tijd, ik weet niet of u daar al wil zingen. Daar kom ik inderdaad op.
Commissielid 3
Dan stop ik even. Want dat is de perfecte brug. U geeft namelijk aan dat die structuur in eerste instantie dus men in staat stelde om met de juiste mensen op snelheid besluiten te nemen. Maar op een gegeven moment, u gaf het al aan, de crisis is niet bedoeld. De crisis structuur eigenlijk voor een langere periode. En dan zien wij ook dat na de zomer van 2020, dus dan is de eerste golf geweest, de organisatie ook veranderd wordt. Er komt een speciaal directoraat-generaal COVID-19. En u en uw organisatie, de NCTV, doet ook weer een stap terug. Maar wij zien echter dat in het najaar van 2020 het virus weer oplaadt. En dat de NCTV weer terug wordt gevraagd. Of eigenlijk weer opnieuw wordt geactiveerd, moet ik zeggen. Waarom was dat nodig?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik begin even. Dat, ook als NCT zelf, vond ik in juni, wij moeten afschalen als crisisorganisatie. En dat heeft ook te maken met de besluitvorming. Het is goed om in een klein politiek overleg besluitvorming te nemen. Maar als je langer bent in de crisis, moet je naar weer de brede besluitvorming. En een brede ministeriële commissie. En moet je uit de structuur van die ICCB. Inderdaad. Moet u dat ook uitleggen, waarom dat niet meer wenselijk is? Dat heeft ook met de brede politieke vertegenwoordiging te maken. Want een MCCB is toch eigenlijk een korte verzameling van de meest betrokken politieke bewindslieden die keuzes maken. En dat is goed in een korte crisis. Maar daarna is het altijd weer goed om weer te verbreden naar het reguliere wat we hebben. Gewoon een normale onderraad, die het mandaat heeft van de ministerraad, of daarna naar de ministerraad gaat. En ook een bredere adviescommissie. Een ACC, adviescommissie COVID. Dus je moet niet te lang in een crisis blijven heerzen. Want in die crisis heb je ook wat bijzondere mogelijkheden en rollen. Dat is goed voor dat moment. Maar als het langer wordt, wil je naar een regulier proces zoals we dat in de Haagse wereld doen. In de politieke wereld. En dat was ook de insteek. Daarbij ging het ook in de zomer naar beneden. Dus we zaten ook in een terugloop van de besmettingen. En voor zover u nog weet, we hadden toen ook opeens een nieuwe crisis aan de wand. De hoogwater in Limburg. Dus als NCTV zei, we kunnen geen zoveel crisis aan. Wij moeten ook zorgen dat we weer klaarstaan. Gelukkig heeft dat niet doorzet voor de volgende crisis. Dus die elementen bij elkaar brachten dat we dit deden. Maar dan wordt die weer teruggevraagd. Ja. Toen is wel ingesteld, ook met een regeling, dat het niet meer in een crisisstructuur geweest is. Maar het is toen omgezet naar een ministeriële commissie COVID. Een reguliere onderraad zoals andere. Breder samengesteld. Dat was ook niet meer met een beperkt aantal ministers. Maar dat was door het allergrootste gedeelte van het kabinet. Een adviescommissie daaronder voorgezeten. Zoals regulier met die onderraden gebeurt en adviescommissies door de SG. In dit geval de Secretaris-Generaal van Justitie en Veiligheid. Daarmee was de structuur van het ambtelijk overleg geborgd.
Commissielid 5
U noemde al een verschil, de bredere vertegenwoordiger. Wat waren nog meer de verschillen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Eigenlijk ging het werken zoals de normale besluitvorming in Den Haag ook loopt. Vanuit voorbereiding en adviescommissie. Een normale onderraad en dan de ministerraad. Daarmee werd het op dat niveau ingezet. In de relatie met de omgeving bleven natuurlijk heel veel dingen hetzelfde. Na de zomer begon de besmetting weer op te lopen. Er kwam een enorme drukte op de projectdirectie. Die was ook ingericht om wat breder te kijken naar maatschappelijke effecten. Maar ook naar het afbouw. Dat kwam in gedrang met de kortcyclische besluitvorming. Dat had wat crisisachtige elementen zonder dat het crisisstructuur werd. Kortcyclisch bedoelt om de twee, drie dagen. Dat kenmerkt de NCTV-organisatie wat meer. Om met veel energie als fixers dat in te zitten. Dat heeft geleid dat in oktober de NCTV gevraagd is om niet meer in de crisisstructuur te komen. Maar toch weer de rol op te pakken van het faciliteren van de agenda's. In de nieuwe structuur van de adviescommissie-ACC-COVID. En de ministeriële commissie-COVID. Het was dus niet de crisisstructuur. Maar de NCTV pakte wel die rol weer op in het samenbrengen van de besluitvorming. Het verbinden met het veiligheidsberaad. Samen met VWS alweer onderdelen maken. De projectorganisatie fokte zich veel meer over de strategie afbouwplannen. Maatschappelijke impact, lange termijn, etcetera. Daarmee kwam er een onderscheid tussen die twee taken. En heeft de NCTV bijna tot het einde het faciliteren van de besluitvorming ondersteund.
Commissielid 5
U noemde dat kortcyclische besluitvormingsprocedures.
Commissielid 3
Begrijp ik goed dat het niet lukte om voldoende snel besluiten te nemen? En dat u daarom weer terug bent gevraagd.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Of moet ik dat anders zien? Dat zal ook meegespeeld hebben. Ik weet dat ik gewoon teruggevraagd werd. En dat de betrokkenen graag wilden dat de NCTV weer in deze rol stapte. En dat zal ongetwijfeld iets te maken hebben dat dat goed liep. En dat dat tevredenheid was. En dat de breedte van die andere portefeuille wat conflicteerde met het ondersteunen van deze besluitvorming. En dat je dan teruggrijpt naar een vertrouwd iets. Dat begrijp ik wel. Dus ik denk dat er gewoon teruggegrepen werd naar een vertrouwde partner in deze.
Commissielid 5
U zei net nog iets wat mij opviel.
Commissielid 3
Namelijk dat naar Nederland, op het moment dat u bezig bent met de coronacrisis, niet een nieuwe crisis. Geen capaciteit meer vrij heeft voor een nieuwe crisis. Leidt dat tot de conclusie dat we in Nederland geen meerdere crisis tegelijk zouden kunnen dragen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Jawel, maar dat gaat heel veel energie kosten. U moet ook begrijpen dat ook voor een NCTV. Ik denk de coronacrisis was voortdurend ongeveer 60, 70 mensen waren in onze rol actief. We hebben veel geleerd van de crisis van MA17. Onder andere dat op het moment dat een crisis begint, je alle functies dubbel bemenst. Dus wij werkten vanaf dit hele drie jaar door met drie dagen op, drie dagen af. Want die crisis hield niet op naar vijf dagen. Het was eigenlijk zeven dagen, inclusief de voorbereiding van het Catshuis. Dus je hebt een flink aantal mensen nodig om stabiel te blijven en te zorgen dat je mensen fit en vitaal blijven. Ik denk dat was een eerdere ervaring van ons. Dus op dit moment dat zo'n crisis begint, doen wij bijna alle functies direct dubbel belasten. Dat vinden mensen soms wel lastiger, want de eerste weken wil je overal bij zijn. Maar je bent in je werk drie dagen en je bent drie dagen vrij. Om die stabiliteit. Dat betekent dat je een aanslag doet op je bezetting. In dat team wil je ook graag wat mensen van andere departementen. Je stelt dat zo breed mogelijk samen. Als de spanning hoog is, kan dat altijd. Maar op het moment dat wij toen COVID-19 zagen, zeiden we dat er eigenlijk wel ruimte is om naar een reguliere structuur over te gaan. Daarmee staan wij weer klaar voor de volgende crisis. Dat is een lang antwoord. Natuurlijk kunnen we meer crisis aan, maar dat gaat altijd wel ten koste van andere prioriteiten en capaciteit, et cetera.
Commissielid 3
Ik kom straks nog terug op welke aanbeveling u de commissie zou willen meegeven op dat vlak. Ik was nog even benieuwd naar een mate van concreetheid. U sprak net dat u werd door betrokkenen teruggevraagd. Wie was dat precies?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik denk dat het kwam door iemand van Algemene Zaken. Ik denk dat het verzoek van de voorzitter van de ministeriële commissie kwam. De minister-president? Ja, maar het was een verzoek via Algemene Zaken. Een ambtenaar van het ministerie van Algemene Zaken.
Commissielid 3
Tot slot over dit onderwerp. Ik was benieuwd of de organisatie in het eerste jaar van de pandemie, de crisisorganisatie, tussentijds geëvalueerd is. Na de eerste golf wordt die afgebouwd. Er komt een nieuwe crisisorganisatie voor terug. Dat schetste u net al. Is er ook besproken wat er aan die organisatie zou moeten wijzigen? Wat er goed ging en wat er beter kon?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, volgens mij bent u ook in de zit van die stukken. Wij hebben het crisisonderzoeksteam verschillende malen gevraagd om evaluaties uit te voeren. Ik ken niet alle aanbevelingen, maar er kwamen voortdurend aanbevelingen uit die je dan toch meeneemt. Dat waren niet drastische, alles moet anders. Maar wel is de communicatie met alle andere departementen voldoende. Kan dat beter? Gaat het te snel? Hoe houd je iedereen aan boord? De communicatie is een aantal keren geëvalueerd. Dat zijn niet diepgravende evaluaties zoals uw commissie doet of als de onderzoeksraad gedaan heeft. Maar dat zijn wel van die tussenevaluaties. Volgens mij was de eerste al ergens in het voorjaar van 2020.
Commissielid 3
Ik ken dat onderzoek inderdaad. Ik wil het graag van u horen. Als ik u dan even los van dat onderzoek vraag. Wat waren in die tussenperiode de wijzigingen aan de organisatie waarvan u zei die zijn nodig?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik heb die niet heel scherp meer, maar in ieder geval is dat we het team breder wilden samenstellen. Ik denk wel dat er ervaring was. Welk team precies? Het team van de zestigste mensen. We probeerden ook mensen van economische zaken, ook collega's van andere ambtenaren. Je wil dat blik zo veel mogelijk. Dus je wil eigenlijk van alle ministeries de beste kandidaat. Dat is altijd wat je graag wil op dat moment. Je hebt verschillende soorten departementen. Je hebt echte departementen met uitvoeringsorganisaties en wat sturing. En je hebt stelseldepartementen die vooral alleen op het stelsel sturen.
Commissielid 3
Dit moet je even uitleggen voor mensen die niet bekend zijn.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is gewend aan sturen op allerlei problemen en heeft een grote crisisorganisatie intern. Een stelseldepartement, een ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen of een ministerie van VWS, is veel meer een departement die stuurt op het beleid en de wetgeving. En wat minder in huis gewend is om ook inhoudelijk te sturen. En dat zagen wij als NSTV ook eerst in deze fase. Dat het ministerie van VWS ontzettend zijn been bij moest trekken om uit de wat meer beleidssturing te komen naar echt een operationele sturing. Ook in de bezetting. En in het begin heb ik me ook wel soms wat zorgen gemaakt over mijn collega's van VWS die nog niet dubbel bezet waren en die ontzettend zwaar belast werden. Enerzijds door het parlementaire proces beantwoorden. Eigenlijk ook wat moesten sturen. Dus in dit geval betekent dat, denk ik, dat we als NSTV zeker in de eerste fase ook regelmatig bijgesprongen zijn samen en naast VWS om die crisisorganisatie te helpen en te bemensen. En heel langzaam in de loop van dat jaar is ook dat ministerie van VWS veel meer in een soort operationele crisismethode gekomen. Maar wel met enige zorg. Ik weet nog dat ik ergens in de beginfase naar de secretaris-generaal van VWS ben geweest.
Commissielid 3
Ik onderbreek u even, want daar willen we zo meteen nog met u over spreken. Komen we dus nog terug.
Voorzitter
Ik heb voldoende voor dit onderwerp. Dank u wel. Collega Lammers, heeft u op dit onderwerp nog aanvullende vragen?
Commissielid 2
Nee, op dit onderwerp niet.
Voorzitter
Meneer Adelsberg, u had het over het principe van drie dagen op en drie dagen af werken in crisistijd. Gold dat ook voor u? Nee.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat is een eerlijk antwoord.
Voorzitter
En waarom niet?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Als functionaris ben je moeilijker. Dat geldt voor ministers ook. Het was een bijzondere tijd. In de eerste periode was het eigenlijk zes dagen per week was ik in Den Haag. En de zaterdag was nog de terugvaldag dat ik thuis was. Verder was ik zes dagen in Den Haag.
Voorzitter
En is dat vol te houden?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, maar het is ook een vraag of je dat wil. Op dit moment ging dat. Het heeft veel energie gekost. Maar het is ook een vorm van voldoening, want je doet ertoe. Dat geldt ook voor de meest direct betrokkene ministers. Je ziet de bovenkant van deze crisis. We gaan straks nog in de structuur rinnen. Maar de ministers betrokken in het zogenaamde torentjesoverleg. Ik neem aan dat die dingen straks nog in orde komen. Daar waren allemaal mensen die op persoonlijke functie voor een opdracht stonden, wat ze niet konden delegeren. Dus die groep van mensen was wel voortdurend bezig met deze crisis. Dan praten we over een groep van een maand of tien.
Voorzitter
Maar juist ook omdat het een langdurige crisis is, hoe kijkt u daar nu naar?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Je kunt bijna de politieke verantwoordelijkheid van de minister niet zeggen dat je drie dagen op en drie dagen af doet. Dat zit ontstelzend in elkaar. Dat hoort ook bij het ambt van minister zijn. Ik denk dat dat in een aantal van die zware boegbeeldfuncties ook een beetje bij dit ambt hoort. Er moeten mensen om je heen zijn die zeggen dat het niet meer goed gaat. Dus je moet wel zorgen dat je een beetje door je omgeving in de gaten gehouden wordt. En ik had natuurlijk ook in mijn organisatie, het is wat anders gegaan, mijn vervanger deed... Want de hele NCTV ging ook nog gewoon door. Er waren voldoende andere onderdelen op het terrorisme, op bewaak en beveiligen. Dat nam mijn vervanger van mij over. Dus je kiest er wel prioriteiten in. Ja, maar het heeft een voordeel en het gevaar is als er niemand waarschuwt dat het niet goed gaat en we zijn iemand omvallen. En er is niet voldoende op gelet op. En ik denk dat voor ons het uitvallen van minister Bruins... Dat was ook voor ons allemaal wel even. Je moet elkaar wel hierop in de gaten houden. Dat moet niet gebeuren opeens. Dat moet je aanzien komen. En dat is moeilijk. Het is eigenlijk de verantwoordelijkheden. Uiteindelijk gaan mensen daar zelf over. Maar als je dicht bij elkaar werkt, kun je wel zorgen dat je elkaar wat meer in de gaten houdt.
Voorzitter
Dat was rondom mij. Bij mij wel zo georganiseerd. Dank u wel. Dan geef ik collega Lammers het woord voor het volgende onderwerp.
Commissielid 2
Dank u wel. We hebben zojuist met u gesproken over de crisisorganisatie. Nu zou ik graag met u willen spreken over het Veiligheidsberaad. Tijdens de pandemie vormt u een belangrijke schakel tussen het kabinet en de regio. U onderhoudt het contact met de Veiligheidsraad. We weten dat er in de Veiligheidsraad een overleg is van voorzitters van 25 veiligheidsregio's. Kunt u eens aangeven wat de precieze functie van het Veiligheidsberaad is of eigenlijk was tijdens de pandemie?
Pieter-Jaap Aalbersberg
De wettelijke politici kent het Veiligheidsberaad. Het zijn de voorzitters van de 25 veiligheidsregio's, wat een samenwerkingsorgaan is. Het zijn geen superburgemeesters, maar het zijn de voorzitters van de veiligheidsregio's. Het zijn intermediairen. Toen ik NCTV werd — u weet waarschijnlijk dat ik daarvoor altijd in het lokale domein gewerkt heb, als korpschef en politiechef — en ik kwam in het Haagse, vond ik dat in de crisis de verbinding tussen dat lokaal en de crisisvorming eigenlijk dun was. De eerste crisis die we hadden, was de tramaanslag in Utrecht. Toen hebben we de burgemeester, de heer Van Zanen van Utrecht, in de ministeriële commissie laten inbellen en meelaten komen. Dat is eigenlijk de stap geweest dat we stapverwachting hebben. In die commissie-crisisbeheersing moet je altijd een vertegenwoordiger hebben vanuit dat lokale domein. In de coronacrisis hebben we dat vertaald door de voorzitter van het Veiligheidsberaad en de portefeuillehouder GGD-GOR — dat zijn twee afkortingen voor de burgemeester van Venlo, die in het Veiligheidsberaad de portefeuille had van gezondheid — mee te nemen in de vergaderingen van eerst de ministeriële commissie-crisisbeheersing, maar later ook de daarop volgende ministeriële commissie-COVID. Dat is niet in een stempositie, maar wel om er altijd bij te zijn, mee te kunnen luisteren en te kunnen praten. Op dit moment is in het nieuwe crisishandboek zelfs voorgeschreven dat er altijd een verbinding gemaakt wordt tussen het Veiligheidsberaad en de burgemeester en de nationale crisisstructuur. Zo hebben we dat gedaan. Ik ga nu naar uw vraag toe. Het Veiligheidsberaad was voor ons eigenlijk heel belangrijk, want midden in zo'n crisis is de getrapte vertegenwoordiging van al die burgemeesters het best te organiseren op dat moment. Er zijn 25 voorzitters die direct aangesloten zijn bij de burgemeesters in hun regio, waarbij die 25 voorzitters duidelijk het onderscheid hebben tussen de grootstedelijke Randstad en het platteland. Het Veiligheidsberaad was dus voor ons ontzettend belangrijk om te polsen wat er van hen te horen speelt, en dan niet als een besluit voor het orgaan, maar wel in het advies hoe jullie er tegenaan kijken. Dus alle maatregelen en pakketten werden van tevoren altijd getoetst in het Veiligheidsberaad. Hoe kijken jullie erin? In een aantal gevallen werd het Veiligheidsberaadselem — dit vinden wij niet verstandig — daarop aangepast. Zoals ik al zei, zaten de voorzitters van het Veiligheidsberaad en de portofeilhouder uiteindelijk ook in de ministeriële commissie. Dus dat beraad was toch wel een beetje de intermediair in verbinding op dat moment tussen de crisisorganisatie en de lokale overheden op de crisiselementen. Ik maak even een uitzondering. Er waren natuurlijk ook vergaderingen met de wethouders, gezondheidszorg — dat ging veel meer over de ziekenhuisbedden — en dat hoorde veel meer in de reguliere zorg van de structuur van VWS. Het ging hier echt over de crisis, de handhaafbaarheid, de openbare orde en wat er in de samenleving Om die elementen ging het, en niet om een heleboel andere reguliere processen die in de normale structuur zaten.
Commissielid 2
Wat was dan uw rol bij het Veiligheidsberaad?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Onder verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid ze meenemen, brieven. Vaak nam ik de heer Van Dissel mee. Hij vertelde altijd wat er aan de hand is. Ik nam vaak de verbindende schakel tussen wat daar speelde. Heel vaak waren er ook verschillende bewindslieden mee. De minister van JV was er vaak, de minister van VWS, soms de minister van BZK. Daarin zorgde ik ook dat we dat wat we moesten verbinden en delen, met elkaar moesten doen. Dat zat ook op het onderliggende ambtelijk niveau. Tussen mijn directeur crisisbeheersing, die ook veel deed, en de twee vertegenwoordigers, dat was de directeur Veiligheidsregio Rotterdam en Amsterdam, was ook continu overleg. Het was niet alleen maar op het politiek-bestuurlijke niveau. Het was ook ambtelijk veel spelen wat er speelt.
Commissielid 2
Uit ons onderzoek komt naar voren dat als de leden van het Veiligheidsberaad iets wilden bereiken, dat ze dan contact met u opnamen. Niet met een andere minister of met een minister-president. Wat zegt dat over uw positie?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat ik daarvan de brievenbus was. Blijkbaar werkte die brieven dus goed. Ik besprak dat natuurlijk met de bewindslieden, of in een torentjeoverleg of in een andere overleg, zodat ze daar een besluit op konden nemen. Ik kon dat dan ook wel weer terugkoppelen. Die brievenbusfunctie van de NCTV heeft daarin gewerkt. Het is ook druk. Dat is ook wat allemaal kon. Er was een enorme belasting, zeker in de eerste periodes, waar er dagelijks en wekelijks overleggen waren. Dat bedoel ik misschien wel een beetje met dat oliemannetje, de Honours Broker. Dat is de rol die er is.
Commissielid 2
Functioneerde dat altijd goed? Of was er ook wel discussie?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Natuurlijk was er discussie. Zet 25 burgemeesters bij elkaar en er is discussie. Dat is ook goed. Niet alle voorzitters hadden echt dezelfde lijn. Er waren natuurlijk mensen die eigenlijk nog strenger wilden. Andrie zei dat ze anders moesten doen. Dat was altijd een debat. Het Veiligheidsberaad, net als andere, kwam altijd wel tot een eensluidende mening, dankzij ook de voorzitter, die daar een belangrijke rol in had. Dus alle discussies die overal speelden, speelden ook in het Veiligheidsberaad.
Commissielid 2
Dank u wel. Dan heb ik op dit onderwerp geen vragen meer.
Voorzitter
De collega Huidekoper heeft u op dit onderwerp aanvullende vragen. Ja, één vraag.
Commissielid 3
Wij hebben ook burgemeester Mikkers van Sertogenbosch hier in deze zaal verhoord.
Commissielid 5
Hij gaf aan dat het Veiligheidsberaad te veel als klankbord Tweede Kamer werd gebruikt door het kabinet.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Wat is uw reactie daarop? Ik heb hem dat horen zeggen. Ik begrijp dat ook vanuit de positie van een burgemeester, waar de Veiligheidsbestuur een samenwerksorgaan is en het Veiligheidsberaad in de nieuwe wet een wat zwaardere rol heeft. Ik begrijp dat u dat zegt. Ik vond het wel heel plezierig om te hebben. Ik kijk daar dus iets anders tegen aan, niet op de wettelijke basis. Het was heel goed dat we die verbinding konden maken tussen de hectiek van de voortdurende snelheid in besluitvorming en toch een soort vertegenwoordigend orgaan van burgemeesters die de middenin zaten van die grote plaatsen bij elkaar. Dus vanuit de ervaring ben ik er iets positiever over, zoals het daar ook echt gewerkt heeft. U zegt dat het in de praktijk prettig was. Mag ik dat zo vertalen? Ja, maar ook functioneel. Het was niet alleen prettig, het was functioneel, omdat we heel snel konden schakelen met dit speelt hier, hoe kijkt het Veiligheidsberaad deze burgemeesters daar tegenaan? Er is altijd een vorm van getraptheid. Deze getraptheid van de voorzitters van de veiligheidsregio's, die in dat proces van crisisbeheersing en openbare orde zitten — het is ook dat, dus ik heb het niet over de andere lijnen — was daarmee wel snellend. Zij spraken ook regelmatig met al hun burgemeesters daar. Want tot slot is het ook wenselijk. U vraagt nu om mijn professionele opvatting. Ik zeg dat even zonder enig politiek mandaat. In de vorm van crisisbeheersing is het wenselijk om tussen het Rijk en de gemeente een coördinatielevel te hebben. Dat hebben we gerealiseerd met de veiligheidsregio's. Dat wordt steeds sterker. Die sturen daarin ook de samenhang tussen de operationele diensten als politie, de witte kolom, de geneeskundigen en de gemeentelijke opvang. Als er schaarste tekort is, zul je die tussenstap moeten hebben. Het is de positie van de veiligheidsregio waar ik bij mezelf dat er een democratisch gat in zit. Het is dus ook de vraag hoe je dat in het democratisch gat gaat invullen. Maar het is wel heel goed om van 1 van 25 naar 300 te gaan.
Voorzitter
Dat is in de beheersing van de crisis goed om te hebben als coördinatielevel. U geeft aan waarom het goed was om juist met het Veiligheidsberaad deze afstemming te hebben. Waren er ook andere mogelijkheden om die afstemming te voorzien?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat moet een beetje onderscheid maken. Ik denk dat de meerdere geneeskundige vragen via het BAO, het VNG en de wethouders een belangrijke rol kregen. Ik denk dat ook met het breder en langduriger van de crisis je nog steeds dat deeltje van openbare orde-crisisbeheersing schaars te hebben, maar ook het gemeentelijk breder met wethouders groter werd. Dat had je anders kunnen organiseren. Ik weet niet direct of het in de VNG-paraplu dat wordt heel breed en heel groot gewerkt had, maar dat had het kunnen zijn. Je had het natuurlijk ook via een VNG kunnen organiseren. Dat is een ander vertegenwoordigend instrument, maar ook dat VNG heeft geen eigen besluitkracht. Je komt van de verantwoordelijke burgemeesters naar het centraal. Die keuze had je ook kunnen maken, maar juist in de ervaring van crisisbeheersing is die veiligheidsregio, de bestuurder van die veiligheidsregio en het veiligheidsberaad wat meer getraind en geoefend.
Voorzitter
Kan ik daaruit opmaken dat dit uit toeval zo ontwikkeld is, of ziet u dat anders? Nee.
Pieter-Jaap Aalbersberg
De geschiedenis van de veiligheidsregio's is natuurlijk al langer. Er is natuurlijk steeds een ingewikkeld vraagstuk over het democratische controle van dit systeem van de burgemeesters. Maar alle veiligheidsvragen zijn vaak ook gemeentelijk overschrijdend. Dus je hebt een vorm van bovenregionale sturing nodig. In het wetsontwerp van de veiligheidsregio's wordt daar ook meer rol neergelegd voor de voorzitter van de veiligheidsregio, ook als bevoegdheid. Dus dit proces van de veiligheidsregio's is eigenlijk op een aantal dingen al lang bezig, zeker op brandweer en op verdelen. Met corona werd het sterker door de langdurigheid van de crisis en ook de heftigheid van de maatregelen die genomen werden. Dus corona is wel een versneller geweest van het veiligheidsberaad, wat daarvoor toch vooral met het beheer van de brandweer bezig was. En soms wel eens een beetje met dat soort onderdelen. Maar in corona is die wat operationele rol wel versterkt en versneld.
Voorzitter
Dank u wel. Dan gaan we ook naar het volgende onderwerp. En daarvoor geef ik graag het woord aan collega Huidekoper.
Commissielid 3
Hartelijk dank, voorzitter. Ik wil het even hebben over de besluitvorming. We hebben het net al gehad over de ambtelijke commissie COVID-19. De commissie bestaat uit hoge ambtenaren van verschillende ministeries en adviseurs. En die de opmaat vormen naar de ministeriële commissie COVID-19. Met alle ministers en adviseurs. U bent als NCTV bij beide overleggen aanwezig. Die twee overleggen samen met de ministerraad vormen de officiële besluitvormingstructuur. Er zijn gedurende de pandemie ook twee overleggen ontstaan waarvan geen notuurder worden gemaakt. Informele overleggen. Dat gaat over het Katshuisoverleg en het Torentjesoverleg. Laat ik bij die eerste beginnen. Het Katshuisoverleg vindt vanaf 15 maart 2020 iedere zondag plaats in het Katshuis, hier in Den Haag.
Commissielid 5
Kunt u als eerste zeggen hoe zoiets eraan toegaat? Kunt u ons meenemen? Het Katshuisoverleg als eerste?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, exact. Ik moet eerst even terugkomen. Er ontstond in de besluitvormingscyclus, waar we zeker in de eerste weken vrij snel zagen dat we MCCB, ministeriële commissie krisenbeheersing, na ministeriële commissie krisenbeheersing moesten organiseren, dat je bijna niet meer toekwam om eigenlijk wat achterover te kijken in de brede politiek wat gebeurt. Dus ja, in de crisis heb je je besluitvorming op orde. Daar is toen het beeld van geboren. We moeten breder politiek braakvlak tussen de ministers organiseren, een wat breder overleg tussen de ministers, wat meer beschouwend, soms deskundigen uit kunnen nodigen. En daar is eigenlijk het idee uitgekomen van het Katshuis. En dat Katshuisoverleg was dus een bredere samenstelling van het kabinet. Het waren niet alle ministers, maar het was wel breder. Het was politiek breder samengesteld met alle coalitiepartijen. Het was buiten de vergadersyclus, dus het was altijd op een zondag. Dus het zat niet klem dat leden opeens weer weg moesten en alle anderen. Dus er was ook ruimte. Het was wel een zware belasting, want iedereen moest zondag weer naar Den Haag komen. En dat was dan twee, tweeënhalf, soms drie uur, afhankelijk van dat. Maar dat gaf wel een bepaalde ruimte in een andere zetting in het Katshuis, waardoor er ruimte was voor die beschouwing, maar ook voor het politieke debat. In dat Katshuisoverleg waren eigenlijk een aantal rollen. De heer Van Dissel nam weer alle mensen mee. We hadden gedurende de vergadering een breed sheet deck, noemen we dat. Dat is een stapel met sheets in oranje kleuren die we met elkaar verzamelden over maatschappelijke impact, handhaving, wat de politie vindt, wat er aan zit en wat de te verwachte maatregelen zijn die wellicht zouden voorkomen. Het beeld van de heer Van Dissel was eigenlijk een hele pakket met wat er ligt. Soms waren er externe Commissielids. Begin april waren de heer Putters en de burgemeester van Amsterdam later geweest. Er zijn verschillende keren mensen uitgenodigd. Daarna gaven we ruimte tussen de bewindslieden. Er waren een beperkt aantal ambtenaren bij, maar we hadden tussen de bewindslieden om te sonderen waar we stonden. Dat was een beetje de politieke discussie en de lijn zonder besluitvorming te nemen. Het was echt een afstemmingsoverleg op dat onderdeel. Dat was het Katshuisoverleg.
Commissielid 3
Wie bepaalde de agenda en nodigde de mensen uit voor dat overleg op zondag?
Pieter-Jaap Aalbersberg
De voorzitter. Er was niet echt een agenda. Het was meer een soort programma per overleg. Er werd ook geen agenda. We hadden ook niet feitelijk een agenda, maar wel een soort volgorde van een aantal dingen die we zouden kunnen bespreken. Dat deed ik meestal met de voorzitter.
Commissielid 3
U deed dat met de voorzitter?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, met de voorzitter en een collega van het ministerie van Algemene Zaken met zijn drieën. Wat was het doel van die overleg? Dat gaf ik aan. Het was informeel en beschouwend. Het was politieke afstemming. Belangrijk om ook andere mee te nemen. De feitelijke MCVB was natuurlijk maar acht ministers en had niet alle kleuren van de coalitie. Het was breder. Het was coalitiebreed. Meer ministers afstemmen. Wat speelt er? Wat zijn andere invalshoeken in de beschouwing? Hoe kijkt iedereen er tegenaan? Er zat naast afstemming ook een soort collectiviteit vinden over richting op het politieke niveau. Wat was uw rol bij die sessies in het Katshuis? Vrij beperkt. Ik zorgde voor het sheet-deck met alle spullen. Dat lichtte ik toe. Het was meestal in een volgorde dat eerst de heer Van Dissel zijn epidemiologisch beeld gaf. Vervolgens had ik een heel sheet-deck met alles wat erop kon. En dan was het aan de voorzitter die met de andere bewindslieden het gesprek aanging.
Commissielid 5
Kunt u eens schetsen hoe dat ging? Er was een sheet-deck.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat is een powerpoint, zie ik voor me. Ja, die hadden we niet. Maar het waren wel een soort powerpoint-sheets die lieten zien wat er aan de hand was. Wat speelt? We hadden verschillende metingen. We hadden een flitspeiling om de twee weken. Wat was het draagvlak? Hoe kijkt het publiek? Dat zat erin. We hadden soms een beeld van het Sociaal-Cultureel Plannenbureau. We hadden iets van de handhaving. Later werd dat ook steeds dikker. U hebt ze allemaal gezien. In het begin is het dun en ze worden dikker. Dan wordt het een steeds breder beeld wat er in totaal speelt. De doelstelling was om alle leden van het Katshuisoverleg in hoofdlijnen zo breed mogelijk mee te nemen. Wat speelt er allemaal? Naast wat ze zelf allemaal hadden uit hun eigen kolom. Dat namen ze natuurlijk ook mee. Wie waren daar allemaal bij aanwezig? U hebt een lijst. Maar u wilt van mij... We proberen het ook te reconstrueren. Ik ben misschien niet volledig, maar in ieder geval de leden van de commissie zelf. Dat is de minister-president, de minister van Volksgezondheid, de minister van Medische Zorg, de minister van JNV. De kleine kern, dan de wat bredere kern. De minister van Binnenlandse Zaken, de minister van Sociale Zaken, de minister van Financiën, de minister van OZW en Onderwijs. De minister van Economische Zaken, soms ook de staatssecretaris van Economische Zaken of een andere staatssecretaris. Ik vergeet er pas een paar, maar die hoofdkern. De heer Van Dissel, ambtelijk de secretaris-generaal van Algemene Zaken en later na de zomer ook de secretaris-generaal van Justitie en Veiligheid. De directeur-generaal van het project COVID, de directeur-generaal Volksgezondheid, de Rijksvoorlichtingsdienst en nog een enkeling en twee of drie ambtenaren. Dat was de groep. Het was niet altijd hetzelfde. Het werd soms wat breder. Niet iedereen kon altijd zondag, maar rondom deze kern was dat de bezetting van het Catshuis. Ik ben vast een paar ministers vergeten. Dit geeft in ieder geval een beeld.
Commissielid 5
Defensie was er in ieder geval altijd bij. Sorry, die is misschien alweer te binnen. Wie bepaalde dan wie er in die wijk werd uitgenodigd voor het Catshuis?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat was in afstemming met de voorzitter. In de MCCB was het strikt, want we wilden het niet groter maken. Maar dit was ook een beetje sonderen. Ik denk dat de voorzitter dat deed. Misschien ook met de vicepremiers. Dat weet ik allemaal niet. Maar dat was ook een politieke afweging. Ik zorgde er dan een beetje voor dat ambtelijk de partijen daarbij waren die moesten zijn. Maar de keuze van de winstlieder lag natuurlijk bij de voorzitter in afstemming met zijn collega's. Dus de minister-president in dit geval.
Commissielid 3
Ik vroeg naar het doel van die Catshuisoverleggen. U zei dat het informele overleggen zijn. Dat zie ik zelf iets meer als de aard van het overleg. Ik ben nog een beetje op zoek naar een antwoord. Wat miste er binnen de formele besluitvorming, de ambtelijke en de ministeriële commissie, wat dit overleg noodzakelijk maakte?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Met gevaarlijk herhaal. Eén, de groep is breder. Voor de politieke afweging en beschouwing was het goed om alle partijen, alle coalitiepartijen, maar juist ook die die niet altijd in de MCCB zaten, zoals de minister van Sociale Zaken. De economische driehoek zat hier volledig bij aan tafel en zat niet altijd in de MCCB. Dus dit was het brede vertegenwoordigen van het kabinet ook in dit. Dat was één. Twee, in de crisisoverleg heb je niet zoveel tijd voor beschouwing. Dus dat moet je echt gaan organiseren, want dat kun je niet zonder. Dit overleg had geen tijdsdruk. Jawel, om te beginnen, maar wat minder aan het einde. Iedereen wilde wel graag naar huis op die zondag. Maar dat gaf ook ruimte om daar wat meer beschouwend in te zijn en ook andere mensen uit te nodigen, wat ook weer niet kon in de structuur van het besluitvormingcrisisoverleg.
Commissielid 3
Dan wil ik even met u gaan naar het tweede informele overleg, namelijk het torentjesoverleg. Later wordt dat ook wel het bewindspersonenoverleg corona genoemd. De torentjesoverleg verwijst naar dat dat overleg plaatsvond in het torentje, het kantoor van toenmalig premier Rutte.
Commissielid 5
U was daar bij aanwezig. Wie waren daar nog meer bij aanwezig? Het was een klein groepje, wat soms dagelijks was.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Het was een heel intensief overleg van de minister-president, de minister van VWS. Ik pak dan niet de eerste maanden op, maar ook dit torentjesoverleg is op 15 maart gestart. Dat is wel het katshuis als het torentjeoverleg is op 15 maart gestart. De minister van VWS, de minister van Medische Zorg en de minister van Justitie en Veiligheid waren de vier bewindslieden die er altijd waren. Na de nieuwe formatie is de minister van Sociale Zaken. In de nieuwe kabinet daarna, in de tweede helft, is de minister van Sociale Zaken als vijfde bijgekomen. Amtelijk was daarbij de secretaris-generaal van het ministerie van Algemene Zaken, de heer Van Dissel, ondergetekende, de raadsadviseur van Algemene Zaken op dit dossier en de directeur-generaal van Volksgezondheidszorg en de RvD. Dat clubje was eigenlijk bijna altijd hetzelfde clubje. Het was ook gedurende de lunch. Er was altijd een lunchsessie op dat moment van de dag. Dat was soms dagelijks en later wat om de dag. Dat hing een beetje af van waar we zaten in de crisis. Het doel van dit overleg was uitsluitend het operationele beeld. Lukt alles wat we gedaan hebben? Wat is er? Dit was dus veel meer op de operatie gericht. De bewindslieden werden eigenlijk geïnformeerd dat het wel of niet lukte. Hier zit een probleem in. Dit was wat meer de operationele stuur op weg naar besluitvorming in de ministeriële commissies in die lijn. Hier werd dus geen besluiten genomen, maar er werd heel erg gekeken naar wat er aan de hand was. Wat zouden we moeten doen? Wat komt op ons af? Loopt het goed tot een van alle onderdelen van zowel de maatregelen als de mondkapjes? Wat is er aan de hand? Dat werd dan daar kort gedeeld. Dat leidde vervolgens ook tot het uitzetten in de reguliere structuur. We hadden dus een soort operationeel stuur. Dat was het torennetjesoverleg, zoals het staat. We hadden een wat meer beschouwend en breed politiek, het katshuis. Daartussendoor liep de formele besluitvorming met al die overleggen, van ambtelijk tot en met de ministeriële commissie. Ik neem aan dat er op een gegeven moment ook wel kruisverbanden ontstonden. De drie kernministers zaten in al die verbanden, dus het liep niet naast elkaar. Het begon in het torennetjesoverleg en leidde dan, als het tot besluitvorming liet, in het besluitvormingsdeel. Als het heel groot was, ging het ook nog naar het katshuis en daarna in de besluitvorming. Ja, er zat heel veel kruis tussen. Je tekent het een beetje naast elkaar. Maar de onderwerpen kwamen natuurlijk op alle drie vaak terug.
Commissielid 5
Uw rol bij dat torennetjesoverleg? Hoe zag die eruit?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ook daar werkte ik weer met een sheetdeck, dus dat zijn papieren powerwordpresentaties, om alvast te laten zien wat we aan het voorbereiden waren voor de besluitvormingsronde. Dus in deel van de operatie loopt dat allemaal goed? Is er al een agenda voor het volgende ministeriele commissiecrisisbeheersing? Het was ook delen, als ik in het veiligheidsberaad was geweest, wat daarop speelt. Dus eigenlijk speelde hier ook weer in dat de heer Van Dissel, de dg Volksgezondheid van WWS, en ik ook weer de bewindslieden meenamen en ook een beetje in die politieke lijn een stukje verantwoording aflegden of wij gedaan hadden wat is afgesproken, want ook dat hoort bij zo'n stuur.
Commissielid 3
U zegt dat, onder andere, op die sheetdeck ook dingen stonden in voorbereiding op de besluitvorming. U maakte net ook het onderscheid tussen de formele besluitvorming en de informele overleggen. Ik snap dan toch nog niet helemaal hoe deze overleggen nog onderdeel van de besluitvorming zijn, als daar ook stukken in voorbereiding op de besluitvorming op de dinsdag informele overleggen worden besproken.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik kan me voorstellen dat u die vraag zo stelt, maar er werd niet besloten. Er werd niet gezegd dat we het zo zouden doen. Het sturen op de monitoor is de voortgang goed genoeg? Loopt dit goed? Wat is er aan de hand? Komt dit? Etcetera. Wat vragen. Het is ook wat semantisch. Natuurlijk is dit een voorbereiding van wat alle handelstukken moeten komen, maar het had geen status dat daar dan een besluit viel. Het was ook een overleg waar de vijf meest betrokken bewindslieden samen konden delen en konden uiten. Het waren ook geen makkelijke tijden. Iedereen had het zwaar. In die tijd was er ook wel een stukje ruimte voor een stukje onbeling bij elkaar te staan. Er zitten dus verschillende rollen. Dat kathuisoverleg was misschien ook wel een beetje het ventiel voor een stuk. Het bijzondere van deze crisis is dat als ambtenaar je allemaal als persoon betrokken bent. Mijn vrouw werkt in het verpleegtehuis. Ik had een zoon die is ic-verpleegkundige. Ik had twee ouders vanachter in de tachtig, bijna negentig. En ik had een zoon die werkte voor een Amerikaans bedrijf. Die heeft twee jaar opgesloten zitten op een kamertje. Dus ieder van ons zat ook midden in die maatschappelijke onderdelen. Dat deed ook met ons allemaal wat. In dat kleine verband van dat kathuisoverleg had je soms ook wat ruimte om ook hier even met elkaar in bij te staan.
Commissielid 3
De woorden werden geen notule gemaakt van deze overleggen.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Is daar wel eens over gesproken? Dat moet wel, want als je het niet maakt, heb je dat een keer besloten. Maar dat staat mij niet bij als een hele zware formule. Maar dat moet wel, want als je het niet maakt, heb je gezegd dat je geen notule maakt. Dus dat moet een keer zo gezegd zijn. Dat kan niet anders.
Commissielid 3
En deze informeren even overleggen? Als ik u goed begrijp, hadden die wat u betreft duidelijk meer waarde in de besluitvorming?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, maar ook in het samenwerken. Ik probeerde het aan te geven. In zo'n crisis is het niet alleen maar technisch, maar ook mensen die samen moeten werken met elkaar. Deze betrokken bewindslieden hadden natuurlijk de eerste rol met elkaar. Dus ook in het samenwerken had het daar een belangrijke rol in. Zij moesten naar voren stappen en moesten verantwoordelijkheid nemen. Dat is ook iets wat, ook met de directe ondersteuning van de mensen daarbij, in het doorgang is. De voorzitter vroeg daar net na of je door kon blijven werken. Ja, daar had dit ook een functie in. Je hield elkaar ook vast. We stonden samen voor een stap naar voren die we moesten zetten, waar we voor stonden, zonder dat het een andere rol was. Maar daar had het een rol in.
Commissielid 5
Ik noemde net ook het begrip kernministers. Kunt u voor de helderheid nog even noemen wie dat zijn, wie u daarmee bedoelt?
Pieter-Jaap Aalbersberg
De minister-president, de minister van Volksgezondheid en van Medische Zorg en de minister van Justitie en Veiligheid waren in die periode de vaste leden van dat hoornetjesoverleg. Met kern bedoel ik iets anders. Dat was de kern.
Commissielid 3
Ik hoor u zeggen dat de informele overleggen duidelijk meer waarde hadden. Dat ze ook van toegevoegde waarde waren. Maar ook dat ze toch een stap belangrijk waren uiteindelijk in de opmaat naar het besluit wat het kabinet dan later in de ministeriële commissie COVID-19 zou gaan nemen. Was het dan niet toch beter geweest gezien de aard van de ingrijpende besluiten die het kabinet heeft moeten nemen en ook de transparantie en de navolgbaarheid van hoe die besluitvorming is gegaan, dat er wel natuurlijke verslagen van die informele overleggen waren geweest?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dit is een van de vragen waar u als commissie voor bent om daar een oordeel over te doen. Ik kan alleen zeggen hoe het heeft gewerkt. De combinatie van het Hoornetje en het Catshuis in de overleg werkte in deze crisis naar behoren. Natuurlijk waren er soms spanning of er voldoende betrokkenheid was of niet. In zo'n crisis zit je altijd tussen een aantal uitersten waar je een weg moet vinden die werkt. Ik heb gezien dat dit heeft gewerkt. Ik ben heel benieuwd naar uw rapport, hoe u dit ook politiek oordeelt of we dit zo moeten blijven doen of niet.
Commissielid 5
Wij zullen daar als commissie uiteraard een oordeel over vellen.
Commissielid 3
Ik vraag het ook aan u, terugkijkend op de pandemie die achter ons ligt.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik denk dat dit werkte met die bijopmerkingen. Je hebt wel zo'n Catshuis nodig. Je hebt dat bredere beraad nodig. Je moet op tijd breder politiek in de ministerraad opschalen, zodat elke vakminister of staatssecretaris wel meegenomen kan worden in de besluitvorming. Dus ook van de MCCB naar de ministeriële commissie voor crisisbeheersing, naar de gewone reguliere onderraad, de ministeriële commissie voor covid, moet je niet te lang mee wachten. De besluitvorming moet natuurlijk niet te eng worden. Het is wel goed dat je een kernteam doet, maar dat moet wel in het bredere verbrand steeds bekeken en besproken worden. Daar zitten altijd opletpunten tussen. Ik denk dat dat hier gewerkt heeft, maar ook dat is verder aan uw eigen oordeel.
Voorzitter
Dank u wel. De kollega Lammers heeft hier aanvulling op.
Commissielid 2
Ik heb nog enkele vragen. Dank u wel. Eerst nog even terugkomend op de uitnodigingen bij de overleggen. U heeft gezegd dat de uitnodigingen bij de minister-president liggen. U heeft een heel rijtje opgenoemd van mensen die wel aanwezig waren. Waren er ook mensen niet aanwezig waarvan u eigenlijk vond dat ze wel aanwezig hadden moeten zijn?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dan had ik dat ongeveilig gezegd, want dat was mijn adviezenrol. Dat had ik moeten zeggen, omdat de NCTV ook voor het verspreiden van de uitnodigingen zorgde. Als het lijstje gemaakt was, dan was dat eerder wat ik noemde. De nationale coördinatie crisis en het NCC zorgden dat iedereen werd uitgenodigd. Ik denk dat we op tijd wel verbreed zijn. Dat vond ik wel, ook omdat je de politieke discussie moet verbreden. Het was ook wel eens zo dat een minister — toch ga ik daar een eenwijziging op doen — de minister van Financiën. In de coronacrisis werden ook financiële beslissingen genomen. Dat kan een MCCB doen. Dat mag volgens de instellingen. Maar in het aanloop was de minister van Financiën eigenlijk niet altijd aanwezig in de MCCB. Ik heb wel gezien daarna dat de minister van Financiën bij alle crisissen eigenlijk in de MCCB moet zijn, omdat bijna elk besluit financiële implicaties heeft. Dat was bij het begin niet zo. Ik denk dat de integrale financiële rol en verantwoordelijkheid van de minister van Financiën thuis hoort in alle crisissituaties. Dat waren we niet zo gewend in de automatische crisis, omdat dat heel snel op de inhoud ging. Ja, een crisis rondom een terroristisch incident heeft minder financiële gevolgen als een watersnood of uiteindelijk corona. Dat realiseer ik me. Daar zit echt wel een punt in, wat ik zo zie.
Commissielid 2
U zegt dat er geen besluiten worden genomen. Maar zou er iets anders zijn gelopen als de minister van Financiën daar wel aanwezig was geweest?
Pieter-Jaap Aalbersberg
In de aanloop van de coronacrisis zijn natuurlijk heel veel financiële impactbeslissingen geweest. Een deel door de economische vierhoek, daar zat de minister van Financiën bij, maar ook een deel met dat. Ik kijk dat nu in retrospectief. Er is ook veel geld uitgegeven in besluitvorming. Dat gaat ook altijd de minister van Financiën aan. Ik denk dat die altijd wel meegenomen is door de voorzitter of dat. Maar ik heb geleerd door deze crisis dat financiële impact en keuzes van crisissen aan de voorkant belangrijker zijn dan waar we aan de voorkant zitten. Dus ik weet niet of het anders was gelopen. Er is natuurlijk geen geld uitgegeven, uiteindelijk zonder een politiek akkoord. Maar juist aan de voorkant financiën betrokken hebben bij consequenties van keuzes is voor mij wel een punt geweest wat we moeten doen.
Commissielid 2
Is het dan ook zo geweest dat die minister van Financiën zelf bij u of bij anderen heeft aangeklopt en gezegd dat hij het ook nuttig vindt om daarbij aanwezig te zijn?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nee, dat staat mij niet bij. Hij was natuurlijk altijd wel aanwezig bij het Catshuis, dus ik wil het ook niet te groot maken. Maar in zo'n MCCB, de ministeriële commissie krisisbeheersing, zitten we altijd heel snel met directe vakministers. Er zit niet standaard de minister van Financiën bij. Ik probeer dat te zeggen. Dat heb ik hieruit geleerd. Dat zullen we eigenlijk standaard moeten doen, omdat er heel snel financiële besluitvorming in zit. Maar de minister van Financiën was wel bij het Catshuisoverleg en was natuurlijk daarna ook bij de MCC. Dus later kwam dat wel, maar niet in de eerste kern.
Commissielid 2
Als u dat had gevonden, had u daar dan wel ruimte voor gehad om dat te zeggen? Ik mis deze minister.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, ik denk dat ik dat zowel handelijk als tegen de voorzitter had kunnen zeggen.
Commissielid 2
Dan heb ik nog een vraag wat betreft de notulen. Was er ook een reden waarom er geen notulen werden gemaakt?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, één vast, want anders doe je dat. Dat moet er geweest zijn, maar ook hier niet. Ik denk ook om de ruimte te geven dat het geen besluitvormend overleg is. Ook met notulen wordt het een heel andere status van het overleg. Dan krijg je een lang proces van notulen moeten worden goedgekeurd, et cetera. Ik bedenk een beetje hoe het is geweest. Ik weet het niet 100% zeker hieronder, maar dit is het wel ongeveer iets in die richting geweest. We willen ruimte houden. Het operationeel overleg is gewoon operationeel. We nemen geen besluiten om. Met notulen maak je je formeler, ga je naar een agenda en word je toch een deel van de besluitvorming. Dat was niet de bedoeling. Er is maar één lijn van de besluitvorming, en dat was de geschetste lijn.
Commissielid 2
Bij wie lag die verantwoordelijkheid, die beslissing of er wel of geen notulen zouden worden gemaakt?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Uiteindelijk bij de voorzitter van het overleg, de minister-president in dit geval. Daar ligt die verantwoordelijkheid. Die neem je natuurlijk mee, maar ook daarin speelt de zin. Maar goed, dat kan ik niet. Dat moet u aan hem vragen, maar dat zal ook zijn. Samen, geen notulen. Daar zit wat meer mensen bij, zal ongetwijfeld altijd zo besproken zijn geweest. Met notulen formaliseer je en word je een onderdeel van de besluitvorming. Dat wilden we echt niet op dat moment doen.
Commissielid 2
Had u daar ook nog zelf een rol in?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, omdat wij natuurlijk wel faciliteerden dat hele overleg. Er was wel iemand van de NCTV die ook altijd zorgde met dat spullen-de-waren, en die een paar aantekeningen maakte als er iets verder uitgezegd moet worden. Maar dat waren geen notulen, dat waren wat meer eigen aantekeningen. Volgens mij hebt u die ook gezien. Dat waren aantekeningen voor intern gebruik. Het was wel van belang dat er niks wegviel van dat overleg. Soms werden dingen gevraagd die we verder uit moesten zoeken voor volgende formele overleggen. Daar hadden wij wel een rol in.
Commissielid 2
Kunt u daar voorbeelden van noemen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Als u mij zo in de pauze even de gelegenheid geeft, moet ik even zoeken. Maar kan ik na de pauze u daar een antwoord op geven?
Commissielid 2
Graag. Bedankt in ieder geval voor uw antwoorden. Dan heb ik verder geen vragen.
Voorzitter
De vraag is al gesteld, maar we willen het ook graag heel precies weten. U gaf aan dat er drie kernministers waren. Toen collega Huidekoper vroeg wie de kernministers waren, kwam u met vier ministers. Minister-president, minister van Justitie en Veiligheid, minister van Volksgezondheid en minister van Medische Zorg. Waren er drie of vier kernministers?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Vier ministeren van Medische Zorg. Zeker in de periode met mevrouw Van Arck was dat ook altijd erbij. Er zijn natuurlijk wat wisselingen geweest in die posten. Maar dit was eigenlijk de groep die in het hart van de crisis was. Dus dat heb ik niet goed gezegd. Maar drie, het zijn er echt vier.
Voorzitter
En waarom was dat zeker in de periode van minister Van Arck?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat staat mij nog het meest best bij. Ik weet ook dat er een paar keer wisselingen plaatsgevonden zijn. En dan zat er eventjes een tijdelijk gat in. Dus er was ook wel een periode dat er drie zijn geweest. Maar uiteindelijk was het de groep met de minister van Medische Zorg. En later werd dat ook door de opvolger willen gewild. Ik heb dat niet helemaal meer scherp. Maar in die tijdlijn zaten er een aantal wisselingen.
Voorzitter
Maar mag ik het dan zo concluderen dat toen minister Van Rijn die positie had, dat hij geen kernminister was? Ja, die zat ook bij die vier. Dat is de voorganger van minister Van Arck.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dus ik moet het even weer gaan. Er hebben een paar gaten in gezeten met vervangingen. Maar in principe is de minister van Medische Zorg daar ook altijd een onderdeel van. Dus vier kernministers. Ja.
Voorzitter
Helder. Dank. We gaan even pauzeren. U heeft ook al aangegeven dat u na de pauze, na de schorsing, ook de vraag van collega Lammers nog kunt beantwoorden. In ieder geval, dank tot zover. Ik verzoek de bode om de getuige en zijn bijstandsverlener naar buiten te leiden. Dan zien we u over vijftien minuten terug. Dank u wel. De vergadering is voor vijftien minuten geschorst. Ik heropen de vergadering aan de orde. Het is het openbaar verhoor van de heer Abelsberg. Toendertijd NCTV, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Het openbaar verhoor van de Parlementaire Enquête Commissie-Corona. Ik verzoek de grevier om de getuige en zijn bijstandsverlener binnen te leiden. Welkom terug, beiden. Meneer Abelsberg in het bijzonder. Voor de schorsing hadden we nog één vraag openstaan. Ik geef collega Lammers eerst het woord, voordat we daarna naar het volgende onderwerp gaan. Mevrouw Lammers.
Commissielid 2
Dank u wel. Ik stelde voor de pauze de vraag of u voorbeelden kunt noemen uit de aantekeningen die door de NCTV zijn gemaakt tijdens het Catshuisoverleg. Als u daar een antwoord op heeft, heel graag.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Misschien nog één korte toelichting. Het was voor mij gebruikelijk voor het Catshuisoverleg en na het Catsoverleg ook een paar dingen terug te koppelen aan belangrijke gegevensdragers, belangrijke mensen in dat netwerk. De voorzitter van het College van Procureurs-Generaals, de korpschef, soms de DG-AVD als dat van belangrijk was, soms een van de leden van de Veiligheidsberaad, want die waren vaak niet bij het Cats. Aanrijdend en daarna heel lang afrijdend informeerde ik ze ook altijd wel een beetje over wat er ongeveer in het debat gaat aankomen. Daar zat ook een deel van de besluitvorming. Ik vind een aantal keren terug dat een vraag over handhaafbaarheid verder uitgewerkt moest worden. Heel iets kleins, de Efteling. Er was op een gegeven moment een issue over wat de Efteling nu is. Is het een cultureel iets? Is het een evenementenlocatie? Is het horeca? Er was heel veel juridische onduidelijkheid over hoe je een Efteling moet zien. Dat waren dan van die vragen. Dat geldt soms ook over het juridisch. Er was een debat en dan had een gesprek. De minister vroeg of dat niet mogelijk was. Dat leidde dan tot wat juridische vragen. Ik heb die aantekeningen niet allemaal doorgelopen, maar het gaat om dit soort voorbeelden. Handhaafbaarheid, communicatie. Er werd vaak al gevraagd om daar vast door te denken over communicatie. Dat gebruikten we dan om mensen en knoppen aan te zetten op die thema's. Allemaal dan weer als brookstukken die voorbereidend meegingen in de besluitvorming.
Commissielid 2
U zegt dat dat allemaal dingen zijn die nader uitgewerkt moeten worden. Kunt u dat dan ook typeren als sturend? Dat in het Catshuis wel gestuurd werd?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Het nee zeggen is natuurlijk. Er werd politiek gezocht naar samenverbinding. Daar zat wat sturing in, maar nog niet in de besluitvorming. Maar wel van dit is de lijn waar we aan denken. Zou dat kunnen? Het is een beetje semantisch. Letterlijk is dat ook een stukje sturen, maar het is niet sturen. Dit is het beleid en dit gaan we doen. Het zijn wat meer onderzoekende vragen die eigenlijk voorbereid moesten worden en dan terug moesten komen in de formele overlegging. Kan dat wel of kan dat niet? Ik vind het moeilijk om dat zwart-witte te beantwoorden. Je kunt zeggen dat het sturend was, maar het was ook niet sturend op de besluitvorming.
Commissielid 2
Dank u wel. Dat waren mijn vragen.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Kan ik dat dan vertalen als richtinggevend? Het was meer uitzoekwerk. Richtinggevende uitzoekvragen. Eigenlijk opdrachtjes van uitzoeken en op communicatie voorbereiden. Ik probeer het niet te hard te zetten, maar het had wel wat van dat element in zich. Maar niet als exclusief. Dit is het. Het was nog nooit heel concreet. We hadden huiswerk en er moest huiswerk uitgezet worden.
Voorzitter
Dan gaan we door met ons volgende huiswerk. Dat is het volgende onderwerp. Daarvoor geef ik collega Lammers het woord.
Commissielid 2
Dank u wel. U heeft het eerder ook al even gehad over het ministerie van Volksgezondheid en Welzijn. Dat ministerie had een belangrijke taak in de coronaaanpak. Uit de stukken blijkt dat ze volgens u niet goed toegerust zijn op die grote verantwoordelijkheid. Dan doe ik op een e-mail van u van 15 augustus 2020 aan minister Grapperhaus, waarin u zegt — en ik citeer — dat VWS van oudsher een stelseldepartement is met afstand tot de uitvoering, al vanaf maart hebben wij aangedrongen op een crisisorganisatie bij VWS die beleid en uitvoering verbindt. Dit heeft niet plaatsgevonden. Het departement is overbelast met Kamerbrieven en de dagelijkse ideeën van Hugo. Kunt u dit uitleggen en toelichten hoe dat departement functioneerde?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat was een vrij duidelijke e-mail, moet ik zeggen, als u hem zo citeert. Ik heb dit proberen te beschrijven. Een stelseldepartement stuurt vaak op het brede beleid in het hele stelsel. Opeens komt er zo'n crisis en moet je sturen op de uitvoering. Daar heb je geen mensen voor. Ik maakte net een vergelijking naar het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Daar is een hele grote crisisorganisatie al ingericht die daar standaard wat op kan doen. Bij zo'n stelseldepartement, wanneer er dan toch een crisis komt, moeten zittende mensen opeens beleid maken en andere dingen doen. Dat zet een enorme druk op de mensen. Ik merkte met mijn collega's die contact op hebben dat sommige mensen bijna uitgewoond en uitgeput raakten. Aan de ene kant was er een enorme belasting door vragen van de Kamer, met lange debatten en lange brieven. Aan de andere kant moesten ze ook wat sturen op de uitvoering. Er speelde zoveel. Er waren ook heel veel goede, creatieve ideeën. Dat bij elkaar moest door de bestaande mensen gebeuren. Dat heeft een hele tijd geduurd voordat er een soort separate crisisorganisatie of separate vrijgestelde mensen kwamen die zich volledig konden toerusten op die taak. Ik herken dat. Dat gaf ik al aan. Ik denk dat dat voor meer stelseldepartementen geldt. Ik merk dat dat in een aantal departementen de afgelopen jaren ook geleid heeft tot het versteuigen van de crisisorganisatie binnen een departement en daarop voorbereid zijn. Het tweede element — ook dat heb ik me noemd in het eerste deel — gaat dus ook om bepaalde doorgedachten over de vraag of je doorzettingsmacht nodig hebt. Is dat dan geïmplementeerd al in de wetgeving? Is daar het debat over plaatsgevonden? Die elementen bij elkaar. Dat was ook de aanleiding van deze mail aan de minister van Justitie en Veiligheid. Dat heb ik, denk ik, al een andere gezet. Ik ben ook in die periode een keer bij de secretaris-generaal van VWS geweest om bijna collegaal te zeggen dat ik dit zie en dat we dit zouden moeten gaan doen en dat we dit mee speelden. Uiteindelijk is dat ook gebeurd, maar dat heeft ook wel een tijd. Ook dan is het een ministerieel ambtelijk orgaan. Iedereen werkte zich. Het lag niet aan de mensen. Iedereen werkte zich. Ook maar weer in het Nederlands gezegd het snot voor de ogen. Maar het raakte ook uitgewoond. Bijna overbelasten mensen. Dat heeft ook geleid tot een aantal wisselingen van mensen die gewoon op waren. Daar staat een stuk van mijn zorg.
Commissielid 2
Kunt u dan nog eens nader toelichten wat u eigenlijk zegt? Dat het departement overbelast is. Vooral over de dagelijkse ideeën van Hugo.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Er waren veel mogelijkheden en oplossingen. Je zag in dat departement de creativiteit van ideeën die moesten gebeuren. Dat stond natuurlijk ook weer concurrerend tegenover het voortdurende debat. Dat leidde tot ophoping bij dezelfde mensen van al deze drie processen bij elkaar.
Commissielid 2
Wat heeft u dan als NCTV gedaan om dat te verbeteren?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik heb twee dingen in de mail die duidelijk zijn. Ik ben ook een keer naar de toenmalige secretaris-generaal geweest. Ik heb ook met anderen erover gesproken. Het is niet mijn verantwoordelijkheid, maar als collega heb ik wel een mens geholpen en geadviseerd. Doe nou dubbele bezetting, doe dit. Langzamerhand is dat ook gebeurd. Dat leidde ook tot vrijgestelde mensen op die projecten. Uiteindelijk verbeterde dit ook wel. Maar zeker in dat eerste half jaar heeft dat onder druk gestaan. Dat zeg ik ook zeker omdat het parlementaire proces — ik zeg dat maar in mijn woorden — bijna het departement opvrat. Dat was zeer intensief, waardoor de andere taken onder druk konden staan. Die twee botsten voortdurend met elkaar.
Commissielid 2
Welke rol speelde de minister van VWS hierin?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik begrijp dat u me even wilt helpen met wat u precies aan mij wilt vragen in deze vraag.
Commissielid 2
Laat ik de vraag anders stellen. Vond u dat het ministerie van VWS teveel taken naar zich toetrok?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nee, want dit was hun taak. We hebben eigenlijk geholpen, alleen merk ik dat het ministerie van VWS nog niet volledig toegerust was op zo'n soort crisis in de volksgezondheid. Ze waren daar niet op toegerust en zijn daarin gedwongen. Dat leidde tot ook deze uitspraken. Als ik toch luister naar de epidemiologen, is het een volgende pandemie. Het ligt op de loeren en niet in momenten. Ja, maar kom bij. Wij moeten dus beter toegerust zijn, ook zo'n ministerie, in die verschillende vormen in relatie tot de minister naar de Kamer, maar juist ook in de operationele aansturing. Dit moet gewoon 24-7 kunnen draaien in een langdurige periode. Daar moet je nu over nagedacht zijn en dat moet je nu inrichten.
Commissielid 2
Dus u vond dat zij geen taken naar zich toe hadden getrokken die eigenlijk niet bij VWS lagen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nee, misschien eerder andersom. Wij als NCTV deden ook veel om daarin te helpen. Dus als ik heel eerlijk moet zijn, misschien even als NCTV, deden wij ook heel veel samen met hen om te helpen. Nee, ik heb geen taken naar me toe zien trekken.
Commissielid 2
En los van de NCTV had u het idee dat het ministerie van VWS taken naar zich toe trok die eigenlijk bij een ander ministerie thuishoorden?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat heb ik niet zo beleefd en ook zo ervaren. Dat zal ongetwijfeld ook wel een keer gebeurd zijn, maar juist de andere ministeries, als het ging over de luchthavens, als het ging over dat, alle ministeries waren op hun terrein ook echt wel aan de bak. Maar de kernrol, de pandemie bestrijden, was gewoon van VWS. En dat ging dan inderdaad over alles wat eruitgekomen is dat lag bij hen. Dus ik heb dat niet zo beleefd dat daar taken naar het ministerie werden toegetrokken.
Commissielid 2
En u zegt net dat het parlementaire proces erg intensief was. Wat maakte dat intensief?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, weer vanuit persoonlijke titel. Dat maakte de lange debatten tot diep in de nacht voortdurend. De vraag om lange Kamerbrieven. En in het debat maak ik ook maar een persoonlijke noodzij-stapje. Ook in zo'n crisis is de vraag wat de parlementaire crisisorganisatie is die vanuit de parlementaire taak controleert en toezicht houdt. Dat kan niet altijd op hetzelfde moment als regulier. Dus er hangt iets met elkaar samen. En in die crisis werd het — dat is helemaal aan het oordeel van de Kamer zelf en hoe je dat wilt doen — maar eigenlijk als je zo druk bezig bent, politiek en ambtelijk, zoek je ook daar een bijpassende vorm van controle van de Kamer uit. En ik heb daar niet het antwoord op, dat is aan u zelf. Maar in die topdagen was bijna het parlementaire proces zo vragend naar zo'n ministerie dat ze niet meer aan hun rol toekwamen. Ik zeg bijna, want die is eigenlijk moeten doen. Dus hoe doe je nu als Kamer? Hoe organiseer je je als Kamer in een crisis? Daar heeft de voormalige voorzitter al bij u over gesproken. Maar ook, hoe doe je dan toch je parlementaire proces in een democratie, maar wel geconcentreerd ook op die crisis? Ik vind dat een belangrijke vraag die ik graag aan u adresseer als commissie.
Commissielid 2
U heeft het over die lange Kamerbrieven, maar die waren niet op verzoek van de Tweede Kamer zo lang.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nee, maar het is de interactie tussen het ministerie en de Kamer. Het debat was net zo lang. Het was langer dan de brieven, dus er ontstaat een interactie. Die interactie kostte veel tijd. Dat kan ik alleen maar vanuit de crisisbeheersing constateren. Ik zag de effecten daarvan, wat er gebeurde. Ik heb er niet een oordeel over, goed of fout. Ik kan alleen maar dat beschrijven. Dat gaat ten koste van een aantal andere onderdelen in de crisis.
Commissielid 2
U zegt ook in uw e-mail dat u op dit punt het meest kwetsbare vindt en dat het direct van invloed heeft op de politieke stabiliteit. Vindt u dat eens nader toelichter wat u daarmee bedoelt, met politieke stabiliteit?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Volgens mij was ook de breedte van het debat in de Kamer, met een onderwerp waar we het er straks ook over gaan hebben, teorieën en complotten, wat hier ook mee samenhing, heel veel andere discussies naar voren bracht. Ik heb met die zin ook aan de minister van Justitie en Veiligheid durven zeggen dat er meer gebeurt in de samenleving. Dat gebeurt ook in de Kamer. Als we daar niet toch een bepaalde discussie voeren, een Kamerdiscussie over wat de lijn is, hoe dat zit met alles wat eromheen zit, dan heeft dat ook risico's in die stabiliteit. Ik heb het zo bedoeld te zeggen, maar ik weet het ook niet meer helemaal precies. Maar dat speelde in die tijd ook.
Commissielid 2
We komen straks ook nog te spreken over de onrust in de samenleving. Dan zal ik daar nog op terugkomen. Nog even over de taken van het ministerie van VWS. Het ministerie van VWS deed bijvoorbeeld ook de organisatie en de uitvoering van de vaccinatiecampagne. Had dat volgens u niet bij een ander ministerie belegd kunnen worden?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat kan altijd, maar dat is niet logisch. Want vaccinatie is een belangrijk onderdeel van dit hele proces. Het kan altijd, ja. Maar was dat logisch geweest? Ik weet niet of dat direct logisch was geweest. Want een deel van de bestrijding van het virus ronduit, via de GGD's en de vaccinatiecampagne, hangt onder het ministerie van VWS. Ik denk dat een knip onlogischer geweest zou zijn en misschien nog wel meer, maar dat is een inschatting, bijna realisatieachtige onderdelen hebben gegeven. Dus nee, in eerste instantie denk ik van niet.
Commissielid 2
En de aankoop van al die vaccins lag nu ook bij het ministerie van VWS. Had dat ook niet bij een ander ministerie?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Daar moet ik hetzelfde antwoord op geven. Dat kun je altijd ergens anders leggen, maar eigenlijk is de aankoop en de voorraad van vaccins altijd een taak van het ministerie van VWS geweest. Dus het is niet iets van dit, maar dat is eigenlijk iets wat daar altijd deels geweest is. Het past daar ook binnen.
Commissielid 2
Ja, dat begrijp ik dat u dat zegt. U zegt dat het ministerie overbelast was. Ik noemde net een aantal voorbeelden. U zegt dat dat ook bij een ander ministerie had kunnen liggen. Was het dan niet logisch geweest om het ministerie van VWS te ontlasten om dat soort zaken bij een ander ministerie onder te brengen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Je hebt twee knoppen waar je kunt draaien. Je kunt ook je ministerie uitbreiden voor deze taak met hulp van andere ministeries en sneller je crisisorganisatie goed inrichten op dit. Uiteindelijk is dat gebeurd en ik denk dat dat de knop is, omdat natuurlijk een deel van de kennis toch in dit ministerie zit. Dus het loshalen van de kennis in zo'n ministerie is ook risicovol. Ik zou eerder kiezen van, en dat heb ik ook geprobeerd duidelijk te maken, bouw zo snel mogelijk je crisisorganisatie sterker op en laat het daar gebeuren. En toen dat ook eenmaal gebeurde en er ook projectleiders waren voor dat, zag je ook dat die projecten rustiger in de zin van het beheersen gingen lopen. Dus ik zou een andere keuze maken daar.
Commissielid 2
Ik kom dan toch nog even terug op mijn vorige punt, die politieke stabiliteit. U noemt daarvoor vier elementen in de sturing van het ministerie van VWS. Dat zijn het testen en het bron- en contactonderzoek, de analyse van de gegevens van het bron- en contactonderzoek nationaal en regionaal, het ziekenhuis en de ic-bedden en de kwetsbaren. En dan komt u met de zin van dit punt vind ik het meest kwetsbare en direct van invloed op politieke stabiliteit. Kunt u dan nog eens uitleggen wat u met die politieke stabiliteit ten aanzien van die vier punten bedoelt?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik weet het niet meer precies, dus ik moet bedenken wat ik hierbij bedoeld heb. Er was toen onrust in de samenleving en er speelde zoveel. Ik had toen wel de inschat dat ik bedoeld had dat als alles fout gaat en het niet goed gaat, dan hebben we een veel groter probleem dan alleen nog de crisis. Dus al die oplossingen die kwamen, het waren er veel, moeten wel goed gaan. En er zit weinig ruimte voor fouten. En als de zorg van die aanpak niet goed gaat, dan leidt dat onmiddellijk tot een crisis in de politieke stabiliteit. Dat bedoel ik niet in de brede, maar dan is het vertrouwen er niet. Uiteindelijk draait het ook in die crisis op vertrouwen erin. Dus ik denk, zoals ik nu hoor, dat ik hem in die zin zo bedoeld heb. En dat klopt dan ook wel, want dat zou ik zo weer zeggen. Zonder een goede crisisorganisatie zakt het in elkaar en heeft direct gevolgen. Dus het boegbeeld van de crisis, je laat zien, je persconferentie en je communicatie, zijn naast dat ook de operationele dingen heel belangrijke onderdelen daarvan. Dus ik denk, maar ik moet dat weer even, want helemaal weet ik dat niet meer precies, maar die mail heb ik wel geschreven, dat weet ik nog wel. Dus dat klopt wel dat ik dit bedoeld heb.
Commissielid 2
Ja, ik vraag hierop door, omdat u eigenlijk die hele zin in hoofdletters heeft geschreven. Dus daaruit leid ik af dat u dat heel erg belangrijk vond. Wat is er eigenlijk na deze mail concreet gebeurd?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat weet ik niet meer. Er waren best veel communicaties tussen bewinslieden, tussen mij en bewinslieden, waar je ook dit deelde. Ik weet wel, wat ik net ook aangaf, is dat in de loop der tijd dat anders aan, dat het breder bezet is, dat er meer mensen kwamen en dat ook die eerste zorgen die ik had, anders zijn opgelost. Ik weet niet hiervan dat er een apart overleg geweest is of een, misschien dat, maar dat moet u vragen aan de anderen betrokken dat de minister van Justitie en Veiligheid hier toch een keer met de minister van Volkskundigheid over gehad heeft. Dat weet ik niet. Er is in ieder geval geen opvolging geweest in een formeel overleg, et cetera. En in de loop der tijden zijn al die punten wel opgepakt en verbeterd en niet meer van deze zorgen geweest.
Commissielid 2
En over welk tijdsbestek hebben we het dan?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat durf ik niet te zeggen. Nee, dat weet ik echt niet meer. Er zijn zoveel overleggen en periodes geweest. Dat kan ik niet zo uit mijn hoofd zo aan u vertellen.
Commissielid 2
Ik ga even kijken. U heeft dus meerdere keren uw zorgen gedeeld en ook geprobeerd om de situatie te verbeteren. Vindt u dat u daarin bent geslaagd?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Uiteindelijk wel. Het had wel sneller gekund, maar uiteindelijk wel. Ja, uiteindelijk is dat veranderd. Maar in die eerste fase, die eerste maanden, had dat versneld kunnen zijn vanuit het oordeel van de crisisbestrijder die ik was. Dus vanuit mijn vak technisch oordeel over crisisbestrijding. Het had sneller gekund, maar uiteindelijk is het wel gebeurd. En werden al die plekken meer dubbel bezet of meer uit elkaar getrokken. En niet allemaal meer gecombineerde verantwoordelijkheden, maar aparte projecten. En werd er ook een andere structuur gemaakt in VWS die daarop ingericht is.
Commissielid 2
En u zegt dat het sneller gekund is. Hoe had het sneller gekund?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat vind ik een theoretische vraag. Dat weet ik niet. Maar we hebben het een aantal keren wel over moeten hebben. En dat duurde een tijdje. En het feit dat mensen, zoals ik u net zei, toch wat uitgewoond zaken, heeft dat lang geduurd. Ook hier speelt denk ik weer in de context van toen dat wij sneller dachten dat dit een langdurige crisis wordt. We moeten meer in structuur uit gaan lopen. En dat nog niet iedere partij dat toen nog zag. En dat ook nog niet de noodzaak zag om direct aan te passen. Maar ook dat weer in de context van toen. Ik denk dat er toen al een aantal mensen zouden zeggen dat dit twee jaar duurde. Maar dat is niet zo. Dus ook hier speelt de context wel weer mee. Misschien ook wel. Maar dan ga ik het voor anderen invullen. Dat is altijd een slechte oplossing. Dan zeg je nou, we redden dit nog wel even. In crisis moet je eigenlijk dat nooit doen. Dat hebben wij in het verleden wel geleerd.
Commissielid 2
U zegt dat andere partijen de urgentie niet voldoende zagen. Of namen het niet serieus genoeg. Welke partijen waren dat?
Pieter-Jaap Aalbersberg
We hebben het hier over de gesprekken met VWS. Dat is het enige wat het is. Natuurlijk zagen ze het wel serieus. Ook wel urgentie. Maar het meedenken in het sneller opbouwen van een grote crisisorganisatie leidde niet tot het opbouwen van die crisisorganisatie. Daar hebben we het. Uiteindelijk is dat gebeurd. Maar dat heeft de eerste tijd wel gebeurd. Dat betekent ook dat we soms de NCTV-organisaties in een gat sprongen om te helpen. En dat soort onderdelen te doen. Dat is zo die eerste periode. We praten volgens mij over de eerste fase tot aan de zomer. Dat was ook elkaar zoeken. Waar kun je helpen en waar niet. Daar komt ook deze zorg uit voor.
Commissielid 2
Ik heb toch ergens het gevoel dat er een partij is geweest die die urgentie niet heeft gevoeld. Die u wel heeft geprobeerd over te brengen als ik het zo van u begrijp. Kunt u mij eens aangeven wie die partij is? Was dat de minister van VWS?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nee, ik denk dat dit vooral in de ambtelijke organisatie zit op dat moment. Waarbij het doorschalen naar een andere structuur, naar meer crisis, op dat moment niet is gebeurd. U moet maar in de volgende voorhoren aan de betrokkene vragen hoe dat precies is. Dat weet ik niet. Maar de leerpunt die ik eraan overgehouden heb is dat je bij stelseldepartementen, die crisisorganisatie eigenlijk al in rusttijd beter moet opbouwen en na moet denken. Bij de NCTV noemen we dat het zwemvestenmodel. We hebben allemaal mensen getraind op andere plekken, op andere onderdelen. Maar komt er een crisis, laat u die daar hun werk los. Dan gaan we gelijk getraind in deze organisatie werken. Een aantal van dit soort oplossingen geldt niet alleen voor dit ministerie, maar ook voor andere ministeries, zoals ik noemde de stelseldepartementen, om wat meer crisisbereid te zijn. Dat heeft een tijdje geduurd in VWS voor dit inzicht, vanuit mijn perspectief. Misschien dat in termen wel heel veel gebeurd is, maar dat is alleen het perspectief dat ik aan z'n wee had. Ook zo ver begonnen en dubbelop. De projectorganisatie was niet vanaf de eerste periode, maar dat hebt u ook gezien in de stukken. Dat begon pas wat later.
Commissielid 2
En bij wie lag volgens u die verantwoordelijkheid dat dat wel gebeurde?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat zal niet alleen zijn omdat ik het gezegd heb. Zo werkt het ook weer niet. Dat is ook niet de positie. Het zal ook wel eigen inzicht zijn geweest en ook de eigen zorg over de medewerkers. Dus ja, dat zijn dan toch de bestuursraad van een departement. Dat is de combinatie van de secretaris-generaal en de directeur-generaal. Dat is het grote managementteam van een departement. Die zal hier uiteindelijk keuzes in hebben gemaakt om anders te gaan inrichten en te gaan prioriteren.
Commissielid 2
En welke rol heeft de minister van VWS hier dan nog in, volgens u?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat is zoals het in het hele Haagse. De minister is de politieke verantwoordelijke voor een departement, maar het reilen en zeilen en het organiseren van een departement in de ambtelijke lijn gebeurt door de secretaris-generaal en zijn dg's. Dus uiteindelijk is er altijd één politieke verantwoordelijke, maar een minister is niet de eerste die het hierop stuurt.
Commissielid 2
Dat is duidelijk. Dat waren ook mijn vragen voor dit onderwerp.
Voorzitter
Collega Huidekoper, heeft u op dit onderwerp nog vragen? Niet op dit onderwerp, voorzitter. Ik heb nog één vraag uit die mail. Toch die dagelijkse ideeën van Hugo. Vond u toen dat de minister zijn departement overvroeg?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat heb ik zo wel opgeschreven. Dus als ik zeg nee, dat staat in die zin, zeg ik dat eigenlijk. Ik denk dat het druk was. Hij overvroeg niet, maar het ging mij om de capaciteit van het aansturen van de crisis, het uitwerken van die ideeën en het parlementeren. Dus u vraagt mij nu een enkelvoudige constatering. Het ging me juist in de samenhang in die punten dat ik daar zag dat het onder druk stond. Dit was één van de elementen daaruit. Het is dus niet over vragen. Je moet zorgen dat je dan ook voldoende ruimte en capaciteit hebt om daar goed op te interveneren en in te richten. Anders moet je het anders doen. Zo kan ik het alleen maar duiden vanuit mijn positie.
Voorzitter
Helder. Dank u wel. Dan gaan we naar het volgende onderwerp. Daarvoor geef ik collega Huidekoper het woord.
Commissielid 3
Hartelijk dank, voorzitter. Meneer Arbersberg, ik wil het graag even met u hebben over de tot standkoming van de maatregelenpakketten, zoals het kabinet die verschrijvende keren heeft moeten treffelen. Het kabinet wil de drie doelen bereiken. Dat is het voorkomen van overbelasting van de zorg, het beschermen van kwetsbaren en het zichthouden op het virus. Daar komt dan in het voorjaar van 2021 een vierde doel bij, een maatschappelijk doel dat gaat over het beperken van maatschappelijke en economische schade. Om die doelen te bereiken, neemt het kabinet dan ook verschillende momenten in de crisis ingrijpende maatregelen.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Mijn eerste vraag is waar de opties voor die maatregelen vandaan kwamen. Dat zijn wat verschillende. In het begin is dit gebaseerd op het OMT-advies. Vervolgens werd dat uitgewerkt van kan dat. In het tweede en later waren er allemaal afschadingsmodellen. Er was eigenlijk al een lijn van denken dat getoetst werd bij het OMT-advies. Er was ook heel veel discussie en lobby over of er hier nog een knopje bij moest. Het is dus niet altijd hetzelfde geweest. Maar de kern van Quantum is gebaseerd op het OMT-advies. Het OMT-advies was wat breder en algemener. Daarna werd het door VWS en NSTW samen vaak helemaal vertaald. Hoe moet je dat nou precies zien? Zeker verder kwamen er ook heel veel van andere ministers verzoeken en uitzonderingen. In de laatste fase was het wel een heel complex pakket op allerlei kleine facetjes. Dat had ook te maken met hoe langer de crisis duurde, hoe meer belangen meegingen spelen en hoe meer uitzonderingen er tussendoor gingen. In principe is een heel eenvoudige maatregel makkelijk. Maar u heeft ook gezien dat de uitzonderingen groter werden. Dan werd dat weer bedacht. Soms moest dat weer even aan het OMT gevraagd worden. Als dit naar beneden gaat, wat doet dit dan met het R-getal? Uiteindelijk was dat toch wel een belangrijk onderdeel. Hoe zorgen we dat we de ontwikkeling van het virus niet boven dat getal uit laten gaan, zodat de zorg vastloopt? Er overleden al veel mensen, maar dan gaan er nog meer mensen overlijden in de gangen van het ziekenhuis. Daar heeft u het al met eerder over gehad. De basis kwam van het OMT. Later was er ook een strategie van afschalen. Daar lagen ook al stukken voor. In de loop werd dat bij elkaar gebracht in de stand van de vraag waar we staan en wat mogelijk is. Er was heel veel werk aan in de detaillering van de maatregelen.
Commissielid 3
Het OMT is de vaste adviseur op dit vlak. Zij brengen advies uit over welke maatregelen het kabinet mogelijk kan treffen. Dat advies wordt ook nog getoetst door het bestuurlijk afstemmingsoverleg, ook op uitvoerbaarheid en haalbaarheid. Vervolgens wordt er vaak een selectie gemaakt, wat in het Catshuis ook besproken wordt. Mijn vraag is hoe werd bepaald welke maatregelen al dan niet in zijn maatregelenpakket eindigden?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat was eigenlijk een proces op het OMT-advies. De ervaring die er al was op die maatregelen was wat ze doen en wat past. Langzamerhand werd dat ook steeds meer zo, zowel in de discussie als in het Catshuis, als later in de brede ministeriële commissie. Er kwam ook de politieke wenselijkheid van vakministers op een aantal onderdelen. Ik geef u een voorbeeld. Op een gegeven moment werd bijvoorbeeld de casinobranche een issue. Dan was er een vakminister die zegt dat hij meer ruimte wilde voor de casino's. Als dat kan, wat doet dat dan met het totaal en moet de ander wat minder? Dat waren politieke keuzes. Het was steeds voorbereid in een mand binnen de hoofdlijnen van het OMT. Die gaf aan en er zaten facetten. Daar werd in voorbereid wat niet kwam. Dat werd in de loop der jaren wat complexer. Op een gegeven moment werden de afschalingsplannen — het VWS had toen een afschalingsplan gemaakt — de hoofdlijnen. Daar werd het dan weer in gepast. Dat leidde dan tot een aantal keuzes in de ministeriële commissie. Daar wel, daar niet. Dat was een hele politieke keuze, ook in de politieke belangen die in zo'n ministeriële commissie lagen, tussen horeca, evenementen, het MKB en al die belangen tussen onderwijs. Daar waren politieke wegen tussen.
Commissielid 3
Wij zien in ons onderzoek dat er op verschillende momenten een conceptmaatregelenpakket heeft voorgelegen in het Catshuis en dat de selectie van welke maatregelen daar niet in zaten, door die maatregelen van het ministerie van Volksgezondheid en de NCTV, is gemaakt.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat klopt. Amtelijk in de voorbereiding, maar dan kwam het uit de gesprekken. Dat was niet een eigen keus. Dat was dus binnen de kaders van het OMT, wat ik steeds zeg. Dat was ongeveer waar je aan de hoofdknop was, door het OMT bepaald. De fijnmazigheid lag soms in het Catshuis, soms in het debat, soms aan het overleg, soms in het vooroverleg. Daar lagen voorstellen waarover dan weer gesproken wordt in het Catshuis. Dat leidde soms weer tot aanpassingen, ook soms tot goede ideeën van bewindslieden, die ook weer vernieuwing gaven. Dat was dus een soort interactief proces, waarbij VWS en NCTV wel zorgden dat er in ieder geval een pakket op tafel kwam en dat dat pakket getoetst werd. Dat was vaak iets van de NCTV met het veiligheidsbezuur, maar ook met de politie. Is het haalbaar? Is het handhaafbaar? Binnen JNV de juridische toetsing? Kan het? Er waren steeds meer toetsingsmomenten om na die pakketten tegelijkertijd te blijven. Kan dit wel? Kan dit niet? In het begin was dat beperkter, logischer en korter. Hoe langer de crisis duurde, hoe breder ook de uitzonderingen werden en de belangen breder.
Commissielid 5
U zegt dat het was ambtelijk voorbereid. Waren dat uw ambtenaren?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat waren VWS-ambtenaren. Dat was het club waar meerdere departementen in zaten. Dat waren mensen binnen het team van de NCTV, maar daar waren meerdere departementen in. Er werd voortdurend veel geschakeld met andere departementen op de thema's. Als het ging over horeca en MKB, dan was dat voortdurend operationeel schakelen tussen mijn mensen en de mensen van EZK. Zo ging dat continu door in dat proces.
Commissielid 3
Wat was het criterium op basis waarvan uw ambtenaren samen met die van VWS bepaalden welke maatregelen wel of niet voor te stellen op die zondag in het Catshuis?
Pieter-Jaap Aalbersberg
De hoofdmaatregelen lagen al. De OMT zei vaak dat daar wat moet gebeuren en daar moet gebeuren. Dat heeft uiteindelijk effect voor contacten. Alle maatregelen waren gericht op het voorkomen van contacten. Uw team maakte daar nog een selectie in. Nee, ik keek wat haalbaar was. Daar kwam vaak al politieke lijnen. Ik wil daar wat meer en daar wat meer bij. Dat was dus niet een autonoom proces. Maar er zat heel veel interactie in met andere departementen en ook andere belangen. Hoe langer het proces duurde, hoe meer die belangen en soms ook de lobby een rol begonnen te spelen. U vindt dat de maatregelen steeds meer uitzonderingen hadden. Ik ben het weer vergeten. Ik zag dat de latere sheets soms wel vier pagina's hadden met uitzonderingen. Dat was allemaal een resultaat van bredere belangen en afwegingen. Als er iets open kon, moest je kijken of zoveel mogelijk delen daar wat bij hadden. Maar wij moesten dan wel steeds weer terug samen met de VWS naar het OMT. Is het totaal nog in verenigheid met wat jullie hebben voorgesteld aan de voorkant? Wie stuurde dan die groep ambtenaren aan die daarvoor verantwoordelijk waren? Dat ben ik als NCTV natuurlijk, want het was een NCTV-deel en het VWS-deel de DG Volksgezondheid. Maar dat kwam allemaal weer in het besluitvormingsoverleg terug. Dat was niet een autonoom proces zonder al de andere partijen en de transparantie in het vooroverleg, het directeuroverleg, de adviescommissie en later ook de ministeriële commissie.
Commissielid 3
Als u inderdaad op basis van de belangen die van buiten speelden, ook lobby, maar ook een inschatting van de haalbaarheid, is dat best een invloedrijke positie natuurlijk om een selectie te kunnen maken op basis van het OMT-advies welke maatregelen wel en niet worden voorgesteld in dat katshuis.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ziet u dat ook zo? Ja, als je dat niet transparant doet, wel. Maar ook alle stukken die lagen in het katshuis en de besluitvorming maakten heel helder wat is het handhavingsadvies, wat is dit belang en wat speelt hij erin. Dus als je dat in een soort black box zou doen, dan zou dat kwetsbaar zijn. Maar de kern van dit proces is dat het voor de betrokkenen in de besluitvorming allemaal heel transparant was, ook controleerbaar en ook toetsbaar in het katshuis. Ik wil liever dat dan dat. Dus er zit een spanningsveld tussen. Maar in mijn beeld was het niet een black box-proces. Nee, het ging heel toetsbaar en transparant met de betrokkenen, zowel in de afstemming van torentjesoverleg, het katshuis et cetera. Dit zijn de mogelijkheden en opties. Dat was niet een soort black box buiten dat proces.
Commissielid 3
Waaruit bleek die transparantie dan? Want wij kunnen zien dat daar geen verslagen of notuen van zijn gemaakt. U noemt uw internet op belangen.
Commissielid 5
Die kunnen wij ook niet direct vinden. Dus hoe komt u dan tot de conclusie dat u dat proces transparant vindt?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Omdat het er uiteindelijk allemaal gedragen werd door de verzameling van betrokkenen, zowel ambtelijk als politiek. Dat is natuurlijk belangrijk, want als er iets uit was gekomen in het eerste directeuroverleg of als het kiesgoedman zegt dat het niet klopt, dan werkt het ook niet. Het werkt dus alleen maar als je op al die lijnen zorgt dat je mensen betrekt en meeneemt. Ik snap dat u nu de vraag stelt, omdat het zo niet is. Maar als het steeds wordt gedragen en uiteindelijk ook leidt tot besluitvorming, dan kan dat alleen maar als die transparantie er op die manier in zit. Daar werd heel veel over gelegd, zowel bij de NCTV, voor de mensen die er waren, als via de schermpjes, om iedereen mee te nemen, maar ook om te zeggen als dit kan. Een aantal dingen werden ook bedacht door de departementen zelf. Met het MKB kwam ik me voorstellen dat dit het vraagstuk van het OMT was. Maar wij zien hier een oplossing die dat en dat werkt. Ik kan het alleen maar zo duiden. U zegt dat het was gedragen.
Commissielid 5
U antwoordt op mijn vraag. Hoe komt u dan tot de conclusie dat het transparant is?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Maar gedragen en transparant zijn toch niet hetzelfde? Nee, maar ik vond het transparant, want het werd gedeeld en breed uitgesproken. Toen vroeg u aan mij dat er geen verslagen waren. Hoe was dat dan zo? Dan ga ik dus naar het resultaat. Als je het transparant inricht en ook de besluitvorming vindt zo, dan is het een soort evidentie dat daar wel transparantie in zat en dat mensen betrokken waren en aangesloten waren. Het is een redenatie om die vraag te beantwoorden. Ja, er zijn geen verslagen van.
Commissielid 5
En dan in het kader van die transparantie.
Commissielid 3
Als er maatregelen niet werden overgenomen die het OMT wel had geadviseerd, werden betrokkenen die dan bijzonder in het Catshuis waren daar ook over geïnformeerd? Welke maatregelen waren afgevallen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, want het OMT-advies, de brief lag in het Catshuis, maar ook in de andere besluitvorming. Dus het was volstrekt helder — er is niet zo vaak verschil tussen geweest — dat het OMT-advies en het maatregelenpakket niet klopte. Waarom moesten zij zelf die twee brieven naast elkaar houden? Ja, maar meer. Ook de heer Van Dissel, die natuurlijk aanwezig was in het Catshuis, deed dat. En hem kennen had hij dat ook echt wel gezegd, anders op zijn onderdeel. Dus er zat niet een soort geheimzinnigheid over. De OMT-adviesbrief was zo belangrijk. Als die er was, ging die gelijk al naar iedereen in alle departementen. En echt, die werd door iedereen gelezen, want dat was toch een heel belangrijk document. Dus dat was niet ook nog een brief die erbij komt. Nee, voor iedereen was de OMT-brief eigenlijk ook altijd zoals die er was. Zo ging die ook met een noodtrein door alle betrokkenen bij deze crisisaanpak.
Commissielid 3
Kwam het weleens voor dat het maatregelenpakket wat dan uw team samen met VWS, het team maatregelen, had voorgesteld, dat dan naar aanleiding van de besprekingen in het Catshuis of de ministeriële commissie, daarna op dinsdag, werden aangepast? Gebeurde dat weleens?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja. Dan gaat u mij natuurlijk concrete voorbeelden vragen. Dus dat weet ik niet precies. Maar er waren soms winstpersonen die een creatief goed idee hadden over de groepsgrootte. Die groottes werden weleens veranderd. In het AMKB moesten we werken met etages of dit of zo. Op verschillende punten vond daar ook wel bijsturing plaats, meedenken, andere ideeën. Ook wel eens dat we naar het Catshuis toch zeiden dat we nog even terug moesten naar de tekentafel, samen met het ministerie van de EZK, of dat niet anders kan. Dus op een aantal punten is dat wel voorgekomen.
Commissielid 3
Dan zou ik nog even willen gaan naar uw refereerde aan belangen, die nog speelden. Zoals ik al zei, wij hebben in ons onderzoek heel weinig kunnen reconstrueren over de gang van zaken rond het Catshuis en welke belangen daar speelden. Vandaar dat ik dit moment graag met u benut.
Commissielid 5
Wat voor belangen heeft u het dan over en hoe speelde dat rond het Catshuis?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Er was gedurende het proces heel veel lobby, begrijpelijk. Dat ging natuurlijk over de vakministers. Dat ging over de bruine vloot. Dat ging over sporten, waar de sportvelden dicht waren, en dan de A- en B-sporters. Dat ging vaak over de horeca, waar een groot belang in was. Dat ging allemaal via de vakministers. Dat ging over de casinobranche. Dat ging op een gegeven moment over binnensport, dat darten in de kroeg opeens een binnensport werd. Heel veel van die voorbeelden speelden in deze periode, waar een belang achter zat. Soms zag de verantwoordelijke bewindspersoon daar wat gebeuren. Het was op dat moment een belangenafweging tussen dat soort belangen en de politieke keuze. Die werd dan ook wat gemaakt. Dat was ook zo. Dat was ook een deel van de lobby. Ik meen goed herinneren dat de MKB en de horeca een hele sterke lobby hadden. Die waren veel aan het lobbyen om ruimte te krijgen. Dat heeft natuurlijk ook een politieke vertaling in die belangen. Dat kwam dan ook in de discussies in het Catshuis mee. Dat vertaalde zich soms ook in de maatregelenpakketten. Wel of niet iets meer verzoepeling daarin en daar niet. Het was prioriteren van de verzoepelingen. Het zat hem vaak niet in de nieuwe maatregelen, maar in de prioritering van de verzoepelingen. In hoeverre vindt u dat transparant? Dit is bijna geen open vraag. In deze stad is lobby nooit transparant, meester.
Commissielid 3
Dan zou ik u nog even vragen wat uw precieze rol was in dat Catshuis. Kunt u ons eens meenemen wat u deed als u daar uw zondag doorkwam?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik zorgde er altijd voor. Mijn mensen zorgden ervoor dat zaterdagavond alle stukken klaar waren. Dat was dan vaak een dikke stapel met sheets van de heer Van Dissel. Dat was het oranje sheetdek van ons. Soms was de gasten ook met een sheetdek en dat dat allemaal fysiek beschikbaar was. Vaak was er wel of niet tijd. Soms kon het verstuurd worden. Soms was het ook te vertrouwelijk en dan werd het ter plekke uitgereikt. Dat was dus het voorbereiden van het overleg. Met de voorzitter hadden we ongeveer een programmaatje. In het overleg begonnen we eigenlijk altijd met de heer Van Dissel en zijn presentatie. Dan kwam mijn rol. Ik nam het sheetdek door wat de verzameling was van de brede maatschappelijke opgaves. Wat speelde in de handhaving en wat later speelde in de openbare orde? Welke denklijnen zat op het OMT-advies naar aanleiding van de maatregelen? Waar je aan zou kunnen denken, et cetera. Nog wat te onderdelen. En dan werd mijn rol minder. Dan begon het debat tussen de bewindspersonen met soms nog een vraag. En aan het einde kwam er huiswerk. In die huiswerkverdeling had je dan weer een rol. Heel bazaal was dat ongeveer de sessies.
Commissielid 3
Mag ik dan concluderen dat u, door sturing te geven aan dat team maatregelen, over die sheetdek ging waarin het voorstel aan het kabinet werd gedacht, dat u daardoor een behoorlijk invloedrijke positie had in die periode?
Pieter-Jaap Aalbersberg
U slaat nu een heleboel antwoordenvragen in. Mag ik nu concluderen dat? Nee, ik had een faciliterende bijdrage. De perol hoorde bij de NCTV. Rust brengen in het proces, regelmaat en overzicht. En dat was mijn positie. Maar de inhoudelijke keuzes waren steeds mede op andere stoelen. En daar zat ik bij, heb ik gezien. Ik kon dus ook adviseren daarin. Maar dat waren niet de keuzes die aan mijn positie hadden.
Commissielid 5
Is dat wenselijk voor uiteindelijk de duur die de coronapandemie heeft geduurd?
Commissielid 3
U bent natuurlijk niet verkozen.
Commissielid 5
Levert dat nog een probleem op met de democratische controle wat u betreft?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nou, dat vind ik een hele grote vraag die u nu aan mij stelt. Nee, de NCTV hangt onder de politieke verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid. En op elk moment kan de minister van Justitie en Veiligheid zeggen, dit is niet goed, ik wil een ander. Dus de NCTV staat ook onder, is niet een vrijgesteld persoon. Valt erg onder de politieke verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid. En in dit deel stuurt ook de minister-president daarop. Dus nee, de politieke lijn is verantwoordelijk. En daar heeft de NCTV een rol in. Ook een rol om dat samen te brengen, die is het. Maar dat is niet een soort ondemocratisch vrije, oncontroleerbare rol. Altijd binnen de politieke verantwoordelijkheid van de betrokken bewindslieden. En dan is hij als hoge topambtenaar, is hij verantwoordelijk voor zijn eigen daden. Niet net zoals een SG dat ook is. Omdat die vergelijking al een keer gemaakt is.
Commissielid 3
Ik vraag het omdat u de nadruk legt op de faciliterende rol. Dat zien wij inderdaad ook terug. En tegelijkertijd zien wij ook berichten die erop hinten dat u toch ook een invloedrijke rol had. Zo stuurt voormalig directeur-generaal Sonnema, die stuurt een app naar Hugo de Jonge met betrekking tot de versoepelingen. Ik citeer, Pieter Jaap, dat bent u, wil de kleine stapjes niet. Hij vond sport veel te veel. En daarop reageert Hugo de Jonge met, oké, Pieter Jaap, dat refereert weer aan u, het begint wel een zelfstandig bestuursorgaan te worden.
Commissielid 5
Begrijpt u dat wij daaruit vragen hebben over hoe invloedrijk u was? Of uw rol niet verder ging dan de faciliterende?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, ik snap deze vraag. Volgens mij moet u dat dan bij de betrokken van deze mail doen. Het is een typische zin die ik pas bij de heer De Jonge, zoals ik heb gezien. Ik vind het meer de grappigheid hiervan dat dit serieus was. Want als het serieus was, was het echt te bedden gebracht in een torentjesoverleg en et cetera. Dan was het echt een issue geworden en dit was geen issue. Ik snap deze lijn en ik snap ook de... Ik kende deze mail niet, dus ik heb hem ook pas afgelopen week gelezen. Ik had er een glimlach bij. Dus u herkent zich niet in het beeld wat daar wordt geschetst? Ik snap wel. Elke grap heeft ook een wijziging. Natuurlijk had die NCTV een rol in die spelverdeling. Ze werkte heel erg met de voorzitter en probeerde dat te doen. Dus natuurlijk was dat wel zo. Maar het was geen vrije, oncontroleerbare rol. Daar herken ik me niet in.
Voorzitter
Dank u wel. Collega Lammers, heeft u op dit onderwerp nog aanvullingen?
Commissielid 2
Ja, ik heb nog enkele vragen. U had het net al even over die sheets. Mijn vraag was nog even. Dat was mij nog niet helemaal duidelijk. Wie besloot dat die sheets op een gegeven moment klaar waren en meegingen naar het Catshuisoverleg?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat waren verschillende trappen. Vaak gingen die ook al mee in het Torentjesoverleg. Daar was geen verrassing. Dus de Torentjesoverleg had men vaak al gezien in de opbouw. Op het laatste moment kwamen er altijd nog wel wat dingen bij, zoals de handhavingsvraag van de politie. Dus er werden wel wat dingen toegevoegd. Dat was dan mijn verantwoordelijkheid dat dat bij elkaar gezet had. Maar het was een combinatie van voorbereidingen vanuit het Torentjesoverleg. Daar lag eigenlijk de kern van een aantal punten. Ook in die lijn. En de definitieve laatste klap op het pakket. Dat deed ik meestal zaterdagavond om een uur of tien. Dat was mijn verantwoordelijkheid.
Commissielid 2
Ik stel die vraag omdat het dan toch lijkt alsof u een invloedsrijke rol heeft. U bepaalt dan uiteindelijk dat dit alles samen is. Klopt dat?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, toch zie ik dat anders. Alles om de maatregelen was ook al in het Torentjesoverleg geweest. Dus dat zat daar niet op. Het was meer de admissieve verzameling van de hele Z samen. U heeft het gezien. De Z waren een paar verschillende delen van input. Dat deden wij samen, ook weer in het faciliteerende proces. Maar het deel over maatregelen was ook al in het Torentjesoverleg geweest. Dat was niet op dat moment bepaald en doorgezet. Dat was besproken in het Torentjesoverleg en daar ook al voorzien van dit mee naar het Catshuis. Dat was geen zelfstandige keuze voor de NCTV. Dat had ik ook raar gevonden.
Commissielid 2
We hebben heel veel vragen gesteld over dat Torentjesoverleg en over dat Catshuisoverleg. Die vragen hadden wij na twee jaar onderzoek niet hoeven stellen als er notulen waren geweest. Als dat allemaal transparant was geweest. Hoe kijkt u daarnaar? Dat de commissie dus twee jaar onderzoek heeft gedaan. En dat er dus nog steeds heel veel vragen leven over hoe die overleggen in elkaar zaten. Wie daarbij aanwezig waren en wie niet. Kunt u daarop reflecteren?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Als dat allemaal verslagen was, dan snap ik dat uw onderzoekstermijn korter was geweest. Dus als u dat bedoelt, dan kijkt u daar ook zo tegenaan. Ja, alles was daar graag in. Dan had u alles kunnen doen. Maar als u bedoelt van, kijk jij nou terug, is dat nou wel of niet goed geweest? Want ik hoor bijna een soort normerende vraag aan u.
Commissielid 2
Ik bedoel eigenlijk voldoende transparant.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, dat is weer aan u. Ik kan alleen zeggen dat ik met volle overtuiging...
Commissielid 2
Ik stel de vraag aan u.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik ga wel mijn antwoord geven. Dat ik met volle overtuiging dit proces, waarbij het torentjesoverleg een rol had... Ook dat en het Catshuis ook een belangrijke rol. Maar uiteindelijk in de besluitvorming. Alles is goed vastgelegd en vastgezegd. Dat ik daar toen een goed gevoel bij heb. Dat dat zuiver en goed geweest is. Anders kan ik het niet zeggen. Ik snap ook wat u vraagt. Daarvoor hebben we ook deze openbare verhoren. Dat u alle partijen kunt met dat vragen. Maar ik heb daar op dat moment, in die tijd... En ook als ik terugkijk, heb ik niet gezegd... Nee, voor mij was dat niet een soort schimmig... Nee, dat paste hierbij. En de besluitvorming was goed vastgelegd en voestgeborgd, et cetera. Zo heb ik dat ervaren. En zo kijk ik... Ja, ik ben ook niet helemaal... Ik ben natuurlijk ook redelijk gekleurd terugkijken naar deze... Naar de rol ook terug.
Commissielid 2
Maar vindt u het dan wenselijk dat er dus... Schijnbaar een heel onderzoek en openbare verhoren nodig zijn... Om dat hele proces eigenlijk in kaart te brengen? Dat is wat ik u nu eigenlijk hoor zeggen. Ja, er zijn toch openbare verhoren? Dus dan komen we er vanzelf achter hoe dat allemaal in elkaar zat.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, daar zitten ook veel vragen volgens mij achter. Als ik de formele besluitvorming volg... Heb ik niet beleefd in die tijd dat daar een heel schimmig proces omheen zit. Nee, dat was allemaal voor alle betrokkenen zichtbaar, stapje voor stapje. En dat leidde tot goede voorstellen en daar is over besloten. Dus ik kijk wat anders tegen de vraagstelling aan, zoals u zegt. Voor mij was dit proces misschien ook niet nodig geweest, want dat wil ik ook niet zeggen. Want ik heb gevoeld in mijn tijd dat het open en transparant was. En de onderzoeksraad voor de veiligheid, die haar taak gedaan heeft, kon ook... Zo heb ik dat in mijn beleving ervaren. Ik merk dat u in uw commissie zegt, dit is nodig. Daar kan ik u gewoon... Ja, de vraag is dan... Ja, zonder verslagen moet je veel doorvragen. Maar ik heb daar destijds, en nog steeds die terugkijkend, dat als iets schimmigs of iets vaags gezien. Omdat in die besluitvorming het allemaal transparant was te volgen. Dat al die sheetdecks open en klaar zijn. Dat waren geen losse velletjes. Nee, de hele onderbouwing van al die stukken van de sheetdecks overal is een volgbaar en controleerbaar proces. En daar zit vanuit mijn perspectief de opbouw van gedachtengang, de buitenkant en de besluitvorming steeds in.
Commissielid 2
Ja, ik begrijp dat u dat zo heeft ervaren. Maar voor de mensen die er niet bij waren... Vond u dat het ook daarvoor voldoende transparant was wat er allemaal gebeurde?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, nogmaals, met gevaar van herhaling. De verantwoordelijke ministers, de verantwoordelijke ambtenaren, rondom het proces van Catshuis en alles wat daarin zit. Vond ik dat transparant genoeg. Ook in de besluitvorming, ook in de stukken die uiteindelijk in de ministeriële commissie komen. Vanuit mijn perspectief.
Commissielid 2
Ik probeer het even goed te begrijpen. U heeft het nu over de ministers die daarbij zaten. Ambtenaren die daarbij zaten. Maar het gaat mij meer om de mensen die er juist niet bij zaten. Of het voor hen ook transparant was wat daar allemaal gebeurde.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, ik probeer het toch een beetje te begrijpen. Er is veel politiek-bestuurlijke besluitvorming. Er zit een soort waardeoordeel in wat ik moeilijk vind om voor u antwoord op te geven. In het betrokkenen met het proces is daar integere besluitvorming plaatsgevonden. Met een politieke afweging is de Kamer daarover geïnformeerd. Vanuit mijn perspectief was dat toen zo. Er zijn meer besluiten. Dat geldt natuurlijk niet voor de hele samenleving. Maar de hele samenleving, en dat is weer een vraag aan u, of u dezelfde veronderstelling heeft op de communicatie, de persconferenties en dat uiteinde, voldoende geweest is om de samenleving iets aan de vlak. Ik ben bang dat ik me hierin anders ga herhalen.
Commissielid 2
Vindt u dan dat het voor die samenleving transparant moet zijn wat daar allemaal gebeurt?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Op dat moment in de crisis moet je communicatie goed genoeg zijn om iedereen mee te nemen. Daar hoort ook transparantie bij. Maar dat is niet in alles. Dat is altijd weer een balans. Wat is breed en wat is niet breed. Gelukkig hebben we een systeem als een onderzoeksraad en ook een enquête, omdat het zo groot is met zoveel impact, om daar toch nog een keer naar terug te kijken. Dus dat hoort een deel bij dat proces in balans.
Commissielid 2
Oké. Ik heb dan nog een vraag. U had het net over dat er in het Torentjesoverleg en in het Catshuisoverleg debatten plaatsvinden. Hoe eindigden die debatten dan?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, altijd wel tot een gemeenschappelijk beeld en een samenvatting van de voorzitter. Uiteindelijk is daar een voorzitter voor en die vat dan het gesprek samen. En dat werd dan wel door de hele zaal, of het kleine overleg, de samenvatting van dat. En dat was de afwerking. En daar zaten dan ook die verschillende perspectieven en belangen in. En dat leidde dan soms tot wat huiswerk of wat onderdelen, of naar de besluitvorming de week daarna in de formele commissies.
Commissielid 2
En werd daar ook al in die debatten een bepaalde consensus bereikt? Of bepaalde overeenstemming bereikt?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, in richting wel. Dat heb ik proberen aan te geven. Het was natuurlijk ook afstemming, politieke afstemming. Dus ja, het Catshuis was ook een beetje, hebben we nou het gemeenschappelijk beeld van de epidemiologische onstandigheden? Welke richting het opgaat? En wat wordt de voorbereiding van de besluitvorming? Ja, dat was niet een besluit, maar daar zit natuurlijk, het doel was juist die afstemming. Politieke draagvlak om een deel, dat vroeg de voorzitter ook, zat daar een stuk sturing en richtingbepaling in? Ja, daar zat een stukje sturing en richtingbepaling in. Alleen nog niet op de scherpte en het precies zijn nog niet in het besluit. Maar het toewerken naar zo'n stuk, ja.
Commissielid 2
En kunt u dan het verschil uitleggen met hoe dus, als er bijvoorbeeld consensus werd bereikt, of overeenstemming werd bereikt over een bepaald onderwerp, hoe dat dan nog verschilde van een besluit wat later dan in een ander overleg nog werd genomen? Vraag me dat even af te stellen, dan vraag ik het u.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, vaak was dat wat meer de scherpte. Als er toch een soort principe gedacht werd over een sluiting van de hele sector, dan was dat de consensus. Maar of het dan allemaal tot in detail voor iedereen ging, dat was dan verder in die week uitwerken met de andere ministeries. Of alles eronder viel, of de levensmiddelen, heel keurig hebbend dat we toch de levensmiddelen-MKB open lieten. En de week daarna kwam de vraag, waar valt de HEMA onder? Dat zat daar niet in, maar dat leidde wel tot heel veel. Dus heel veel van dat soort kleine aspecten in die grote consensus, waar gaan we naartoe, was uitzoekwerk, en ook detaillering en ook een grondslaggever.
Commissielid 2
Maar als ik dat dan zo hoor, dan denk ik dus eigenlijk, ja, dan is er dus in die overleggen een grote beslissing gemaakt. En dan worden er in een later overleg nog nuances opvolgen.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nee, ik zie dat toch iets anders. Er lag wel meestal iets van het OMT. Er lag een lijn, wat de voorstel is, daar waren een aantal ideeën over. Daar werd op dat moment politiek in een consensus gezegd, dit is de richting. En vervolgens werd dat uitgewerkt en kwamen de uitwerkingen terug in de formele besluitvorm in de kaders. En dat katshuis was wel een gesprek over, dit is het beeld van het OMT, zien we dat ook politiek? Dragen we dat politiek met elkaar breed deze richtingen? Die lijn zit daar nog wat in. En dat was eigenlijk het afstemmen en met elkaar kijken, waar gaan we naartoe? Zo zat het katshuis in elkaar. Maar dat leidde in de samenvatting niet dat en dat, maar dat leidde dan ook tot een soort samenvatting van zoals besproken is. En daar zat dan huiswerk in, wat dan de dagen daarna heel snel ging naar een stuk, wat dan door de adviescommissie moest en uiteindelijk de ministeriële commissie.
Commissielid 2
Maar in hoeverre was er dan nog mogelijkheid tot afwijking?
Pieter-Jaap Aalbersberg
U bedoelt voor of na het katshuis?
Commissielid 2
Na het katshuis.
Pieter-Jaap Aalbersberg
In de details uitwerking, omdat je op de hoofdlijn weet wel eens, maar dan opeens was, ik ga wel aan wat een hema, een vraag, waar hoort die wel bij? Of werd de bruine vloot een vraag, waar hoort die wel bij? Dus er zaten soms, zeker later in het proces, op heel veel van die details nog uitzoekvragen, of soms vragen, is de juridische definitie dicht genoeg? En dan kwam van de juridische afdeling, nee, die is niet goed genoeg, die moet toch meer zo. Dus daar zaten echt nog wel samen met VWS en anderen nog heel veel, en ook de andere vakdepartementen, want dan ging, moest ook het vakdepartement, werd daar meegenomen, nog een soort zoekwerk, voordat we dat pas konden formuleren in de scherpe besluitvorming van de stukken die naar de adviescommissie en de ministeriële commissie ging. Daar zit u het allemaal heel scherp in verwoord, met precies op detailniveau. Nou, dat was niet de discussie in het katshuis.
Commissielid 2
Maar dan nog mijn laatste vraag. Mag ik dan wel concluderen dat er in het katshuis in ieder geval op hoofdlijnen besluiten werden genomen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ook hier ben ik bang dat we, er wordt afgestemd, maar er was geen besluit. Want als er twee dagen alles anders wordt, kwam er een ander, het had gekund. Dus ja, er werd afgestemd. Politiek binnen de coalitie, binnen kleuren van de politie, tussen vastministers. Maar het werd samengevat als een deel van het gesprek, maar niet, we besluiten nu dit. Dat is één keer gebeurd, was dat in een, ik weet niet in welke sessie, volgens mij 15 maart, en toen hebben we na het kathuis een ministeriële commissie bij elkaar gehad. Dat was de enige keer dat we besluiten moesten nemen, toen is het kathuis beëindigd, en is er een groot gedeelte van de ministers overgegaan in een ministeriële commissie. En toen zijn de besluiten genomen die ook zijn vastgelegd zijn. Om goed die twee dingen weer uit elkaar te halen.
Commissielid 2
Ja, oké. Dat waren mijn vragen.
Voorzitter
Dank u wel. We gaan naar het volgende onderwerp, maar ik hecht nog even waarde aan om te benoemen, want meneer Aolfsberg, u had het over een oordeel. Ik denk als commissie hebben we nog minder zicht op het kathuisoverleg, op het torentjesoverleg. Vandaar dat we daar veel vragen over stellen. De commissie gaat uiteraard met een oordeel komen, maar dat zal pas echt later zijn. In het eerste kwartaal van 2027. Omdat we hier minder zicht op hebben en het goed willen reconstrueren, hebben we hier wat langer bij stilgestaan. Ik geef graag het woord aan collega Lammers voor het volgende onderwerp.
Commissielid 2
Ja, dank u wel. Ik heb het al even eerder, is het al voorbijgekomen, de onrust in de samenleving die is ontstaan. Vele duizenden mensen zijn eigenlijk in verschillende plaatsen met verschillende zorgen de straat op gegaan. Hoe verklaarde u destijds die toenemende onrust, maatschappelijke onrust?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Een belangrijk document hiervoor geweest is, we hebben het nu steeds gehad over de NCTV-rol in de crisisorganisatie. Een ander deel van de NCTV is bezig met dreigingsanalyses en duiding. In die periode hebben zij een fenomeenanalyse gemaakt over de verschillende gezichten van de coronaprotesten. Een derde deel was bewaken en beveiligen. Toch weer even in de tijd plaatsend, corona is denk ik de eerste grote crisis geweest waar sociaal media en algoritmes een grote rol gespeeld hebben. We moeten niet vergeten dat in die nieuwe online-wereld we nog steeds moeite hebben om een rechtsstaat in te richten zoals die is. In de fysieke wereld mag je niet bedreigen, mag je niet opruien, mag je niet de democratie ondermijnen. Dat zou ook niet moeten mogen in de online-wereld, maar daar hebben we nog weinig instrumenten. Je ziet eigenlijk in die corona, dat zagen we ook tijd, dat er zijn altijd complotten geweest, dat is ook helemaal, maar dat in die aanloop opeens in die algoritmes al die verschillende complottheorieën opeens naar elkaar kwamen en bij elkaar kwamen. Ik bedoel niet te zeggen dat is de schuld van sociale media, maar de sociale media is een soort facilitator geweest daarin en ook het faciliteren van ongenoegen. Dus ook in de tijdsgeest is die verandering in de tijd, en dat zien we nu nog meer eigenlijk, waarbij de online-wereld de bepader en de versneller is, een online-wereld waar de rechtsstaat in mijn perspectief nog niet volledig in werkt, een enorme rol hierin gespeeld heeft. Dat gezegd hebben, ga ik nu concreet naar die periode in toe, en dat zie je ook dat eigenlijk gedurende die tijd van corona eigenlijk, en wij zeiden dat toen dat COVID-19, iemand anders gebruikt ook het woord contrastvloeistof, maar in dit stuk hebben we dat woord contrastvloeistof, eigenlijk gewerkt heeft die de cohesie versterkende en verzwakkende elementen in de samenleving zichtbaar gemaakt heeft. Er was ongenoeg in de samenleving bij een aantal mensen. Het anti-elitedenk kwam op. En je ziet dat al die onderdelen zonder daar stempels en dingies op te vinden, maar rond die corona kwam dat bij elkaar, niet in de ideologie, maar in een vrij brede, en dat noemden wij de bovenlaag, in een stuk ongenoegen. Nog steeds waren dat, als je dat weer getals kijkt, het grote midden en de buitenkeinde, hebben het hier over een deel van de samenleving. En corona bracht al die zowel complotten soms bij elkaar, als dat maatschappelijk ongenoegen, en dat leidde zowel in de online-wereld, als ook rond protesten, tot een soort samenhang daarbinnen. Binnen die protesten zagen we ook een onderlaag ontstaan, een radicale onderstroom. En die radicale onderstroom werd gedurende de tweede helft van corona zichtbaarder. Enerzijds in demonstraties, waarbij gewoon reguliere demonstraties gekaapt werden. De Defend-groepen, die we nu ook zien, kwamen toen eigenlijk voor het eerst op straat en in beeld. Die is er ook in die onderlaag gekomen. En die onderlaag radicaliseerde zich zowel online, dat hebben we ook zo opgeschreven in dat beeld, en groter, en is na corona eigenlijk gebleven. Deels in de discussie van soms, wat we hebben noemen, de definitie van soevereinen, soms anti-institutionelen. En die bovenlaag is eigenlijk langzamerhand weer verdwenen, spelt wel anders, maar is niet overgebleven. Dus eigenlijk gedurende de hele corona is die voor het eerst... Ja, nog één voorbeeld geven. Polarisatie is altijd al zo geweest, levenslang, maar polarisatie is nu door de versnelling in de onlinewereld een ander begrip geworden. En heeft dat opeens met kleine berichten brengen, opeens veel meer mensen samen. En dat proces in de samenleving, met dat stukje ongenoegen wat er was, wat het bij elkaar gebracht heeft, leidde tot een stukje van de maatschappelijke onrust in demonstraties. En daarbinnen ontstond een radicale onderstroom, die eigenlijk na afloop gebleven is, en die we nu nog zien.
Commissielid 2
We zien ook uit de stukken dat er veel kennis is bij de NCTV over die groeiende maatschappelijke onrust. Heeft u die kennis? En waar heeft u die kennis vooral in gebracht?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Kern van dit soort producten van de NCTV, daar is de NCTV opgericht, is dat het openbaar is. Dus ze worden gepubliceerd. Ze worden aan uw huis gestuurd. Ze gaan naar de bewindslieden. Ze gaan naar ambtenaren. Ze zijn ook voor burgemeesters. Ook deze fenomeenanalyse was juist in die tijd ook voor de lokale bestuurders bedoeld, om iets meer zicht en grip te krijgen. Wat is er aan de hand? Ze gaan naar de professionele diensten, politie, AFD, et cetera, die ook trouwens meewerken. Voor hun is het geen verrassing, want dit product wordt ook mede gebaseerd op wat zij zien en hun producten met elkaar. Dus het wordt vrij breed verspreid en juist ook gepubliceerd, omdat ook wetenschappelijk mensen hiermee doen. We zien later ook vervolgonderzoeken van universiteiten soms op deze thema's. Dus, kort samengevat, breed verspreid met een publiek doel.
Commissielid 2
En heeft u dan ook die informatie ingebracht in de besluitvorming van het kabinet?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja. Nou, eigenlijk al veel meer. U hebt dat kunnen zien weer in de deck over de sheets. Eigenlijk vanaf de politie was langzamerhand een vast onderdeel waar de politie elke week het kabinet informeerde wat er gebeurde in de samenleving. Van klein tot groot. Dus dat begon al heel erg vanuit het openbare ordebeeld van de politie, wat steeds meeging. Ook dit product is meegenomen op een aantal keren. Dit werd meegenomen ook in de onrust en de spanning die er is. En dat werd ook wel besproken.
Commissielid 2
En wat deed het kabinet dan met die informatie?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Het leidde niet op dat moment in een keer van we moeten een besluit nemen. Ik denk dat in de afweging van alle maatregelen en van de spanning, kijk, die radicale onderstroom is iets voor de diensten en de politie. Dat hoort daar thuis. Die moeten daar verder gaan. Die hebben daar hun eigen wetgeving en taak voor. Maar de breedte van het maatschappelijk onrust in het gesprek met de burgemeesters daarover, wat kunnen we eraan? Moeten we anders communiceren? Moet de communicatie anders? Werd dat wel zo geadresseerd? En werd er in communicatie gekeken wat anders moet, et cetera? Werd ook denk ik wel de zorg gedeeld, dat je het gevoel had dat je een deel van de samenleving aan het verliezen was in zoiets belangrijks. Zeker na de eerste drie maanden is dat verliezen van de samenleving, et cetera, ook wel een thema geweest wat op verschillende manieren teruggekomen is. Vooral in het communicatieblok, denk ik. Het nadenken over communicatie. Moeten de persconferenties anders? Moeten we anders met een aantal onderdelen bennen? Ik weet niet alles precies aan elkaar, maar daar werd vooral toch wel hierna gekeken.
Commissielid 2
In hoeverre hield het kabinet dan rekening met verschillende motivaties die mensen ertoe brachten om te demonstreren?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Of dat zo precies was? Ook dat weer in de context. De grootste deel van de 18 miljoen mensen, dit was natuurlijk aan de randen een zorgelijke ontwikkeling dat je de randen gaat verliezen. En daar hield het kabinet rekening mee. Of in de besluitvorming rekening mee. Hoe gaan we communicatie doen? Van begin af aan moeten we iets met influencers doen. Er zijn dus voortdurend methodes bedacht om te zorgen dat dit erbij was. Van de demonstraties was het ook een openbare orde kwestie. En was het ook juist met de burgemeesters kijken hoe houden we... Dus dan ben je al een beetje verder. Maar in communicatie, ik denk als u dat aan mij vraagt, waar werd nou het meest inzichtbaar van hoe we hier moeten gaan, is dat toch in het blok geweest van communicatie, de flitspeiling en wat zien we, hoe houden we verbond, hoe houden we contact met deze groepen.
Commissielid 2
En waar heeft u dit allemaal besproken?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Deze overzichten zaten in ieder geval in het katshuis Schiedsdeks. Daar zaten ze altijd bij. Natuurlijk kwam het ook in het torentje. Als er een grote demonstratie was geweest, was het in het eerste torentje. Daar hadden we het toch over. En dan werd dat ook even meegenomen. En formeel in de ministeriële commissiebesluitvorming. Soms was de korpschef er ook bij. Of iemand anders. Er werden ook deze beelden wel gedeeld. Die kwamen overal wel weer. Dat was een onderdeel van het integrale proces.
Commissielid 2
Wij zien dat namelijk niet terug in ons onderzoek. Maar als dat dus in het katshuis en in het torentjesoverleg is besproken...
Pieter-Jaap Aalbersberg
U ziet het wel in de Schiedsdeks. Daar moet u het in kunnen zien vinden, die daar overal gelegen hebben. Met soms pagina's, soms twee pagina's van wat gebeurt er in de openbare orde, wat is er aan de hand in de samenleving. Dat zit in een aantal van die Schiedsdeks. Voortdurend komt dat steeds terug als een beschrijving.
Commissielid 2
Ik ben dan toch nog op zoek naar hoe daar nou in het kabinet over werd gesproken. U zegt dat het vooral gaat om de randen van de samenleving. Maar er waren eigenlijk talloze demonstraties. Van allerlei soorten mensen die het er niet mee eens waren. Mijn vraag is eigenlijk, hoe is dat dan besproken?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, verschillend. Natuurlijk na de paar zware demonstraties, na de avondklok, was het eerstvolgende overleg. Ging ook daarover. Wat is daar gebeurd in die demonstraties met dat geweld? Die allemaal binnen een paar dagen weer tot rust waren. Dat was een onderdeel van dat. De discussie van verliezen we mensen, was meer een ongoing discussie en communicatie. Dus dit is niet één issue wat een keer apart op de agenda gezet werd, maar elementen. Elke keer als er wat bijzonders in de samenleving gebeurde, was dat een melding, kwam dat ook in de formele commissie, vanuit de politie of een ander deel, of vanuit de burgemeesters die zich daar zorgen over maakten. Ook de vertegenwoordigers van de veiligheidsberaad in de MCC hebben een paar keer gezegd we zien dit gebeuren in de samenleving. Dus dat is op een aantal manieren teruggekomen. Vertaalde zich vaak, wat moeten we met communicatie doen? Wat betekent dat? Hoe doen we het doen? Zal zich ongetwijfeld ook wel eens bepaald hebben van wat betekent dit voor, maar dat heb ik niet meer concreet, want dat is in de hele twee jaar ook naar maatregelen en dat soort onderdelen. Dus die input kwam op verschillende momenten, niet in zo'n mooi blokje als deze analyse, dat is om één moment, maar kwam wel via het veiligheidsberaad, via de politie of soms via een minister, toch op verschillende punten terug. Dat weet ik nog.
Commissielid 2
Ik vraag het omdat wij ook in de notulen van bijvoorbeeld de ministerraad of de onderraden niet zien dat er gesproken is over de onrust in de samenleving. Het stond ook lang niet altijd op die g-text die u noemde. Dus wij vragen ons eigenlijk af, is dat voldoende besproken? En wat is daar dan over besproken? Want wij zien dat dus niet terug.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik pak het maar weer uit in drie elementen. De ernstige demonstraties zijn veel besproken. Of de minister van Justitie en Veiligheid bracht het in, of het kwam via één van de partijen, maar die wilden in elke overleg als die geweest waren en het was voorbij, kwam dat altijd voorbij. Het betrekken van de samenleving, en dat zat heel erg brede, was niet alleen op deze onrust, maar was eigenlijk van het begin af aan na drie maanden op basis van de handhavingsunit, was eigenlijk een ongoing proces, niet elke keer met een aparte agenda, maar hoe zorgen we dat we communiceren. Draagvlak, draagvlak vindt u heel veel terug, en draagvlak zit hier ook onder, waren wel elementen die eigenlijk voortdurend terugkomen. Ik kan hem alleen maar zo uit elkaar trekken. En een rapport als dit ging ook mee in de andere professionele organisaties. Wat moeten we hiermee doen? Dus nee, niet in één blokje, maar in draagvlak, in de handhavingsunit, in de berichten van de politie, in incidenten, en eigenlijk de minister van Justitie en Veiligheid, die het altijd naar voren bracht, zijn al die elementen wel op momenten besproken, en voorbijgekomen.
Commissielid 2
U zegt de minister van Justitie en Veiligheid, die het altijd naar voren bracht, maar ik vraag me dan af waar dan, want wij zien dat niet zo terug in het onderzoek.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nou, ik weet, ik heb ze niet allemaal, maar ik ken hem, hij deed dat, dat zowel in het Catshuis, als in het torenhuis, als in het MCC, als er zo'n heftig weekend was geweest, dan zei hij dat. En hij vroeg ook altijd begrip voor de politiemensen die in die situatie stonden. Dus dat is op verschillende manieren, ik weet van het MCC, ik weet zeker van het Catshuis, ik weet niet alle momenten, maar dat was wel altijd iets, die minister van Justitie en Veiligheid, die daarvoor stond, en die bij dit soort grote demonstraties dat meldde in de verschillende gremia.
Commissielid 2
Maar dat zijn dan de heftige weekenden, die u noemt, maar de brede onrust die ontstaat?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Die was vaak gekoppeld aan draagvlak. Die hebben we op andere momenten gehad. Dus dat zat in draagvlak, in de flitspeilingen. De flitspeilingen waren eigenlijk al de eerste die aangaven dat het draagvlak begon te veranderen, dat het gedrag veranderde, dat mensen anders gedrag neemden. En dat is op een aantal, ik weet niet meer welke vergadering, maar op een aantal momenten kwam dat terug. En dat had dan effect in vragen van we moeten de communicatiestrategie evalueren, aanpassen of veranderen.
Commissielid 2
Oké, dus u legt nu een verband tussen de toenemende onrust en de communicatiestrategie. En het draagvlak. Ja, en het draagvlak. Maar mijn vraag was eigenlijk, werd die toenemende onrust ook in verband gebracht met het gehanteerde coronabeleid?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, het zou raar zijn. Ik heb niet in die vergadering is dat zo gezegd. Maar voor ons allemaal was dat natuurlijk bijna vanzelfsprekend. En het was ook een klein gedeelte. Het getalsmatige deel daarvan, ook in deze analyse, was niet groot. Maar het had heel veel aspecten in zich. We praten hier niet over miljoenen mensen. Dus ja, dat was ook zo. En ik denk ook dat we geleerd hebben, ik heb me daar zelf ook wel een schuldig hangen gemaakt, is ook om een deel van dit gedrag wappie te noemen. En dat was ook, dat neem ik mezelf kwalijk daarmee, neem je dat geluid niet serieus. Dus het anders definiëren, het was ook niet één profiel. Het was eigenlijk een heel breed iets van mensen die van anti-elite tot moeite hadden met hier of zorgen over hun kinderen hebben. Dus het is heel moeilijk om dit, misschien hebben we dat, want deze analyse hielp wel om niet meer dat onder een noemertje en een stickertje te gaan brengen. Maar zeggen nee, het is een deel waar het vertrouwen in de, het niet meer aanwezige vertrouwen in de overheid centraal staat. Zo heb ik dat als NCTV proberen te duiden. Mijn mensen hebben dat zo geduid in dit stuk. Nog steeds binnen de beperking van dat totaal. En dat was wel een beleving die bij meer bewindslieden allemaal, dat was niet acadabra. Ik denk dat iedereen dat wel zag. Maar op dat moment ook in het hart van die crisis zaten we ook natuurlijk met de opgave van de gezondheidszorg. Ik kan dat niet anders dan zo terugkijken en terugduiden.
Commissielid 2
De politie heeft op een gegeven moment in een intern stuk aangegeven dat er tussen het begin van de coronacrisis en februari 2020 ongeveer 200 demonstraties zijn geweest. Dus ik vraag me even af wat dat, dus in hoeverre het kabinet daar dan rekening mee hield, dat er allerlei verschillende motieven zijn die dus eigenlijk heel vaak tot demonstraties leiden. Hoe daar dus mee om is gegaan?
Pieter-Jaap Aalbersberg
In de crisis van het gezondheidszorg, waar de vraagstuk 1 was we moeten voorkomen dat de overlijdsgevallen toenemen, is daar spanning in de samenleving. Dat zie je voorlopig voorkomen en dat is een effect. Dat is niet direct op de maatregelen terug te voeren, maar dat is wel hoe gaan we ermee om. Dat heeft een harde kern. Dat is voor de inrichting en de veiligheidsdiensten. En er zit een stukje van de samenleving mee. 200 demonstraties in die vorm is daarmee niet een getal. Op zich, er waren demonstraties. En wat wij ook in deze analyse gezegd hebben, is dat vertrouwengebrek aan de overheid, wat meer was dan alleen corona, is ook aan een aantal andere incidenten terug te voeren, daar zit een grote vraag in. En ik zie dat het kabinet, en dat zie ik ook later terug, is dat vertrouwen terugwinnen in de samenleving, op een betrouwbare overheid, is een van de responses geweest. Maar dit was niet rechtstreeks terug te leiden op dat moment aan het nemen van directe andere maatregelen in de bestrijding van het virus.
Commissielid 2
En dan nog mijn laatste vraag. Waarom was dat volgens u niet, die onrust niet terug te voeren op de genomen maatregelen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nee, de onrust leidde niet tot andere besluiten over de maatregelen. Zo probeer ik dat bedoelde ik eigenlijk te zeggen. Dus die onrust was niet direct te relateren aan, nou dan nemen we deze maatregel niet. Want die maatregel was gebaseerd op het vraagstuk van de bestrijding van het virus. Die onrust zei wel iets over het vertrouwen in de overheid. Hoe vind je dat terug? Wat moeten we daaraan doen? En daar zijn stapjes en later ook stapjes in genomen. Want het terugwinnen van vertrouwen in een betrouwbare overheid is een groot thema, ook in de corona en ook daarna geworden. Dus ik kan ze niet zo op elkaar plakken.
Commissielid 2
Dus mag ik dan wel concluderen dat er wel onderkend werd dat die onrust ontstond door de genomen maatregelen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, ik denk dat de onrust ontstond omdat die al deels sluimerend was. Deels de versnelling in die nieuwe virtuele wereld die we krijgen. Anderen daar waren nog niet zoveel grip op hebben. Deels dat er ook toen de frustratie opeens bij heel veel mensen kwam op de maatregelen. Dus het zijn een aanstapeling van een aantal factoren bij elkaar.
Voorzitter
En de diepe ondergrond is het gebrek aan vertrouwen in de overheid bij dat deel van de mensen.
Commissielid 2
Oké, dank u wel.
Voorzitter
Voordat ik collega Huidenkoper het woord geef voor het laatste onderwerp van dit openbaar verhoor heb ik nog één vraag aan u. Want we hadden het net over de term wappie. Heeft u spijt dat u die woorden heeft gebruikt?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, dat gaf ik net eigenlijk al aan. Dat doe je dan, want dit is het. Maar ik denk dat een van mijn... Later als we naar de lessons learned gaan is van bij crisissen hoe bereik je de mensen die niet meer bereikt worden is een apart thema. En dan is zo'n woord... Later ben ik wel in gesprek geweest met een aantal mensen. Ik heb ook geleerd dat als je daarmee begint heb je geen gesprek meer. Dus dat heb ik voor mezelf ook wel iets in geleerd. Dat helpt niet. Etikettering is soms handig, maar het werkt averrechts omdat je niet meer geïnteresseerd bent in de motivatie waarom iemand iets zegt wat hij zegt. Dus dat vind ik van mijzelf wel, ja.
Voorzitter
Oké, dank u wel. En dan gaan we naar het laatste onderwerp van dit verhoor. En daarvoor geef ik collega Huidenkoper het woord.
Commissielid 3
Ja, dank voorzitter. Dan zou ik het in deze laatste minuten van dit verhoor nog even willen hebben over de verbreding van de besluitvorming. Want eigenlijk rond het voorjaar van 2020 dan groeit het besef dat het medisch-epidemiologische perspectief verbreed moet worden. Dat er ook andere adviseurs nodig zijn. En dat er andere perspectieven moeten worden betrokken bij die besluitvorming. U bent op dat moment hoeder van die besluitvorming.
Commissielid 5
Kunt u ons uitleggen wat die verbreding inhoudt?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nou, sowieso per besluit probeer je niet alleen maar te kijken wat doet het besluit met het virus, maar wat is het effect van dat besluit? Dus dat is het. We probeerden ook meer perspectieven te krijgen. Volgens mij is dat in april hebben we de heer Putters van het Sociaal Cultureel Planbureau naar het Catshuis gehaald. We hebben gevraagd of zij ook beelden kunnen maken. Want het lastige, wat ik een dilemma vond, is vanuit het OMT kregen we hele feitelijke gegevens over virusontwikkeling, maar over maatschappelijke effecten heb je bijna geen evidentie en vergelijkbaar materiaal. Dus je ziet hier een curve waar je wat aan moet doen, maar het maatschappelijke effect is wel een gevoel, een beeld, maar is niet soms te vatten en eigenlijk te zetten naast deze curve. Is dat dan weegbaar en valt dat dan weg, et cetera? En waar leidde dat concreet toe? Nou, als ik door alles heen kijk, dat we heel veel gevraagd hebben aan planbureaus, maar ook de planbureaus hadden moeite om dat concreet te maken. Ze konden wel algemeen op lange termijn mogelijke risico's aantonen, maar ja, tussen de termijn kun je weer wat doen. Ik heb dat ook in mijn verhoren gezegd. Dat betekent dat ik ook daar geleerd heb, dat je na zo'n crisis eigenlijk heel erg moet onderzoeken wetenschappelijk wat de effecten geweest zijn, zodat je bij een volgende crisis objectiveerbare metingen hebt. En ik heb toen bij u het voorbeeld gebruikt, het sluiten van het onderwijs. Ja, dat gebeurt, maar je kunt op dat moment niet goed bepalen. Dus je zou nu met heel veel wetenschappelijk onderzoek de effecten kunnen benoemen dat in een volgende crisis je in ieder geval de evidentie hebt, een moeilijk woord eigenlijk, bijna de bewijsmiddelen gelijk van wat doet op dit moment de virus ten opzichte van dit onderdeel. En in een aantal gevallen waren de maatschappelijke effecten, de economische effecten waren wel meetbaar en die werden ook gecompenseerd. Maar vooral, wat doet dit met eenzaamheid? Ik gaf al even aan, een van mijn eigen zoons, dat was heftig, twee jaar werken, die heeft echt wat met hem gedaan. Wat doet dit met dat en hoe moet je dat nou meten in een volgende crisis? Dat kun je alleen maar doen door goed wetenschappelijk onderzoek nu. En dat kun je wellicht, en daar is ook poging op gedaan, ook in de toekomst om te zorgen dat je naast zo'n OMT ook een wat andere vorm van adviesgroep hebt die hiernaar kijkt. Maar je moet het wel meetbaar maken. Want dat is wel mijn ervaring, dat in het harde van zo'n crisis is het toch een soort plus en min met elkaar vergelijken. En als dan de plus harde getallen zijn en de min zijn voor onderstellingen, dan is dat ook logisch dat je dat moeilijk aandacht gaat krijgen. Dus we moeten die maatschappelijke effecten, denk ik, ook meer voorzien van onderbouwing, van meetbaar. Dat kan deze jaren, wat betekent dat? Zodat we dat beter kunnen doen. Dat is een beetje het beeld dat ik daarbij heb gekregen. En we hebben vervolgens dat wel, want u hebt dat ook gezien, in het Katzenhuis hadden we vaak verbreding, ook met andere deskundigen. De burgemeester van Amsterdam is met een denktank geweest. De heer Putters. Op een gegeven moment hebben we ook een aantal onderdelen van de planbureaus proberen in te brengen. We hadden op een gegeven moment een ander groepje. Maar het is heel moeilijk om dat op het niveau te brengen, dat je het kunt afwegen met op dat moment de noodzaak van maatregelen die vanuit het OMT worden geadviseerd. Is deze schade vergelijkbaar met deze schade? Want uiteindelijk is het een politieke afweging op dat moment tussen die twee schades. Ik maak het een beetje visueel met mijn handen. En dat was moeilijk met die maatschappelijke effecten.
Commissielid 5
Want zag u dat ook gebeuren? Dat niet meetbare aspecten het aflegden?
Commissielid 3
U noemde eenzaamheid als voorbeeld. Die het onderspit delfde ten opzichte van aspecten waar wel harde data over waren.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, dat is ook gebeurd. En u hebt ook gelezen in de stukken dat we met elkaar geprobeerd hebben om dat toch in te vullen.
Commissielid 5
Kunt u daar voorbeelden van geven waar dat gebeurde?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nou, ik denk dat het gaat om eenzaamheid, om jongeren. Het zijn eigenlijk de bekende dossiers om ouderen. Het effect dat de online wereld al groot was misschien nog wel meer versteld is. Er zijn natuurlijk een aantal dingen gebeurd waar we nu langzamerhand kennis op bouwen wat we toen niet zo zagen. Dus op al die vlakken zijn denk ik wel elementen. En misschien hadden we dan nog al die besluiten genomen, de politiek. Dat weet ik niet. Maar het was soms moeilijk weegbaar.
Commissielid 3
Ja, en dan krijgt u in het najaar van 2020 start NCTV ook met sociaal-maatschappelijk en economische informatie verzamelen. Vanaf januari 2021 stelt u ook een structureel maatschappelijk beeld en uitvoeringstoets op. Dus dan zien wij in ons onderzoek dat u ook tracht om niet-medische aspecten beter bij de besluitvorming te betrekken.
Commissielid 5
Mijn vraag zou zijn, hoe bepaalde u welke adviezen op tafel kwamen en welke niet?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Toch bij de andere partijen te gaan vragen. Dus bij de planbureaus. De planbureaus namen we erg mee. Dat was niet hun eigen. We vroegen hetzelfde. We hadden het met de ministeries die daar ook een sterke betrokkenheid hebben. Zoals het ministerie van Sociale Zaken, die ook bij ons. Dus dat was eigenlijk in dat collectief kijken. En het was echt zoeken. En het was ook zoeken, wat ik al aangaf, dat het evidente materiaal moeilijk op tafel te krijgen was.
Commissielid 5
Want met welke adviezen betrok je uiteindelijk?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat weet ik zo niet meer. Er zijn verschillende meegekomen. Maar ik weet ook dat het tot het einde moeilijk bleef om de wat meer vage resultaten hier mee te kunnen nemen. Hier dus in het afschalen, en dat is ook door het ministerie van VWS geweest, en ook door de programmadirectie COVID, in de afschalingsplannen, daar werden wel die adviezen meegenomen. In het opschalen was dat heel moeilijk. Ik moet dat onderscheid ook maken. Omschalen en afschalen zijn toch verschillende. Maar uiteindelijk in de afschalingsplannen zijn deels van die inzichten, wat moet eerst en etcetera, meegekomen en die soms ook al wel voor de hand lagen met de prioriteit op onderwijs en andere onderdelen.
Commissielid 3
Die nieuwe informatie dan, die nieuwe bredere inzichten, die betrokken worden bij de besluitvorming, op welke manier maakt het kabinet daar gebruik van? Hoe betrokken zij die bij de besluitvorming?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Die waren een onderdeel van, zo in eerste instantie, van het stuk van het Catshuis. Daar zaten ze echt in om ook die discussies te krijgen. En daar vond ook wel dat debat plaats tussen bewindspersonen. Maar dat was ook weer niet één op één te maken. Dit moeten we dus anders doen, maar wel, hoe zie je dat dus? Ik weet dat niet meer precies, maar in een aantal van de overleggen, en dat leidde dan ook dus toch met elkaar naar de uiteindelijke besluitvorming, daar rekening mee te houden. Maar het was soms heel moeilijk vergelijkbaar en bruikbaar. In opschaling helemaal, en in afschaling zat het er wat meer in. En daar deed de programmadirectie van COVID ook heel veel werk in, omdat dan langs die kant met alle partijen, en mijn collega als projectdegene Rob, met de planbureaus, om daar wat meer zicht op te krijgen. Dus er was wel een verschil tussen opschalen en afschalen. Kunt u dat eens uitleggen, wat dat verschil dan precies is tussen op- en afschalen? Met opschalen zit er veel crisis, en heb je niet zoveel variabelen om op dat nog mee te gaan doen. En dan ben je eigenlijk heel dicht bezig, ik zeg het maar weer even in de taal van deze enquête, de R moet naar beneden. Met afschalen kun je veel makkelijker andere prioriteiten, en zeggen, nou wat is eerst? Daar zit wel een verschil tussen. Ik zal niet zeggen zwart-wit, maar er is wel een verschil. Opschalen ligt toch veel meer druk op snelle besluitvorming, takten moeten naar beneden, en daarbinnen kijk je wel wat eerst. En dan is natuurlijk onderwijs anders als een deel van de horeca. Dat was dan ook van die grote blokken die we schrijven, daar zat altijd wel zo'n lang onderdeel in. Met afschalen zat, zeker ook door de programmadirectie COVID, zat daar veel meer reflectie en ruimte voor om dit mee te nemen. En soms heb je op schalen die ruimte en tijd wat minder. Zo heb ik dat beleefd.
Commissielid 3
Ja, want dat begreep ik inderdaad nog niet zo goed. Ik kan me voorstellen dat er heel veel druk op zit, dat noemen we nu. Maar dat betekent toch nog niet dat ik geen rekening zou kunnen houden met, bijvoorbeeld rond het sluiten van de verpleeghuizen speelde dat natuurlijk enorm. Dat heeft heel veel eenzaamheid veroorzaakt. Dat was toch een aspect waar, voordat die maatregel genomen werd, wel rekening mee had kunnen worden gehouden.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, het was dan wat begintijd. Ik weet het niet meer precies, maar dat was ook een overweging heel veel meer over lijden versus dit. En dat is een moeilijke te nemen politiek. Maar daar zaten we toen, zeker die discussie had echt met deze twee heel belangrijke waarden te maken. En het is moeilijk daarbij. En daar is toen een keuze in gemaakt.
Commissielid 3
Is er toen ook gekeken om aan goede data te komen voor die aspecten, waarvan u al constateerde, die zijn onvertegenwoordigd in de besluitvorming? Ik zou me kunnen voorstellen dat op eenzaamheid, dat daar ook enquêtes over zouden kunnen worden uitgevoerd, die data op kunnen leveren. Zijn er nog acties uitgevoerd om aan die data te komen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, deze kan ik me niet herinneren. Maar juist wat ik aangaf, er is best veel geprobeerd met partijen hiernaar te kijken. Ook met de gedragsunit, met de planbureaus, ook met anderen, ook met de groep. En dat heeft wel wat opgeleid. Maar het was ook een moeizaam proces. Zoals? Nou, een aantal van die dingen. Kennis, wat gebeurde in de samenleving. Het onderwijs. Ja, dat waren toch ook wel constateringen die ook weer te maken hadden met afschaling te versnellen. En u zag ook in de afschalingsplannen, zie je denk ik op een aantal, tenminste, ik weet het niet precies, maar er zitten wel een aantal van die lijnen, zijn daarin terug te vinden wat nu eerst en wat later.
Commissielid 5
Want we zien inderdaad dat de groep, de kring wordt verbreed. Dat er meer ministers bij betrokken worden.
Commissielid 3
Dat ook, nou wat u ook al aangaf, andere adviezen ook bij de besluitvorming worden betrokken. Waar ik nog een beetje naar op zoek ben, is waar dat ook echt tot een ander besluit heeft geleid.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Heeft u daar een voorbeeld van? Nee, dat moet ik echt gaan zoeken. Dat kan ik de komende weken wel doen, als u dat van me weet. Maar dan moet ik echt door alle stukken heen gaan bladeren en dat zijn er veel. Maar ik kan er wel naar kijken of ik dat kan vinden.
Commissielid 3
Dan is dit verhoor niet meer aan de gang. Dus dank daarvoor in ieder geval. Dan zou ik u ter afronding van dit verhoor, we begonnen er ook het verhoor mee, dus het is een mooie manier om ook af te ronden. Wat zijn nou de lessen die u, op basis van uw ervaring als NCTV tijdens de pandemie, met het oog op de volgende crisis aan deze commissie wil meegeven?
Pieter-Jaap Aalbersberg
In willekeurige volgorde, de één, elke crisis is ook internationaal. En in deze crisis was de Europese politieke dak op crisisbeheersing nog niet sterk ontwikkeld. Dat zagen we in de reisbewegingen, dat zagen we in grensonderdelen. Wij moeten ook een crisis, niet een soort crisiscoördinatiecentrum, maar ook een Europese politiek dak hebben op crisissturing, omdat het elkaar raakt. Dat geldt niet alleen voor corona, dat geldt ook voor energieuitval, dat geldt voor alles. Omdat je die landen niet meer los van elkaar kunt doen. Dat hebben we hier niet goed voor elkaar gekregen. Alle landen gingen voor zich en dat heeft veel gedoe opgeleverd, zeker in de grensregio's. De tweede waar we het gehad hebben is de crisispreparatie. Niet alleen bij stelseldepartementen, maar ook in het licht van de nieuwe dreiging waar we in zitten op het ogenblik, is het oefenen crisispreparatie verbeteren, dat horizontale oefenen tussen departementen. Maar dat waar ik langzaamhand wel bewegingen zie komen, dat moeten we beter doen. Zeker ook voor stelseldepartementen. Daar zit mijn derde advies aan vast. In elke crisis heb je schaarste en heb je verdringingsreekse. Dat is een moeilijk woord om te zeggen. Als je minder hebt, moet je zeggen wat mag eerst en wat mag niet eerst. Mijn crisiservaring is dat je die verdringingsreekse in vredestijd moet maken. In crisistijd zijn er zoveel belangen en daar krijg je heel veel gedoe over. Dus je moet nu nadenken over verdringingsreekse. Dat deden we misschien wel voor diesel, maar ook voor alle andere onderdelen. Wat is je beleidsuitgangspunt per departement als we een tekort aan iets hebben aan verdringing? Dat is een belangrijk onderdeel, omdat je dat in de crisis bijna niet meer doet. In die tijd van geen crisis heb je een aantal punten daaruit. De vierde hebben we er net over gehad. Die maatschappelijke effecten bleef ik moeilijk vinden. Om dat meetbaar te maken, dus ook het doen van onderzoek. Hoe verhoudt zich dat in een hele heftige crisis, waar de objectieve crisis heel hoog is, door elkaar? Dat is niet alleen iets voor het debat nu. Ik denk ook dat er veel ruimte is, ook voor toegepaste onderzoeken. Doen we dat dan de volgende keren? Ik zie ook dat een maatschappelijke team met een aantal wetenschappers naast een OMT niet gelijk een oplossing levert. Je moet het ook handen en voeten geven. Juist in deze tijd kun je onderzoeken wat het effect geweest is en hoe we dat doorvertalen. Ik denk dat dat op dit moment nog meer kan als gebeurt. Ik vind dat een toegepaste onderzoek. De vijfde is in de communicatie. U hoorde het net alleen. In de nieuwe online wereld waar we in zitten, is communicatie aan het veranderen. Er is desinformatie en al het andere. Raken we doelgroepen uit zicht? Dus fundamenteel moeten we beter evalueren hoe je in zo'n crisis communicatie doet op alle doelgroepen. Dat je niet kwijtraakt. Natuurlijk is het ook het grote. Maar hoe hou je mensen aan boord? Voor mij zijn dat altijd de wat, als ik erbovenheen kijk, belangrijke lessen. Die moeten we niet alleen leren, maar waar we nu ook de ruimte hebben om daar wat aan te kunnen doen voor de volgende crisis. U werpt de vraag op.
Commissielid 5
Hoe zou u hem zelf beantwoorden? De? Hoe zou u de vraag zelf beantwoorden? Over communicatie?
Commissielid 3
Nee. U zegt, hoe houden we mensen aan boord tijdens de crisis? Dat vond ik een mooie vraag.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Door meer met de doelgroepen slimmer om te gaan hoe je dat bereikt en mensen serieus neemt. Wat ik net zei op de vraag van uw voorzitter, dan helpen wappies niet. Maar hoe hou je toch verbinding? Misschien raak je ze toch kwijt. Dat is ook niet zo. Maar als overheid kun je je niet veroorloven die constatering te sleggen. Het kan het resultaat zijn van de inspanningen. Dus je moet in crisisen, door er naartoe te gaan, niet alleen dat, verbinding te houden. Of je dat zelf doet of via lokaal. Maar je moet die aansluiting blijven zoeken in het debat.
Voorzitter
Soms raak je het nog steeds kwijt, maar dat blijft wel een belangrijke opgave. Dank u wel. Dank u wel, meneer Abelsberg. We hebben veel met u besproken in dit openbare verhoor en zijn ook hiermee aan het einde gekomen van dit verhoor. Ik verzoek de bode om de getuige en zijn bijstandsverlener naar buiten te leiden. Ik ga de vergadering zo sluiten. Ik verzoek stilte in de… We zijn aan het einde gekomen van dit openbare verhoor van de Parlementaire Enquête Commissie-Corona met de heer Abelsberg. Aanstaande maandagochtend om 10 uur vindt het volgende openbare verhoor plaats met de heer Bruls, burgemeester van Nijmegen. En in de coronaperiode voorzitter van het Veiligheidsberaad. Ik sluit de vergadering.
Achtste openbaar verhoor — Parlementaire Enquêtecommissie Corona
Officieel transcript
Opening en eed
Voorzitter
Ik open de vergadering. Het is vandaag vrijdag 5 juni 2026. Aan de orde is het openbaar verhoor met de heer Aalbersberg van de parlementaire enquêtecommissie Corona. Ik verzoek de grevier om de getuigen en zijn bijstandsverlener binnen te leiden. Beiden van harte welkom, de heer Aalbersberg in het bijzonder. Ik geef nu de gelegenheid aan de aanwezige pers voor een kort fotomoment. Corona was een pandemie die begin 2020 leidde tot een wereldwijde crisis. Ook voor de Nederlandse samenleving was deze zeer ingrijpend. Het kabinet nam maatregelen die ons troffen in het dagelijks leven. Ook de Tweede Kamer had een belangrijke rol in die besluitvorming. Als parlementaire enquêtecommissie zijn wij ingesteld om daarvan te leren voor een eventuele volgende pandemie of langdurige crisis. Dat doen we door met een grondige, breedgedragen terugblik te komen namens de Tweede Kamer. Meneer Aalbersberg, in de coronaperiode was u de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, vanaf nu NCTV. Vanuit die functie bent u ook opgeroepen als getuige. Deze week staan we stil bij het begin van de pandemie, maar omdat u een keer bent opgeroepen, zullen er ook andere onderwerpen aan bod komen bij dit openbare verhoor. U heeft ervoor gekozen om de eed af te leggen. U staat straks onder ede. Daarmee bent u ook gehouden aan de gehele waarheid en niets dan de waarheid. Ik wil u verzoeken om te gaan staan. Uw rechterhand omhoog te houden en de eerste twee vingers. Zegt u mij na, zowaarlijk helpen mij God almachtig.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Zowaarlijk helpen mij God almachtig. U staat nu onder ede. Ik verzoek u om te gaan zitten. Meneer Aalbersberg, heeft u aan de voorkant nog vragen aan de enquêtecommissie? Nee. Oké. Dit verhoor zal worden afgenomen door collega Lammers en Huidekoper. Het kan zijn dat ik aanvullend ook nog vragen heb. Ik geef nu voor het eerste onderwerp collega Lammers het woord.
Commissielid 2
Goedemiddag, ook namens mij. Meneer Aalbersberg, u was, zoals net al gezegd, ten tijde van de coronapandemie de NCTV. De NCTV valt onder het ministerie van Justitie en Veiligheid. Tijdens de coronapandemie speelt de NCTV een belangrijke rol. Wat is normaliter, dus eigenlijk buiten crisistijd, uw rol als NCTV? Moet u dat omschrijven?
Pieter-Jaap Aalbersberg
De NCTV heeft een aantal rollen. Het zit in de T van terrorismebestrijding. De NCTV zorgt voor onafhankelijke dreigingsanalyses, publiek voor kabinet en Kamer, op de gebieden waar terrorisme en extremisme een rol spelen. Dat geldt ook voor cybersecurity en voor statelijke dreigingen. Dat is deel één, het maken van onafhankelijke dreigingsanalyses. Een tweede belangrijke poot is de crisisbeheersing, waar de NCTV in het handboek Crisisbeheersing het punt is die crisisbeheersing faciliteert en organiseert. De derde rol is op bewaak- en beveiliging. De NCTV is het gezag voor mensen wiens leven wordt bedreigd. Daarbij zorgt de NCTV voor de onafhankelijke dreigingsanalyse op basis van de diensten en politie, welke maatregelen nodig zijn en hoe het met mensen die bedreigd gaat. Dan zijn er nog een aantal wat kleinere bijtaken op burgerluchtvaart. Maar deze eerste drie hoofden spelen ook in zo'n crisis als de coronacrisis.
Commissielid 2
We komen later in het verhoor nog uitgebreider te spreken over de organisatie van de overheid tijdens de coronapandemie. Maar eerst even, wat waren uw taken als NCTV tijdens de crisis?
Pieter-Jaap Aalbersberg
De Nederlandse crisisstructuur is gebaseerd op het Nationaal Handelboek Crisisbeheersing. Daar staat precies in beschreven hoe de politieke besluitvorming in Nederland plaatsvindt als we spreken van de nationale crisis. In al die gevallen — daar zit een aantal over te leggen, die zal ik zo doen — is de NCTV eigenlijk de coördinator dat het gebeurt, dat het start, maar ook een beetje in het moderne woord de honest broker, het oliemannetje en de facilitator dat rondom die politieke crisisbesluitvorming zo breed mogelijk gekeken wordt, maar dat er ook een vorm van ritmiek rust in de crisis is. Want een crisis is natuurlijk een heel andere vorm van besluitvorming dan reguliere besluitvorming, maar het is tijd. Eigenlijk is de kunst in crisisbesluitvorming dat je soms maar een uur hebt om beslissingen te nemen, en wel via een oorlijkheid. De NCTV is dan bijna een soort departementje dat in de crisis die departementale rol van de agenda maakt, de verslaglegging, de voorbereiding, van tevoren alles bij elkaar krijgen, faciliteert en organiseert. Daarmee begint ook vaak de start van de crisisstructuur bij de NCTV in overleg met de voorzitter, wat altijd volgens de regeling hetzij de minister van Justitie en Veiligheid hetzij de minister-president is.
Commissielid 2
En kunt u duiden of dat in iedere crisis hetzelfde is of verschilt dat nog?
Pieter-Jaap Aalbersberg
De typologie van crises zijn natuurlijk heel verschillend. Bazaal is de structuur. Ik zal straks iets vertellen over de ministeriële commissie als het politieke overleg, de MCCB, de ministeriële commissie crisisbeheersing. Daaronder zit de ICCB, de interdepartementale commissie en crisisbeheersing, wat de ambtelijk is. En daaronder zit het IAO, wat het soort directeurenoverleg is. In alle crises is dit de structuur. Dat is heel eenvoudig. De agenda is ook altijd bijna hetzelfde. Eerst is er de duiding over wat er aan de hand is, de analyse. Twee, wat zijn de vraagstukken die voorliggen? En drie, wat gaan we communiceren? Maar volgens is natuurlijk een watersnoodramp heel wat anders dan een aanslag of als corona. Als ik zo kijk naar de afgelopen jaren, waar we heel lang kortdurende crisissen hebben, dan zien we dat corona de eerste was. We zien nu meer dat er zoveel samenhang in de samenleving zit, op energie, op klimaat, op afhankelijkheden, dat we langzamerhand in een proces komen dat crisissen veel integraler zijn en langduriger. En daarmee is corona eigenlijk de eerste crisis die ook heel langdurig was, wat je bij het begin van zo'n crisis nog niet ziet, nog niet verwacht en ook nog niet kunt voorspellen.
Commissielid 2
En wat maakt dat dan concreet anders voor de rol van de NCTV?
Pieter-Jaap Aalbersberg
De rol is niet anders. Bepalend is dat altijd het vakdepartement in de lead is. Dus per soortcrisis is dat een ander departement. Bij wateroverlast is dat het ministerie van INW. Hier was dat VWS. En eigenlijk is het voor de NCTV de rol om eigenlijk te kijken waar zitten de gaten, waar kunnen we helpen, waar nemen we over en waar doen we onze rol. De mensen in de crisis zijn ook anders. Een crisis op een terroristisch incident in Nederland is natuurlijk veel meer een veiligheidscrisis met het hele veiligheidsdomein. Ook in de ambtelijke overleggen. Een crisis in de volksgezondheid zit natuurlijk veel meer in het volksgezondheidsdomein. Rode draad is, er zijn natuurlijk altijd ministers verantwoordelijk die besluiten moeten nemen. En lokaal de burgemeesters hebben altijd een rol. Dus die twee lagen met al het onderdeel zijn altijd de vaste actoren die er toch altijd wel in zitten.
Commissielid 2
En u zegt net als NCTV, dat was eigenlijk een soort van eigen departement. Was u dan, of kunt u uw rol dan omschrijven als een soort van secretaris-generaal van de crisis?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, waar ik me niet op die stoel wil zetten, maar de NCTV is natuurlijk een functionaris met een aantal mensen. Het is geen dienst, het is ook geen departement, maar het lijkt een beetje op die rol. Waar je voor zorgt in die crisis, is dat er eigenlijk uiteindelijk in het MCCB, die ministeriële commissie die ik net gezegd heb, dat daar een agenda is, dat die breed is afgestemd. Niet alleen interdepartementaal, maar zeker als het kan ook lokaal. Daar kan ik straks ook nog iets over zeggen. En met soms andere onderdelen, dat dat gedragen wordt. En daartoe zit de NCTV zelf de ICCB voor. En zit dan ook tijdens de MCCB naast de voorzitter. Om eigenlijk ook te zorgen dat dat proces van besluitvorming goed loopt. Dat alles aan de orde komt. Dat ook niet een van de partijen die iets gezegd heeft, dat dat vergeten wordt. Maar dat er zo integraal mogelijk naar een crisis wordt gekeken. Want die MCCB-structuur komt alleen, ook alleen maar als er een crisis is die echt departementaal overschrijdend is. En eenvoudig, er zijn heel veel crisis's die soms binnen de departementen kunnen gewoon door een departement worden afgehandeld. Maar juist dat National Handbook gaat over crisis's die departementaal overschrijdend zijn. Waar die integrale blik voor nodig is. En die, ja, secretaris-generaal is natuurlijk heel veel andere dingen. Want de organisatie is anders. Maar die rol, eigenlijk zorgen dat dat werkt. Het is het oliemannetje. Het is de honest broker. Heeft ook niet een belang de NCTV. Dus dat is ook belangrijk dat die met alle partijen de belangen op tafel weet krijgen. Heeft geen eigen belang. Wat natuurlijk in de andere departementen hebben ook allemaal hollen en eigen verantwoordelijkheden in. Oliemannetje dat en dat. En coördineert uiteindelijk ook de besluitvorming.
Commissielid 2
Ja. Dan, ja, kunt u dan nog eens nader uitleggen wat u bedoelt met honest broker?
Pieter-Jaap Aalbersberg
De NCTV heeft departementaal en politiek eigenlijk met iedereen contact en relatie. En kan makkelijk van iedereen allerlei onderdelen meenemen. En zit niet in een bepaald segment. En doet dat natuurlijk allemaal onder de verantwoordelijkheid, de politieke verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid. Heeft rechtstreeks toegang tot de minister van Justitie en Veiligheid. Maar dus ook voor alle departementen. Heeft eigenlijk ook tot alle departementen die toegang. Op het hoogamtelijk niveau, nodig is op het politieke niveau, maar ook op het lokale. Met alle voorzitters van de veiligheidsregio's of burgemeesters. Dus de NCTV zit een beetje tussen alle partijen in. Maar is niet van het vakdepartement. Is niet van dat. En dat is een beetje de honest broker naam zoals die dan valt. Waardoor de NCTV ook die taak kan vervullen. En ook gegund wordt om die taak. Want er moet ook gegund worden. Maar ook de positie in de crisis die taak kan vervullen. In al die vergaderingen tot en met de MCCB.
Commissielid 2
En u noemde net ook oliemannetje. Kunt u dat ook nog eens nader duiden?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Oliemannetje. In alle crisis gaan er wel eens dingen die niet zo goed lopen. Of die je anders wil zien. En dan spring je erin. En in de coronacrisis was er zoveel nodig. Daar hebben we meer in moeten springen met mensen. Om het langdurig te laten lopen. Ook die twee jaar. En dan probeer je ook te helpen. Een vakdepartement te helpen. Oplossingen te vinden. De brug tussen het ministeriële besluit en het veiligheidsberaad. Waar ik altijd bij zat. Dus je bent in een aantal gevallen ook de hulpstructuur. Om te zeggen, hier speelt iets. Dat moet ik aan elkaar verbinden. Of dat vraagt. En dat bedoel ik een beetje met het woord oliemannetje. En dat geldt ook voor de mensen die bij de NCTV in deze klus hebben gewerkt.
Voorzitter
Op al die andere overleggen.
Commissielid 2
Bedankt. Ik heb verder geen vragen meer.
Voorzitter
Collega Huidekoper heeft u aanvullende vragen op dit onderwerp.
Commissielid 3
Ja, dank voorzitter. En goedemiddag. Ik heb nog twee aanvullende vragen. Allereerst, ministeries werken hiërarchisch. En daar geldt een bepaalde hiërarchie. Probeer nog even wat duidelijker te krijgen waar u in crisistijd als NCTV. Ja, wat dan uw hiërarchische positie is in Den Haag met die ministeries.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Kunt u daar iets over vertellen? De functionaris de NCTV is een functionaris die niet hangt in de departementale structuur. Hij valt niet onder de secretaris-generaal, maar hangt rechtstreeks onder de minister van Justitie en Veiligheid. En hij heeft daarin ook contact met andere ministers. Ook met de Kamer. Allemaal onder de politieke verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid. En in een crisis waar afhankelijk is van welke keuze gemaakt wordt, wie de voorzitter is. En in dit geval werd dat de minister-president. Heeft dan ook een directe, functionele lijn met de voorzitter van het MCCB. Dus de positie van de NCTV is onder die politieke verantwoordelijkheid eigenlijk een beetje een spin in het web. Binnen de enerzijds altijd verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid. En ten tweede ook de voorzitter van dat crisisoverleg afhankelijk wie van de twee dat gaat doen.
Commissielid 3
En stel u wordt gevraagd in uw rol als odiemannetje, zoals u het net beschreef, om iets te regelen. U denkt contact op met bijvoorbeeld de hoogste ambtenaar van het ministerie van VWS. Hoe liggen die verhoudingen dan?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Daar zit niet een hiërarchische relatie tussen. Dus dat betekent dat als NCTV heb je eigenlijk met alle SG's en DG's afhankelijk van de thema's een relatie. Je kent elkaar ook allemaal. Dat geldt ook weer lokaal voor die bestuurders. Dus in deze crisis, en dan gaan we langzamerhand denk invullen, ja in die eerste maanden sowieso. En dan pak ik soms ook weer even met een half oog. 6 januari kwam bij ons eigenlijk de eerste berichten. We hebben voor die crisisbeheersing een NCC. Dat is een 24-uursorganisatie die altijd monitort. Die ook klaarstaat voor alle departementen. Die dag en nacht kan opschade. En dat eerste bericht is dan 6 januari. En in die eerste maand ging het vooral over repatriëring uit China, over cruise schepen, over vliegtuigen. En dan begint er al iets te komen. Op het moment dat eind januari het eerste OMT en het eerste bouw op plaatsvindt, dat zit nog binnen dat departement van VWS, beginnen ook al de contacten en ook met ons. Dit wordt groter, is dit aan de hand? Moet je dit niet opschalen naar een crisis? Dat gebeurt dan in dit soort overleggen.
Commissielid 5
Ik onderbreek u even, want ik wil graag straks nog wat uitgebreider met u over de crisisstructuur hebben. Het ging mij er nu even over om een beetje gevoel te krijgen.
Commissielid 3
Veel mensen kennen de rol van de NCTV in een crisis niet. Het is niet iets wat vol op het netvlieg staat.
Commissielid 5
Dus ik probeer eerst even een beeld te schetsen van hoe centraal uw rol is in die crisis.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Daar heeft u net al wat toelichting op gegeven. Ja, dan moet ik dat denk ik ook nog toevoegen. Juist omdat de NCTV eigenlijk ook dicht in dat ministeriele commissie krisenbeheersing is, is het dan ook een stuk van de spil daarin in de doorvertaling, naast wat alle ministers naar hun eigen departementen geven, maar juist ministers die niet in dat MCCB zitten. Dus de NCTV zit in een vrij centrale positie daarin op het deel van de crisis. Helder.
Commissielid 3
U gaf aan dat de crisis normaal niet zo langdurig is, dat de coronacrisis... Ik paraphraseer u even, want ik heb uw letterlijke woorden niet onthouden, maar de eerste crisis is die ook van deze duur was. Wat betekende dat op het moment dat de crisis uitbrak?
Commissielid 5
Was de NCTV daar goed in toegerust?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik probeer de vraag wat breder te beantwoorden. Enerzijds, de NCTV maakt de Nationale Veiligheidsstrategie en geeft in een analyse aan wat de risicomomenten zijn. De pandemie was altijd van tevoren gezegd dat dit een serieus risico is voor Nederland. In de oude analyses stond dat hoog. In de breedte herken ik mezelf in Nederland dat we op veel dingen risico's aangeven, maar niet zoveel implementeren aan de voorkant van de crisis. Dat vond ik voor corona en dat vind ik op dit moment nog steeds ook voor de hybride dreigingen en voor de stromen economatisch. Wij zijn in Nederland niet zo sterk in het nemen van veel maatregelen in voorraad, doordenken, et cetera. Er worden wel crisishandboeken gemaakt. Die waren er ook op pandemie- en infectieziektes, maar die waren allemaal eigenlijk voor speerpunten en niet voor een crisis die zo groot wereldwijd kwam. Dus daar zat ook enige discrepantie tussen. En ook in deze crisis hadden we natuurlijk heel snel problemen met voorraad, et cetera. Dus in die toerusting, algemene zin, is heel veel te zeggen. Ik hoop ook als commissie dat u daar ons helpt. Ook juist omdat nieuwe langdurige crisis, niet alleen pandemie, liggen toch op de loeren. En daar moeten we echt van leren ons beter voor te bereiden op dit soort crisistypes die de hele samenleving raken.
Commissielid 5
U zegt wij zijn niet zo goed voorbereid op dat type crisis, dus van een langere omvang.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Waarom is dat? Omdat tot voor corona crisissen vaak heel sectoraal waren en toch wel beperkt en binnen twee weken wel waren opgelost. Ik chargeer heel sterk, maar in de beeldvorming was dat natuurlijk vaak aan de hand. Een crisis was kortdurend en heel sectoraal. En corona als eerste, maar eigenlijk ook nieuw langdurige stroomuitval of andere onderdelen, ook klimaat, zijn langzamerhand crisisworden die alles raken. Energie, duur, zekerheid en duren langer door. Dus we zitten ook in een ander tijdperk, waar de afhankelijkheden zo groot geworden zijn dat crises ook qua impact een grotere betekenis hebben dan aan de samenleving, dan alleen dat. Dus we hadden tot voorheen altijd hele individuele crisishandboeken voor dit, voor dat. Maar dat is aan het uitbreken. En dat geldt eigenlijk ook voor de pandemie en de crisishandboeken die we gevolgd waren. Maar die waren, als je ze goed analyseert en leest, toch veel meer op een enkele grote besmettingshaard ergens in Nederland, maar niet een heel land wat totaal in de grote problemen kwam. Dus daar is ook veel uitgezocht.
Commissielid 3
Brengt ons dat dan tot de conclusie dat voor een crisis die langer duurt en die meerdere sectoren betrekt, dat daar nog extra voorbereidingen nodig zijn?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, het interdepartementaal oefenen. Dus dat is ook iets wat we deels geleerd hebben uit corona en wat ik gezien heb dat het in beweging komt, maar het kan nog veel meer. Integraal oefenen voor stroomuitval, voor echt klimatologische crisissen in te veel of andere water. Dat is vaak toch nog moeilijker. Dus het kan wel in de sectoren, maar het langdurig doordenken waar reiksoverheid veel meer zit op schaarste verdeling en lokale overheden heel sterk met burgers. Wat kunnen we daarop doen? Hoe maken we dat beter? Maar dan vallen we nu eigenlijk een beetje helemaal in de nieuwe weerbaarheidsvraagstukken. Maar in kern zag je een aantal patronen in corona die ook in die brede vraag nog steeds spelen hoe we beter moeten leren van crisis en ons beter moeten voorbereiden, maar ook in de voorraden nadenken wat we nodig hebben. Hoe zijn we wat langer, zeker in een tijd waar die afhankelijkheden afhankelijk zijn, in staat om een crisis te bestrijden?
Commissielid 5
Dat roept natuurlijk de vraag op wat die patronen zijn waar u op hint.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik moet even scherp vragen, want ik heb iets in een zin gezegd. Ik ben mijn eigen zin kwijt, dus ik heb eigenlijk...
Commissielid 5
U gaf aan, we zagen tijdens de coronacrisis een aantal patronen. Ja. En daar zouden we ons beter op moeten voorbereiden voor een volgende crisis.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Patronen, ik ga het aan het einde opvragen, maar in ieder geval patronen van voorraden. Patronen van gebrek aan doorzettingsmacht als het belangrijk is. Patronen van interdepartementaal integrale informatie vanuit ziekenhuizen naar GGD, allemaal wat los van elkaar. Dus ja, ziekenhuizen oefenen, dat oefenen, maar een keten van oefenen in een heel systeem, en dan niet dagdagelijks, maar daar zitten gewoon verbeterpunten in. En ik denk die stroom van doorzettingsmacht, je moet inderdaad noodwetgeving, maar je hoort eigenlijk in de vakwetgeving al een deel van je doorzettingsmacht georganiseerd moeten hebben in het normaal, want anders schiet je veel te ver. Als je dat niet doet, schiet je in een crisis die groot loopt al heel snel naar uiterste van oplossingen. Kunt u wel iets concreet maken? Een stap in een aantal vlakken, dat geldt zowel op openbaar orde, maar ook andere vakdepartementen, is klassiek doorzettingsmacht niet sterk in de wet geregeld. En als het heel spannend wordt, en er is tekort, en er is schaarste, en dat moet toch gebeuren, en er moet een ministeriële aanwijzing komen, en het is niet in de wet geregeld, krijg je heel gauw de vraag naar noodwetgeving. En dat is een dermate zware instrument. Er zit echt, denk ik, een verschil tussen noodwetgeving aan de andere kant en zorgen dat je binnen de structuur van de reguliere wetgeving op een aantal vlakken de doorzettingsmacht van de minister of van de politiek hebt geregeld. En dat is niet allesovernemend, maar dat is in een aantal vlakken vanuit een niet-deskundige op volksgezondheid toch een observatie dat het sturen op bed-ziekenhuisbedcapaciteit en het sturen van dat soort vragen, dat moet je uiteindelijk ook met een bepaalde doorzettingsmacht kunnen regelen als het niet werkt. Nou, dat bedoel ik eigenlijk in de zin van een van die onderdelen is dat wij in Nederland heel veel wetgeving hebben en voor ons alles weggezet hebben, maar niet in alle gevallen de doorzettingsmacht goed in de wet geregeld is, in bevoegdheden. En dan kom je heel snel dat je helemaal aan de andere kant naar een soort noodmaatregel moet grepen, en dat is niet goed. En het gevolg daarvan is dat die doorzettingsmacht niet goed is geregeld?
Commissielid 5
Waar leidt dat dan in crisistijd toe?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat je soms te laat bent, dat we heel veel dingen doen, dat je heel veel hulpconstructies nodig hebt. Het is heel hard gewerkt in de coronakrisis op de coördinatie van ziekenhuizen. En dat heeft wel gewerkt, maar dat duurde lang voor dat eruit. Soms nog steeds willen we zeker in tekort aan die zeebedden. Keuzes wel of niet bij elkaar, er is heel veel over gediscussieerd. Daar moet ook een keer een keuze in vallen als je die wet niet hebt. En dat geldt natuurlijk ook op het openbare orde. Wat langzaam is gerepareerd in het voorstel van de wet op de veiligheidsregio. Ja, een enkel protest hoort echt bij een burgemeester thuis. Maar als overal boerenprotesten plaatsvinden, moet er ook een vorm van samenhang zijn. Ook dat vraagt weer op een stukje. Dus op een aantal van die vlakken is die doorzettingswacht politiek, omdat een crisis niet meer alleen nog iets lokaals is. Crises zijn nationaal en internationaal en doorsnijdend. Dus je moet ook weer niet overdrijven, maar het is goed om in al die types van energie, van voedsel, et cetera, toch aan de hand ook van de coronalessen na te denken. Hoe doen we dat met de bevoegdheden als ze spannend worden? Om niet, in mijn taal, direct door te stappen naar noodwetgeving, maar om een aantal van die basisbevoegdheden in de wet te hebben geïmplementeerd.
Commissielid 3
Dank u wel. We hebben het al gehad over een aantal lessen. Die komen gedurende de volgende dag terug.
Voorzitter
Ik zou ze meteen nog graag even stilstaan bij de organisatie van de crisisaanpaling. U kunt meteen door, collega, met het volgende onderwerp. In dat geval pakken we die gelijk, Pete.
Commissielid 3
Allereerst wil ik even met u kijken naar de taakverdeling tijdens de coronapandemie en wie daarin welke verantwoordelijkheden draagt. Mijn eerste vragen zijn, verschillende crisisstructuren zijn actief geweest gedurende de pandemie, maar in die eerste fase, dus in de eerste maanden van 2020, krijgt de nationale crisisstructuur vorm.
Commissielid 5
Hoe ging dat?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik weet het niet helemaal precies, maar in die voorperiode, en dan praten we over eind januari, dan begint dit te ontplooien en dan is ook op directeurenoverleg tussen VWS en NCTV contact. We zien dit al. We hebben al een aantal crisisvraagstellingen over repatriëring met buitenlandse zaken, INW, vluchthaven en VWS. VWS is dan al een beetje aan het opschalen en er komt eigenlijk discussie, moeten we niet, naar die volgende fase? Is het niet een integraal interdepartement?
Commissielid 5
Waar zaten we toen, in welke fase, voor het beeld?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik praat hier over 24 januari. Eigenlijk vanaf 12, 13, 14 januari beginnen die repatriëringen en dat zijn al vragen die wel wat bij de NCTV terechtkomen, want dan kijk je met buitenlandse zaken, INW-vluchten, hoe doen we dat? Dus dat is deels. VWS zat nog vooral in dat deel. We hebben het eerste interdepartementaal ambtelijk overleg, het IAO. Er zijn drie grote namen die steeds... Het IAO is het directeurenoverleg, het ICCB, Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing, en de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing. IAO is de eerste laag. Die eerste is op 28 januari bij elkaar geweest. En dat is eigenlijk een aanloop naar de start van de crisisstructuur. In dat overleg op 28 januari ging het nog echt wel veel over repatriëring, speelden de andere onderdelen niet. 29 januari werd het groter, is het NKC, het Nationaal Crisiscentrum Communicatie, opgestart. Dat is een onderdeel van de crisisstructuur, omdat het toen groter werd. En langzamerhand zijn we toen toegewerkt in februari naar de eerste ICCB op 26 februari. En dat betekent, dan komt altijd het MCCB daarna op 3 maart. Dat is eigenlijk de start geweest van de opschalingstructuur. In het begin echt op die repatriëring. Er was een groot cruise-schip, ging allemaal dat. En op een gegeven moment, in overleg en samen met VWS, zien we dat het groter wordt. Het werd echt departementsoverschrijdend. Het was niet alleen maar meer VWS, meer en meer. En we hadden steun nodig. Want welke ministeries waren op dat moment betrokken? In de eerste fase, en misschien vergeet ik er één, maar in ieder geval buitenlandse zaken, veel repatriëring. INW, want het had veel met vliegbewegingen te maken. Ministerie van JNV, altijd een aantal onderdelen. VWS, in de eerste weken in ieder geval die. Maar in een breder overleg, en zeker ook dat moment in het BAO, het eerste BAO, wat 24 januari was, waren bijna alle ministeries al verantwoordelijk. En het BAO is dan weer geen onderdeel van de crisisstructuur, het is een onderdeel van de VWS-structuur. Dat moet je toch even uit elkaar halen. Maar die eerste die ik noemde, waren toch de meeste op dat moment.
Voorzitter
Want daar moesten acties plaatsvinden. Sorry collega, dat ik u even onderbreek. En ook de heer Abelsberg, u gebruikt veel afkortingen. En we willen ook graag dat de mensen thuis het kunnen volgen. Het ICCB is een hoogamtelijk overleg. Het MCCB is een overleg waar ministers samen zitten. En het BAO is een bestuurlijk afstemmingsoverleg. En het vriendelijke verzoek of u daar ook rekening mee kunt houden, zodat de mensen thuis het ook kunnen volgen.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik ga het doen en corrigeer me als ik in mijn enthousiasme het vergeet.
Commissielid 3
Dank voorzitter. Dat bracht mij bij de vraag wat die crisisorganisatie kenmerkt.
Pieter-Jaap Aalbersberg
In algemene zin is een crisisorganisatie niet voor een langdurige. Het is eigenlijk kortcyclisch. Want als een crisis heel langdurig wordt, wil je hem overgebouwd hebben naar een legalierproces. Maar in een crisissituatie waar er politieke besluitvorming nodig is, direct nemen maatregelen, gaat het om discipline, een bepaalde ritmiek en eigenlijk ook om een voortdurende snelheid. En de MCCB, de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing, is eigenlijk een onderraad. Onder de ministerraad zitten allemaal onderraden, normaal. En de MCCB is de enige onderraad die eigenlijk direct besluitvorming kan nemen. En in de regeling staat dus dat altijd, wat ik zei, de minister van Justitie en Veiligheid of de minister-president is voorzitter. En de besluiten van de MCCB worden de eerste ministerraad daarop gedeeld in de ministerraad. Dus de MCCB in die structuur, die kenmerkt dat, is toch een klein overleg met de betrokken bewindslieden, die op dat moment de noodzakelijke besluiten voor een crisis kan nemen.
Commissielid 3
En functioneerde dat naar uw inzicht op dat moment ook goed?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, zeker in het begin. De eerste MCCB was nog breed. En na een paar MCCB's is die weer teruggebracht tot een wat kleiner overleg. Want ja, ook zo'n overleg met acute crisis is wel in een bepaalde samenstelling. Op een gegeven moment zaten we geloof ik op ongeveer acht bewindslieden, maar u hebt alle aanwezigheidslijsten gezien. Dus de eerste waren nog wel breed. En op een gegeven moment is het teruggebracht. En dat ging inderdaad steeds weer door de routine. Voorbereid in het interdepartementaal ambtelijk overleg, in de ICCB, de interdepartementale commissiecrisisbeheersing, want daar wordt alles afgestemd. Soms ook al van tevoren vooroverlegd met het veiligheidsberaad. En dan komt dat stuk met agenda, dat doet dus de NCTV, dat al die dingen bij elkaar komen. Kwam dan in de MCCB, waar altijd die routine is. Wat is het beeld? En langzamerhand was dat vooral ook het beeld van de voorzitter van het MT dat meeneemt. Wat is het maatschappelijk beeld? Wat is het handhavingsbeeld? Welke besluitvorming is voorbereid? En dan vindt daar besluitvorming plaats. En dan een heel belangrijk deel is ook, wat is de communicatiestrategie? Hoe vertellen we dat? En dat werkte. Na verloop van tijd, ik weet niet of u daar al wil zingen. Daar kom ik inderdaad op.
Commissielid 3
Dan stop ik even. Want dat is de perfecte brug. U geeft namelijk aan dat die structuur in eerste instantie dus men in staat stelde om met de juiste mensen op snelheid besluiten te nemen. Maar op een gegeven moment, u gaf het al aan, de crisis is niet bedoeld. De crisis structuur eigenlijk voor een langere periode. En dan zien wij ook dat na de zomer van 2020, dus dan is de eerste golf geweest, de organisatie ook veranderd wordt. Er komt een speciaal directoraat-generaal COVID-19. En u en uw organisatie, de NCTV, doet ook weer een stap terug. Maar wij zien echter dat in het najaar van 2020 het virus weer oplaadt. En dat de NCTV weer terug wordt gevraagd. Of eigenlijk weer opnieuw wordt geactiveerd, moet ik zeggen. Waarom was dat nodig?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik begin even. Dat, ook als NCT zelf, vond ik in juni, wij moeten afschalen als crisisorganisatie. En dat heeft ook te maken met de besluitvorming. Het is goed om in een klein politiek overleg besluitvorming te nemen. Maar als je langer bent in de crisis, moet je naar weer de brede besluitvorming. En een brede ministeriële commissie. En moet je uit de structuur van die ICCB. Inderdaad. Moet u dat ook uitleggen, waarom dat niet meer wenselijk is? Dat heeft ook met de brede politieke vertegenwoordiging te maken. Want een MCCB is toch eigenlijk een korte verzameling van de meest betrokken politieke bewindslieden die keuzes maken. En dat is goed in een korte crisis. Maar daarna is het altijd weer goed om weer te verbreden naar het reguliere wat we hebben. Gewoon een normale onderraad, die het mandaat heeft van de ministerraad, of daarna naar de ministerraad gaat. En ook een bredere adviescommissie. Een ACC, adviescommissie COVID. Dus je moet niet te lang in een crisis blijven heerzen. Want in die crisis heb je ook wat bijzondere mogelijkheden en rollen. Dat is goed voor dat moment. Maar als het langer wordt, wil je naar een regulier proces zoals we dat in de Haagse wereld doen. In de politieke wereld. En dat was ook de insteek. Daarbij ging het ook in de zomer naar beneden. Dus we zaten ook in een terugloop van de besmettingen. En voor zover u nog weet, we hadden toen ook opeens een nieuwe crisis aan de wand. De hoogwater in Limburg. Dus als NCTV zei, we kunnen geen zoveel crisis aan. Wij moeten ook zorgen dat we weer klaarstaan. Gelukkig heeft dat niet doorzet voor de volgende crisis. Dus die elementen bij elkaar brachten dat we dit deden. Maar dan wordt die weer teruggevraagd. Ja. Toen is wel ingesteld, ook met een regeling, dat het niet meer in een crisisstructuur geweest is. Maar het is toen omgezet naar een ministeriële commissie COVID. Een reguliere onderraad zoals andere. Breder samengesteld. Dat was ook niet meer met een beperkt aantal ministers. Maar dat was door het allergrootste gedeelte van het kabinet. Een adviescommissie daaronder voorgezeten. Zoals regulier met die onderraden gebeurt en adviescommissies door de SG. In dit geval de Secretaris-Generaal van Justitie en Veiligheid. Daarmee was de structuur van het ambtelijk overleg geborgd.
Commissielid 5
U noemde al een verschil, de bredere vertegenwoordiger. Wat waren nog meer de verschillen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Eigenlijk ging het werken zoals de normale besluitvorming in Den Haag ook loopt. Vanuit voorbereiding en adviescommissie. Een normale onderraad en dan de ministerraad. Daarmee werd het op dat niveau ingezet. In de relatie met de omgeving bleven natuurlijk heel veel dingen hetzelfde. Na de zomer begon de besmetting weer op te lopen. Er kwam een enorme drukte op de projectdirectie. Die was ook ingericht om wat breder te kijken naar maatschappelijke effecten. Maar ook naar het afbouw. Dat kwam in gedrang met de kortcyclische besluitvorming. Dat had wat crisisachtige elementen zonder dat het crisisstructuur werd. Kortcyclisch bedoelt om de twee, drie dagen. Dat kenmerkt de NCTV-organisatie wat meer. Om met veel energie als fixers dat in te zitten. Dat heeft geleid dat in oktober de NCTV gevraagd is om niet meer in de crisisstructuur te komen. Maar toch weer de rol op te pakken van het faciliteren van de agenda's. In de nieuwe structuur van de adviescommissie-ACC-COVID. En de ministeriële commissie-COVID. Het was dus niet de crisisstructuur. Maar de NCTV pakte wel die rol weer op in het samenbrengen van de besluitvorming. Het verbinden met het veiligheidsberaad. Samen met VWS alweer onderdelen maken. De projectorganisatie fokte zich veel meer over de strategie afbouwplannen. Maatschappelijke impact, lange termijn, etcetera. Daarmee kwam er een onderscheid tussen die twee taken. En heeft de NCTV bijna tot het einde het faciliteren van de besluitvorming ondersteund.
Commissielid 5
U noemde dat kortcyclische besluitvormingsprocedures.
Commissielid 3
Begrijp ik goed dat het niet lukte om voldoende snel besluiten te nemen? En dat u daarom weer terug bent gevraagd.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Of moet ik dat anders zien? Dat zal ook meegespeeld hebben. Ik weet dat ik gewoon teruggevraagd werd. En dat de betrokkenen graag wilden dat de NCTV weer in deze rol stapte. En dat zal ongetwijfeld iets te maken hebben dat dat goed liep. En dat dat tevredenheid was. En dat de breedte van die andere portefeuille wat conflicteerde met het ondersteunen van deze besluitvorming. En dat je dan teruggrijpt naar een vertrouwd iets. Dat begrijp ik wel. Dus ik denk dat er gewoon teruggegrepen werd naar een vertrouwde partner in deze.
Commissielid 5
U zei net nog iets wat mij opviel.
Commissielid 3
Namelijk dat naar Nederland, op het moment dat u bezig bent met de coronacrisis, niet een nieuwe crisis. Geen capaciteit meer vrij heeft voor een nieuwe crisis. Leidt dat tot de conclusie dat we in Nederland geen meerdere crisis tegelijk zouden kunnen dragen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Jawel, maar dat gaat heel veel energie kosten. U moet ook begrijpen dat ook voor een NCTV. Ik denk de coronacrisis was voortdurend ongeveer 60, 70 mensen waren in onze rol actief. We hebben veel geleerd van de crisis van MA17. Onder andere dat op het moment dat een crisis begint, je alle functies dubbel bemenst. Dus wij werkten vanaf dit hele drie jaar door met drie dagen op, drie dagen af. Want die crisis hield niet op naar vijf dagen. Het was eigenlijk zeven dagen, inclusief de voorbereiding van het Catshuis. Dus je hebt een flink aantal mensen nodig om stabiel te blijven en te zorgen dat je mensen fit en vitaal blijven. Ik denk dat was een eerdere ervaring van ons. Dus op dit moment dat zo'n crisis begint, doen wij bijna alle functies direct dubbel belasten. Dat vinden mensen soms wel lastiger, want de eerste weken wil je overal bij zijn. Maar je bent in je werk drie dagen en je bent drie dagen vrij. Om die stabiliteit. Dat betekent dat je een aanslag doet op je bezetting. In dat team wil je ook graag wat mensen van andere departementen. Je stelt dat zo breed mogelijk samen. Als de spanning hoog is, kan dat altijd. Maar op het moment dat wij toen COVID-19 zagen, zeiden we dat er eigenlijk wel ruimte is om naar een reguliere structuur over te gaan. Daarmee staan wij weer klaar voor de volgende crisis. Dat is een lang antwoord. Natuurlijk kunnen we meer crisis aan, maar dat gaat altijd wel ten koste van andere prioriteiten en capaciteit, et cetera.
Commissielid 3
Ik kom straks nog terug op welke aanbeveling u de commissie zou willen meegeven op dat vlak. Ik was nog even benieuwd naar een mate van concreetheid. U sprak net dat u werd door betrokkenen teruggevraagd. Wie was dat precies?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik denk dat het kwam door iemand van Algemene Zaken. Ik denk dat het verzoek van de voorzitter van de ministeriële commissie kwam. De minister-president? Ja, maar het was een verzoek via Algemene Zaken. Een ambtenaar van het ministerie van Algemene Zaken.
Commissielid 3
Tot slot over dit onderwerp. Ik was benieuwd of de organisatie in het eerste jaar van de pandemie, de crisisorganisatie, tussentijds geëvalueerd is. Na de eerste golf wordt die afgebouwd. Er komt een nieuwe crisisorganisatie voor terug. Dat schetste u net al. Is er ook besproken wat er aan die organisatie zou moeten wijzigen? Wat er goed ging en wat er beter kon?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, volgens mij bent u ook in de zit van die stukken. Wij hebben het crisisonderzoeksteam verschillende malen gevraagd om evaluaties uit te voeren. Ik ken niet alle aanbevelingen, maar er kwamen voortdurend aanbevelingen uit die je dan toch meeneemt. Dat waren niet drastische, alles moet anders. Maar wel is de communicatie met alle andere departementen voldoende. Kan dat beter? Gaat het te snel? Hoe houd je iedereen aan boord? De communicatie is een aantal keren geëvalueerd. Dat zijn niet diepgravende evaluaties zoals uw commissie doet of als de onderzoeksraad gedaan heeft. Maar dat zijn wel van die tussenevaluaties. Volgens mij was de eerste al ergens in het voorjaar van 2020.
Commissielid 3
Ik ken dat onderzoek inderdaad. Ik wil het graag van u horen. Als ik u dan even los van dat onderzoek vraag. Wat waren in die tussenperiode de wijzigingen aan de organisatie waarvan u zei die zijn nodig?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik heb die niet heel scherp meer, maar in ieder geval is dat we het team breder wilden samenstellen. Ik denk wel dat er ervaring was. Welk team precies? Het team van de zestigste mensen. We probeerden ook mensen van economische zaken, ook collega's van andere ambtenaren. Je wil dat blik zo veel mogelijk. Dus je wil eigenlijk van alle ministeries de beste kandidaat. Dat is altijd wat je graag wil op dat moment. Je hebt verschillende soorten departementen. Je hebt echte departementen met uitvoeringsorganisaties en wat sturing. En je hebt stelseldepartementen die vooral alleen op het stelsel sturen.
Commissielid 3
Dit moet je even uitleggen voor mensen die niet bekend zijn.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is gewend aan sturen op allerlei problemen en heeft een grote crisisorganisatie intern. Een stelseldepartement, een ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen of een ministerie van VWS, is veel meer een departement die stuurt op het beleid en de wetgeving. En wat minder in huis gewend is om ook inhoudelijk te sturen. En dat zagen wij als NSTV ook eerst in deze fase. Dat het ministerie van VWS ontzettend zijn been bij moest trekken om uit de wat meer beleidssturing te komen naar echt een operationele sturing. Ook in de bezetting. En in het begin heb ik me ook wel soms wat zorgen gemaakt over mijn collega's van VWS die nog niet dubbel bezet waren en die ontzettend zwaar belast werden. Enerzijds door het parlementaire proces beantwoorden. Eigenlijk ook wat moesten sturen. Dus in dit geval betekent dat, denk ik, dat we als NSTV zeker in de eerste fase ook regelmatig bijgesprongen zijn samen en naast VWS om die crisisorganisatie te helpen en te bemensen. En heel langzaam in de loop van dat jaar is ook dat ministerie van VWS veel meer in een soort operationele crisismethode gekomen. Maar wel met enige zorg. Ik weet nog dat ik ergens in de beginfase naar de secretaris-generaal van VWS ben geweest.
Commissielid 3
Ik onderbreek u even, want daar willen we zo meteen nog met u over spreken. Komen we dus nog terug.
Voorzitter
Ik heb voldoende voor dit onderwerp. Dank u wel. Collega Lammers, heeft u op dit onderwerp nog aanvullende vragen?
Commissielid 2
Nee, op dit onderwerp niet.
Voorzitter
Meneer Adelsberg, u had het over het principe van drie dagen op en drie dagen af werken in crisistijd. Gold dat ook voor u? Nee.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat is een eerlijk antwoord.
Voorzitter
En waarom niet?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Als functionaris ben je moeilijker. Dat geldt voor ministers ook. Het was een bijzondere tijd. In de eerste periode was het eigenlijk zes dagen per week was ik in Den Haag. En de zaterdag was nog de terugvaldag dat ik thuis was. Verder was ik zes dagen in Den Haag.
Voorzitter
En is dat vol te houden?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, maar het is ook een vraag of je dat wil. Op dit moment ging dat. Het heeft veel energie gekost. Maar het is ook een vorm van voldoening, want je doet ertoe. Dat geldt ook voor de meest direct betrokkene ministers. Je ziet de bovenkant van deze crisis. We gaan straks nog in de structuur rinnen. Maar de ministers betrokken in het zogenaamde torentjesoverleg. Ik neem aan dat die dingen straks nog in orde komen. Daar waren allemaal mensen die op persoonlijke functie voor een opdracht stonden, wat ze niet konden delegeren. Dus die groep van mensen was wel voortdurend bezig met deze crisis. Dan praten we over een groep van een maand of tien.
Voorzitter
Maar juist ook omdat het een langdurige crisis is, hoe kijkt u daar nu naar?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Je kunt bijna de politieke verantwoordelijkheid van de minister niet zeggen dat je drie dagen op en drie dagen af doet. Dat zit ontstelzend in elkaar. Dat hoort ook bij het ambt van minister zijn. Ik denk dat dat in een aantal van die zware boegbeeldfuncties ook een beetje bij dit ambt hoort. Er moeten mensen om je heen zijn die zeggen dat het niet meer goed gaat. Dus je moet wel zorgen dat je een beetje door je omgeving in de gaten gehouden wordt. En ik had natuurlijk ook in mijn organisatie, het is wat anders gegaan, mijn vervanger deed... Want de hele NCTV ging ook nog gewoon door. Er waren voldoende andere onderdelen op het terrorisme, op bewaak en beveiligen. Dat nam mijn vervanger van mij over. Dus je kiest er wel prioriteiten in. Ja, maar het heeft een voordeel en het gevaar is als er niemand waarschuwt dat het niet goed gaat en we zijn iemand omvallen. En er is niet voldoende op gelet op. En ik denk dat voor ons het uitvallen van minister Bruins... Dat was ook voor ons allemaal wel even. Je moet elkaar wel hierop in de gaten houden. Dat moet niet gebeuren opeens. Dat moet je aanzien komen. En dat is moeilijk. Het is eigenlijk de verantwoordelijkheden. Uiteindelijk gaan mensen daar zelf over. Maar als je dicht bij elkaar werkt, kun je wel zorgen dat je elkaar wat meer in de gaten houdt.
Voorzitter
Dat was rondom mij. Bij mij wel zo georganiseerd. Dank u wel. Dan geef ik collega Lammers het woord voor het volgende onderwerp.
Commissielid 2
Dank u wel. We hebben zojuist met u gesproken over de crisisorganisatie. Nu zou ik graag met u willen spreken over het Veiligheidsberaad. Tijdens de pandemie vormt u een belangrijke schakel tussen het kabinet en de regio. U onderhoudt het contact met de Veiligheidsraad. We weten dat er in de Veiligheidsraad een overleg is van voorzitters van 25 veiligheidsregio's. Kunt u eens aangeven wat de precieze functie van het Veiligheidsberaad is of eigenlijk was tijdens de pandemie?
Pieter-Jaap Aalbersberg
De wettelijke politici kent het Veiligheidsberaad. Het zijn de voorzitters van de 25 veiligheidsregio's, wat een samenwerkingsorgaan is. Het zijn geen superburgemeesters, maar het zijn de voorzitters van de veiligheidsregio's. Het zijn intermediairen. Toen ik NCTV werd — u weet waarschijnlijk dat ik daarvoor altijd in het lokale domein gewerkt heb, als korpschef en politiechef — en ik kwam in het Haagse, vond ik dat in de crisis de verbinding tussen dat lokaal en de crisisvorming eigenlijk dun was. De eerste crisis die we hadden, was de tramaanslag in Utrecht. Toen hebben we de burgemeester, de heer Van Zanen van Utrecht, in de ministeriële commissie laten inbellen en meelaten komen. Dat is eigenlijk de stap geweest dat we stapverwachting hebben. In die commissie-crisisbeheersing moet je altijd een vertegenwoordiger hebben vanuit dat lokale domein. In de coronacrisis hebben we dat vertaald door de voorzitter van het Veiligheidsberaad en de portefeuillehouder GGD-GOR — dat zijn twee afkortingen voor de burgemeester van Venlo, die in het Veiligheidsberaad de portefeuille had van gezondheid — mee te nemen in de vergaderingen van eerst de ministeriële commissie-crisisbeheersing, maar later ook de daarop volgende ministeriële commissie-COVID. Dat is niet in een stempositie, maar wel om er altijd bij te zijn, mee te kunnen luisteren en te kunnen praten. Op dit moment is in het nieuwe crisishandboek zelfs voorgeschreven dat er altijd een verbinding gemaakt wordt tussen het Veiligheidsberaad en de burgemeester en de nationale crisisstructuur. Zo hebben we dat gedaan. Ik ga nu naar uw vraag toe. Het Veiligheidsberaad was voor ons eigenlijk heel belangrijk, want midden in zo'n crisis is de getrapte vertegenwoordiging van al die burgemeesters het best te organiseren op dat moment. Er zijn 25 voorzitters die direct aangesloten zijn bij de burgemeesters in hun regio, waarbij die 25 voorzitters duidelijk het onderscheid hebben tussen de grootstedelijke Randstad en het platteland. Het Veiligheidsberaad was dus voor ons ontzettend belangrijk om te polsen wat er van hen te horen speelt, en dan niet als een besluit voor het orgaan, maar wel in het advies hoe jullie er tegenaan kijken. Dus alle maatregelen en pakketten werden van tevoren altijd getoetst in het Veiligheidsberaad. Hoe kijken jullie erin? In een aantal gevallen werd het Veiligheidsberaadselem — dit vinden wij niet verstandig — daarop aangepast. Zoals ik al zei, zaten de voorzitters van het Veiligheidsberaad en de portofeilhouder uiteindelijk ook in de ministeriële commissie. Dus dat beraad was toch wel een beetje de intermediair in verbinding op dat moment tussen de crisisorganisatie en de lokale overheden op de crisiselementen. Ik maak even een uitzondering. Er waren natuurlijk ook vergaderingen met de wethouders, gezondheidszorg — dat ging veel meer over de ziekenhuisbedden — en dat hoorde veel meer in de reguliere zorg van de structuur van VWS. Het ging hier echt over de crisis, de handhaafbaarheid, de openbare orde en wat er in de samenleving Om die elementen ging het, en niet om een heleboel andere reguliere processen die in de normale structuur zaten.
Commissielid 2
Wat was dan uw rol bij het Veiligheidsberaad?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Onder verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid ze meenemen, brieven. Vaak nam ik de heer Van Dissel mee. Hij vertelde altijd wat er aan de hand is. Ik nam vaak de verbindende schakel tussen wat daar speelde. Heel vaak waren er ook verschillende bewindslieden mee. De minister van JV was er vaak, de minister van VWS, soms de minister van BZK. Daarin zorgde ik ook dat we dat wat we moesten verbinden en delen, met elkaar moesten doen. Dat zat ook op het onderliggende ambtelijk niveau. Tussen mijn directeur crisisbeheersing, die ook veel deed, en de twee vertegenwoordigers, dat was de directeur Veiligheidsregio Rotterdam en Amsterdam, was ook continu overleg. Het was niet alleen maar op het politiek-bestuurlijke niveau. Het was ook ambtelijk veel spelen wat er speelt.
Commissielid 2
Uit ons onderzoek komt naar voren dat als de leden van het Veiligheidsberaad iets wilden bereiken, dat ze dan contact met u opnamen. Niet met een andere minister of met een minister-president. Wat zegt dat over uw positie?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat ik daarvan de brievenbus was. Blijkbaar werkte die brieven dus goed. Ik besprak dat natuurlijk met de bewindslieden, of in een torentjeoverleg of in een andere overleg, zodat ze daar een besluit op konden nemen. Ik kon dat dan ook wel weer terugkoppelen. Die brievenbusfunctie van de NCTV heeft daarin gewerkt. Het is ook druk. Dat is ook wat allemaal kon. Er was een enorme belasting, zeker in de eerste periodes, waar er dagelijks en wekelijks overleggen waren. Dat bedoel ik misschien wel een beetje met dat oliemannetje, de Honours Broker. Dat is de rol die er is.
Commissielid 2
Functioneerde dat altijd goed? Of was er ook wel discussie?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Natuurlijk was er discussie. Zet 25 burgemeesters bij elkaar en er is discussie. Dat is ook goed. Niet alle voorzitters hadden echt dezelfde lijn. Er waren natuurlijk mensen die eigenlijk nog strenger wilden. Andrie zei dat ze anders moesten doen. Dat was altijd een debat. Het Veiligheidsberaad, net als andere, kwam altijd wel tot een eensluidende mening, dankzij ook de voorzitter, die daar een belangrijke rol in had. Dus alle discussies die overal speelden, speelden ook in het Veiligheidsberaad.
Commissielid 2
Dank u wel. Dan heb ik op dit onderwerp geen vragen meer.
Voorzitter
De collega Huidekoper heeft u op dit onderwerp aanvullende vragen. Ja, één vraag.
Commissielid 3
Wij hebben ook burgemeester Mikkers van Sertogenbosch hier in deze zaal verhoord.
Commissielid 5
Hij gaf aan dat het Veiligheidsberaad te veel als klankbord Tweede Kamer werd gebruikt door het kabinet.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Wat is uw reactie daarop? Ik heb hem dat horen zeggen. Ik begrijp dat ook vanuit de positie van een burgemeester, waar de Veiligheidsbestuur een samenwerksorgaan is en het Veiligheidsberaad in de nieuwe wet een wat zwaardere rol heeft. Ik begrijp dat u dat zegt. Ik vond het wel heel plezierig om te hebben. Ik kijk daar dus iets anders tegen aan, niet op de wettelijke basis. Het was heel goed dat we die verbinding konden maken tussen de hectiek van de voortdurende snelheid in besluitvorming en toch een soort vertegenwoordigend orgaan van burgemeesters die de middenin zaten van die grote plaatsen bij elkaar. Dus vanuit de ervaring ben ik er iets positiever over, zoals het daar ook echt gewerkt heeft. U zegt dat het in de praktijk prettig was. Mag ik dat zo vertalen? Ja, maar ook functioneel. Het was niet alleen prettig, het was functioneel, omdat we heel snel konden schakelen met dit speelt hier, hoe kijkt het Veiligheidsberaad deze burgemeesters daar tegenaan? Er is altijd een vorm van getraptheid. Deze getraptheid van de voorzitters van de veiligheidsregio's, die in dat proces van crisisbeheersing en openbare orde zitten — het is ook dat, dus ik heb het niet over de andere lijnen — was daarmee wel snellend. Zij spraken ook regelmatig met al hun burgemeesters daar. Want tot slot is het ook wenselijk. U vraagt nu om mijn professionele opvatting. Ik zeg dat even zonder enig politiek mandaat. In de vorm van crisisbeheersing is het wenselijk om tussen het Rijk en de gemeente een coördinatielevel te hebben. Dat hebben we gerealiseerd met de veiligheidsregio's. Dat wordt steeds sterker. Die sturen daarin ook de samenhang tussen de operationele diensten als politie, de witte kolom, de geneeskundigen en de gemeentelijke opvang. Als er schaarste tekort is, zul je die tussenstap moeten hebben. Het is de positie van de veiligheidsregio waar ik bij mezelf dat er een democratisch gat in zit. Het is dus ook de vraag hoe je dat in het democratisch gat gaat invullen. Maar het is wel heel goed om van 1 van 25 naar 300 te gaan.
Voorzitter
Dat is in de beheersing van de crisis goed om te hebben als coördinatielevel. U geeft aan waarom het goed was om juist met het Veiligheidsberaad deze afstemming te hebben. Waren er ook andere mogelijkheden om die afstemming te voorzien?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat moet een beetje onderscheid maken. Ik denk dat de meerdere geneeskundige vragen via het BAO, het VNG en de wethouders een belangrijke rol kregen. Ik denk dat ook met het breder en langduriger van de crisis je nog steeds dat deeltje van openbare orde-crisisbeheersing schaars te hebben, maar ook het gemeentelijk breder met wethouders groter werd. Dat had je anders kunnen organiseren. Ik weet niet direct of het in de VNG-paraplu dat wordt heel breed en heel groot gewerkt had, maar dat had het kunnen zijn. Je had het natuurlijk ook via een VNG kunnen organiseren. Dat is een ander vertegenwoordigend instrument, maar ook dat VNG heeft geen eigen besluitkracht. Je komt van de verantwoordelijke burgemeesters naar het centraal. Die keuze had je ook kunnen maken, maar juist in de ervaring van crisisbeheersing is die veiligheidsregio, de bestuurder van die veiligheidsregio en het veiligheidsberaad wat meer getraind en geoefend.
Voorzitter
Kan ik daaruit opmaken dat dit uit toeval zo ontwikkeld is, of ziet u dat anders? Nee.
Pieter-Jaap Aalbersberg
De geschiedenis van de veiligheidsregio's is natuurlijk al langer. Er is natuurlijk steeds een ingewikkeld vraagstuk over het democratische controle van dit systeem van de burgemeesters. Maar alle veiligheidsvragen zijn vaak ook gemeentelijk overschrijdend. Dus je hebt een vorm van bovenregionale sturing nodig. In het wetsontwerp van de veiligheidsregio's wordt daar ook meer rol neergelegd voor de voorzitter van de veiligheidsregio, ook als bevoegdheid. Dus dit proces van de veiligheidsregio's is eigenlijk op een aantal dingen al lang bezig, zeker op brandweer en op verdelen. Met corona werd het sterker door de langdurigheid van de crisis en ook de heftigheid van de maatregelen die genomen werden. Dus corona is wel een versneller geweest van het veiligheidsberaad, wat daarvoor toch vooral met het beheer van de brandweer bezig was. En soms wel eens een beetje met dat soort onderdelen. Maar in corona is die wat operationele rol wel versterkt en versneld.
Voorzitter
Dank u wel. Dan gaan we ook naar het volgende onderwerp. En daarvoor geef ik graag het woord aan collega Huidekoper.
Commissielid 3
Hartelijk dank, voorzitter. Ik wil het even hebben over de besluitvorming. We hebben het net al gehad over de ambtelijke commissie COVID-19. De commissie bestaat uit hoge ambtenaren van verschillende ministeries en adviseurs. En die de opmaat vormen naar de ministeriële commissie COVID-19. Met alle ministers en adviseurs. U bent als NCTV bij beide overleggen aanwezig. Die twee overleggen samen met de ministerraad vormen de officiële besluitvormingstructuur. Er zijn gedurende de pandemie ook twee overleggen ontstaan waarvan geen notuurder worden gemaakt. Informele overleggen. Dat gaat over het Katshuisoverleg en het Torentjesoverleg. Laat ik bij die eerste beginnen. Het Katshuisoverleg vindt vanaf 15 maart 2020 iedere zondag plaats in het Katshuis, hier in Den Haag.
Commissielid 5
Kunt u als eerste zeggen hoe zoiets eraan toegaat? Kunt u ons meenemen? Het Katshuisoverleg als eerste?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, exact. Ik moet eerst even terugkomen. Er ontstond in de besluitvormingscyclus, waar we zeker in de eerste weken vrij snel zagen dat we MCCB, ministeriële commissie krisenbeheersing, na ministeriële commissie krisenbeheersing moesten organiseren, dat je bijna niet meer toekwam om eigenlijk wat achterover te kijken in de brede politiek wat gebeurt. Dus ja, in de crisis heb je je besluitvorming op orde. Daar is toen het beeld van geboren. We moeten breder politiek braakvlak tussen de ministers organiseren, een wat breder overleg tussen de ministers, wat meer beschouwend, soms deskundigen uit kunnen nodigen. En daar is eigenlijk het idee uitgekomen van het Katshuis. En dat Katshuisoverleg was dus een bredere samenstelling van het kabinet. Het waren niet alle ministers, maar het was wel breder. Het was politiek breder samengesteld met alle coalitiepartijen. Het was buiten de vergadersyclus, dus het was altijd op een zondag. Dus het zat niet klem dat leden opeens weer weg moesten en alle anderen. Dus er was ook ruimte. Het was wel een zware belasting, want iedereen moest zondag weer naar Den Haag komen. En dat was dan twee, tweeënhalf, soms drie uur, afhankelijk van dat. Maar dat gaf wel een bepaalde ruimte in een andere zetting in het Katshuis, waardoor er ruimte was voor die beschouwing, maar ook voor het politieke debat. In dat Katshuisoverleg waren eigenlijk een aantal rollen. De heer Van Dissel nam weer alle mensen mee. We hadden gedurende de vergadering een breed sheet deck, noemen we dat. Dat is een stapel met sheets in oranje kleuren die we met elkaar verzamelden over maatschappelijke impact, handhaving, wat de politie vindt, wat er aan zit en wat de te verwachte maatregelen zijn die wellicht zouden voorkomen. Het beeld van de heer Van Dissel was eigenlijk een hele pakket met wat er ligt. Soms waren er externe Commissielids. Begin april waren de heer Putters en de burgemeester van Amsterdam later geweest. Er zijn verschillende keren mensen uitgenodigd. Daarna gaven we ruimte tussen de bewindslieden. Er waren een beperkt aantal ambtenaren bij, maar we hadden tussen de bewindslieden om te sonderen waar we stonden. Dat was een beetje de politieke discussie en de lijn zonder besluitvorming te nemen. Het was echt een afstemmingsoverleg op dat onderdeel. Dat was het Katshuisoverleg.
Commissielid 3
Wie bepaalde de agenda en nodigde de mensen uit voor dat overleg op zondag?
Pieter-Jaap Aalbersberg
De voorzitter. Er was niet echt een agenda. Het was meer een soort programma per overleg. Er werd ook geen agenda. We hadden ook niet feitelijk een agenda, maar wel een soort volgorde van een aantal dingen die we zouden kunnen bespreken. Dat deed ik meestal met de voorzitter.
Commissielid 3
U deed dat met de voorzitter?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, met de voorzitter en een collega van het ministerie van Algemene Zaken met zijn drieën. Wat was het doel van die overleg? Dat gaf ik aan. Het was informeel en beschouwend. Het was politieke afstemming. Belangrijk om ook andere mee te nemen. De feitelijke MCVB was natuurlijk maar acht ministers en had niet alle kleuren van de coalitie. Het was breder. Het was coalitiebreed. Meer ministers afstemmen. Wat speelt er? Wat zijn andere invalshoeken in de beschouwing? Hoe kijkt iedereen er tegenaan? Er zat naast afstemming ook een soort collectiviteit vinden over richting op het politieke niveau. Wat was uw rol bij die sessies in het Katshuis? Vrij beperkt. Ik zorgde voor het sheet-deck met alle spullen. Dat lichtte ik toe. Het was meestal in een volgorde dat eerst de heer Van Dissel zijn epidemiologisch beeld gaf. Vervolgens had ik een heel sheet-deck met alles wat erop kon. En dan was het aan de voorzitter die met de andere bewindslieden het gesprek aanging.
Commissielid 5
Kunt u eens schetsen hoe dat ging? Er was een sheet-deck.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat is een powerpoint, zie ik voor me. Ja, die hadden we niet. Maar het waren wel een soort powerpoint-sheets die lieten zien wat er aan de hand was. Wat speelt? We hadden verschillende metingen. We hadden een flitspeiling om de twee weken. Wat was het draagvlak? Hoe kijkt het publiek? Dat zat erin. We hadden soms een beeld van het Sociaal-Cultureel Plannenbureau. We hadden iets van de handhaving. Later werd dat ook steeds dikker. U hebt ze allemaal gezien. In het begin is het dun en ze worden dikker. Dan wordt het een steeds breder beeld wat er in totaal speelt. De doelstelling was om alle leden van het Katshuisoverleg in hoofdlijnen zo breed mogelijk mee te nemen. Wat speelt er allemaal? Naast wat ze zelf allemaal hadden uit hun eigen kolom. Dat namen ze natuurlijk ook mee. Wie waren daar allemaal bij aanwezig? U hebt een lijst. Maar u wilt van mij... We proberen het ook te reconstrueren. Ik ben misschien niet volledig, maar in ieder geval de leden van de commissie zelf. Dat is de minister-president, de minister van Volksgezondheid, de minister van Medische Zorg, de minister van JNV. De kleine kern, dan de wat bredere kern. De minister van Binnenlandse Zaken, de minister van Sociale Zaken, de minister van Financiën, de minister van OZW en Onderwijs. De minister van Economische Zaken, soms ook de staatssecretaris van Economische Zaken of een andere staatssecretaris. Ik vergeet er pas een paar, maar die hoofdkern. De heer Van Dissel, ambtelijk de secretaris-generaal van Algemene Zaken en later na de zomer ook de secretaris-generaal van Justitie en Veiligheid. De directeur-generaal van het project COVID, de directeur-generaal Volksgezondheid, de Rijksvoorlichtingsdienst en nog een enkeling en twee of drie ambtenaren. Dat was de groep. Het was niet altijd hetzelfde. Het werd soms wat breder. Niet iedereen kon altijd zondag, maar rondom deze kern was dat de bezetting van het Catshuis. Ik ben vast een paar ministers vergeten. Dit geeft in ieder geval een beeld.
Commissielid 5
Defensie was er in ieder geval altijd bij. Sorry, die is misschien alweer te binnen. Wie bepaalde dan wie er in die wijk werd uitgenodigd voor het Catshuis?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat was in afstemming met de voorzitter. In de MCCB was het strikt, want we wilden het niet groter maken. Maar dit was ook een beetje sonderen. Ik denk dat de voorzitter dat deed. Misschien ook met de vicepremiers. Dat weet ik allemaal niet. Maar dat was ook een politieke afweging. Ik zorgde er dan een beetje voor dat ambtelijk de partijen daarbij waren die moesten zijn. Maar de keuze van de winstlieder lag natuurlijk bij de voorzitter in afstemming met zijn collega's. Dus de minister-president in dit geval.
Commissielid 3
Ik vroeg naar het doel van die Catshuisoverleggen. U zei dat het informele overleggen zijn. Dat zie ik zelf iets meer als de aard van het overleg. Ik ben nog een beetje op zoek naar een antwoord. Wat miste er binnen de formele besluitvorming, de ambtelijke en de ministeriële commissie, wat dit overleg noodzakelijk maakte?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Met gevaarlijk herhaal. Eén, de groep is breder. Voor de politieke afweging en beschouwing was het goed om alle partijen, alle coalitiepartijen, maar juist ook die die niet altijd in de MCCB zaten, zoals de minister van Sociale Zaken. De economische driehoek zat hier volledig bij aan tafel en zat niet altijd in de MCCB. Dus dit was het brede vertegenwoordigen van het kabinet ook in dit. Dat was één. Twee, in de crisisoverleg heb je niet zoveel tijd voor beschouwing. Dus dat moet je echt gaan organiseren, want dat kun je niet zonder. Dit overleg had geen tijdsdruk. Jawel, om te beginnen, maar wat minder aan het einde. Iedereen wilde wel graag naar huis op die zondag. Maar dat gaf ook ruimte om daar wat meer beschouwend in te zijn en ook andere mensen uit te nodigen, wat ook weer niet kon in de structuur van het besluitvormingcrisisoverleg.
Commissielid 3
Dan wil ik even met u gaan naar het tweede informele overleg, namelijk het torentjesoverleg. Later wordt dat ook wel het bewindspersonenoverleg corona genoemd. De torentjesoverleg verwijst naar dat dat overleg plaatsvond in het torentje, het kantoor van toenmalig premier Rutte.
Commissielid 5
U was daar bij aanwezig. Wie waren daar nog meer bij aanwezig? Het was een klein groepje, wat soms dagelijks was.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Het was een heel intensief overleg van de minister-president, de minister van VWS. Ik pak dan niet de eerste maanden op, maar ook dit torentjesoverleg is op 15 maart gestart. Dat is wel het katshuis als het torentjeoverleg is op 15 maart gestart. De minister van VWS, de minister van Medische Zorg en de minister van Justitie en Veiligheid waren de vier bewindslieden die er altijd waren. Na de nieuwe formatie is de minister van Sociale Zaken. In de nieuwe kabinet daarna, in de tweede helft, is de minister van Sociale Zaken als vijfde bijgekomen. Amtelijk was daarbij de secretaris-generaal van het ministerie van Algemene Zaken, de heer Van Dissel, ondergetekende, de raadsadviseur van Algemene Zaken op dit dossier en de directeur-generaal van Volksgezondheidszorg en de RvD. Dat clubje was eigenlijk bijna altijd hetzelfde clubje. Het was ook gedurende de lunch. Er was altijd een lunchsessie op dat moment van de dag. Dat was soms dagelijks en later wat om de dag. Dat hing een beetje af van waar we zaten in de crisis. Het doel van dit overleg was uitsluitend het operationele beeld. Lukt alles wat we gedaan hebben? Wat is er? Dit was dus veel meer op de operatie gericht. De bewindslieden werden eigenlijk geïnformeerd dat het wel of niet lukte. Hier zit een probleem in. Dit was wat meer de operationele stuur op weg naar besluitvorming in de ministeriële commissies in die lijn. Hier werd dus geen besluiten genomen, maar er werd heel erg gekeken naar wat er aan de hand was. Wat zouden we moeten doen? Wat komt op ons af? Loopt het goed tot een van alle onderdelen van zowel de maatregelen als de mondkapjes? Wat is er aan de hand? Dat werd dan daar kort gedeeld. Dat leidde vervolgens ook tot het uitzetten in de reguliere structuur. We hadden dus een soort operationeel stuur. Dat was het torennetjesoverleg, zoals het staat. We hadden een wat meer beschouwend en breed politiek, het katshuis. Daartussendoor liep de formele besluitvorming met al die overleggen, van ambtelijk tot en met de ministeriële commissie. Ik neem aan dat er op een gegeven moment ook wel kruisverbanden ontstonden. De drie kernministers zaten in al die verbanden, dus het liep niet naast elkaar. Het begon in het torennetjesoverleg en leidde dan, als het tot besluitvorming liet, in het besluitvormingsdeel. Als het heel groot was, ging het ook nog naar het katshuis en daarna in de besluitvorming. Ja, er zat heel veel kruis tussen. Je tekent het een beetje naast elkaar. Maar de onderwerpen kwamen natuurlijk op alle drie vaak terug.
Commissielid 5
Uw rol bij dat torennetjesoverleg? Hoe zag die eruit?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ook daar werkte ik weer met een sheetdeck, dus dat zijn papieren powerwordpresentaties, om alvast te laten zien wat we aan het voorbereiden waren voor de besluitvormingsronde. Dus in deel van de operatie loopt dat allemaal goed? Is er al een agenda voor het volgende ministeriele commissiecrisisbeheersing? Het was ook delen, als ik in het veiligheidsberaad was geweest, wat daarop speelt. Dus eigenlijk speelde hier ook weer in dat de heer Van Dissel, de dg Volksgezondheid van WWS, en ik ook weer de bewindslieden meenamen en ook een beetje in die politieke lijn een stukje verantwoording aflegden of wij gedaan hadden wat is afgesproken, want ook dat hoort bij zo'n stuur.
Commissielid 3
U zegt dat, onder andere, op die sheetdeck ook dingen stonden in voorbereiding op de besluitvorming. U maakte net ook het onderscheid tussen de formele besluitvorming en de informele overleggen. Ik snap dan toch nog niet helemaal hoe deze overleggen nog onderdeel van de besluitvorming zijn, als daar ook stukken in voorbereiding op de besluitvorming op de dinsdag informele overleggen worden besproken.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik kan me voorstellen dat u die vraag zo stelt, maar er werd niet besloten. Er werd niet gezegd dat we het zo zouden doen. Het sturen op de monitoor is de voortgang goed genoeg? Loopt dit goed? Wat is er aan de hand? Komt dit? Etcetera. Wat vragen. Het is ook wat semantisch. Natuurlijk is dit een voorbereiding van wat alle handelstukken moeten komen, maar het had geen status dat daar dan een besluit viel. Het was ook een overleg waar de vijf meest betrokken bewindslieden samen konden delen en konden uiten. Het waren ook geen makkelijke tijden. Iedereen had het zwaar. In die tijd was er ook wel een stukje ruimte voor een stukje onbeling bij elkaar te staan. Er zitten dus verschillende rollen. Dat kathuisoverleg was misschien ook wel een beetje het ventiel voor een stuk. Het bijzondere van deze crisis is dat als ambtenaar je allemaal als persoon betrokken bent. Mijn vrouw werkt in het verpleegtehuis. Ik had een zoon die is ic-verpleegkundige. Ik had twee ouders vanachter in de tachtig, bijna negentig. En ik had een zoon die werkte voor een Amerikaans bedrijf. Die heeft twee jaar opgesloten zitten op een kamertje. Dus ieder van ons zat ook midden in die maatschappelijke onderdelen. Dat deed ook met ons allemaal wat. In dat kleine verband van dat kathuisoverleg had je soms ook wat ruimte om ook hier even met elkaar in bij te staan.
Commissielid 3
De woorden werden geen notule gemaakt van deze overleggen.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Is daar wel eens over gesproken? Dat moet wel, want als je het niet maakt, heb je dat een keer besloten. Maar dat staat mij niet bij als een hele zware formule. Maar dat moet wel, want als je het niet maakt, heb je gezegd dat je geen notule maakt. Dus dat moet een keer zo gezegd zijn. Dat kan niet anders.
Commissielid 3
En deze informeren even overleggen? Als ik u goed begrijp, hadden die wat u betreft duidelijk meer waarde in de besluitvorming?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, maar ook in het samenwerken. Ik probeerde het aan te geven. In zo'n crisis is het niet alleen maar technisch, maar ook mensen die samen moeten werken met elkaar. Deze betrokken bewindslieden hadden natuurlijk de eerste rol met elkaar. Dus ook in het samenwerken had het daar een belangrijke rol in. Zij moesten naar voren stappen en moesten verantwoordelijkheid nemen. Dat is ook iets wat, ook met de directe ondersteuning van de mensen daarbij, in het doorgang is. De voorzitter vroeg daar net na of je door kon blijven werken. Ja, daar had dit ook een functie in. Je hield elkaar ook vast. We stonden samen voor een stap naar voren die we moesten zetten, waar we voor stonden, zonder dat het een andere rol was. Maar daar had het een rol in.
Commissielid 5
Ik noemde net ook het begrip kernministers. Kunt u voor de helderheid nog even noemen wie dat zijn, wie u daarmee bedoelt?
Pieter-Jaap Aalbersberg
De minister-president, de minister van Volksgezondheid en van Medische Zorg en de minister van Justitie en Veiligheid waren in die periode de vaste leden van dat hoornetjesoverleg. Met kern bedoel ik iets anders. Dat was de kern.
Commissielid 3
Ik hoor u zeggen dat de informele overleggen duidelijk meer waarde hadden. Dat ze ook van toegevoegde waarde waren. Maar ook dat ze toch een stap belangrijk waren uiteindelijk in de opmaat naar het besluit wat het kabinet dan later in de ministeriële commissie COVID-19 zou gaan nemen. Was het dan niet toch beter geweest gezien de aard van de ingrijpende besluiten die het kabinet heeft moeten nemen en ook de transparantie en de navolgbaarheid van hoe die besluitvorming is gegaan, dat er wel natuurlijke verslagen van die informele overleggen waren geweest?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dit is een van de vragen waar u als commissie voor bent om daar een oordeel over te doen. Ik kan alleen zeggen hoe het heeft gewerkt. De combinatie van het Hoornetje en het Catshuis in de overleg werkte in deze crisis naar behoren. Natuurlijk waren er soms spanning of er voldoende betrokkenheid was of niet. In zo'n crisis zit je altijd tussen een aantal uitersten waar je een weg moet vinden die werkt. Ik heb gezien dat dit heeft gewerkt. Ik ben heel benieuwd naar uw rapport, hoe u dit ook politiek oordeelt of we dit zo moeten blijven doen of niet.
Commissielid 5
Wij zullen daar als commissie uiteraard een oordeel over vellen.
Commissielid 3
Ik vraag het ook aan u, terugkijkend op de pandemie die achter ons ligt.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik denk dat dit werkte met die bijopmerkingen. Je hebt wel zo'n Catshuis nodig. Je hebt dat bredere beraad nodig. Je moet op tijd breder politiek in de ministerraad opschalen, zodat elke vakminister of staatssecretaris wel meegenomen kan worden in de besluitvorming. Dus ook van de MCCB naar de ministeriële commissie voor crisisbeheersing, naar de gewone reguliere onderraad, de ministeriële commissie voor covid, moet je niet te lang mee wachten. De besluitvorming moet natuurlijk niet te eng worden. Het is wel goed dat je een kernteam doet, maar dat moet wel in het bredere verbrand steeds bekeken en besproken worden. Daar zitten altijd opletpunten tussen. Ik denk dat dat hier gewerkt heeft, maar ook dat is verder aan uw eigen oordeel.
Voorzitter
Dank u wel. De kollega Lammers heeft hier aanvulling op.
Commissielid 2
Ik heb nog enkele vragen. Dank u wel. Eerst nog even terugkomend op de uitnodigingen bij de overleggen. U heeft gezegd dat de uitnodigingen bij de minister-president liggen. U heeft een heel rijtje opgenoemd van mensen die wel aanwezig waren. Waren er ook mensen niet aanwezig waarvan u eigenlijk vond dat ze wel aanwezig hadden moeten zijn?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dan had ik dat ongeveilig gezegd, want dat was mijn adviezenrol. Dat had ik moeten zeggen, omdat de NCTV ook voor het verspreiden van de uitnodigingen zorgde. Als het lijstje gemaakt was, dan was dat eerder wat ik noemde. De nationale coördinatie crisis en het NCC zorgden dat iedereen werd uitgenodigd. Ik denk dat we op tijd wel verbreed zijn. Dat vond ik wel, ook omdat je de politieke discussie moet verbreden. Het was ook wel eens zo dat een minister — toch ga ik daar een eenwijziging op doen — de minister van Financiën. In de coronacrisis werden ook financiële beslissingen genomen. Dat kan een MCCB doen. Dat mag volgens de instellingen. Maar in het aanloop was de minister van Financiën eigenlijk niet altijd aanwezig in de MCCB. Ik heb wel gezien daarna dat de minister van Financiën bij alle crisissen eigenlijk in de MCCB moet zijn, omdat bijna elk besluit financiële implicaties heeft. Dat was bij het begin niet zo. Ik denk dat de integrale financiële rol en verantwoordelijkheid van de minister van Financiën thuis hoort in alle crisissituaties. Dat waren we niet zo gewend in de automatische crisis, omdat dat heel snel op de inhoud ging. Ja, een crisis rondom een terroristisch incident heeft minder financiële gevolgen als een watersnood of uiteindelijk corona. Dat realiseer ik me. Daar zit echt wel een punt in, wat ik zo zie.
Commissielid 2
U zegt dat er geen besluiten worden genomen. Maar zou er iets anders zijn gelopen als de minister van Financiën daar wel aanwezig was geweest?
Pieter-Jaap Aalbersberg
In de aanloop van de coronacrisis zijn natuurlijk heel veel financiële impactbeslissingen geweest. Een deel door de economische vierhoek, daar zat de minister van Financiën bij, maar ook een deel met dat. Ik kijk dat nu in retrospectief. Er is ook veel geld uitgegeven in besluitvorming. Dat gaat ook altijd de minister van Financiën aan. Ik denk dat die altijd wel meegenomen is door de voorzitter of dat. Maar ik heb geleerd door deze crisis dat financiële impact en keuzes van crisissen aan de voorkant belangrijker zijn dan waar we aan de voorkant zitten. Dus ik weet niet of het anders was gelopen. Er is natuurlijk geen geld uitgegeven, uiteindelijk zonder een politiek akkoord. Maar juist aan de voorkant financiën betrokken hebben bij consequenties van keuzes is voor mij wel een punt geweest wat we moeten doen.
Commissielid 2
Is het dan ook zo geweest dat die minister van Financiën zelf bij u of bij anderen heeft aangeklopt en gezegd dat hij het ook nuttig vindt om daarbij aanwezig te zijn?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nee, dat staat mij niet bij. Hij was natuurlijk altijd wel aanwezig bij het Catshuis, dus ik wil het ook niet te groot maken. Maar in zo'n MCCB, de ministeriële commissie krisisbeheersing, zitten we altijd heel snel met directe vakministers. Er zit niet standaard de minister van Financiën bij. Ik probeer dat te zeggen. Dat heb ik hieruit geleerd. Dat zullen we eigenlijk standaard moeten doen, omdat er heel snel financiële besluitvorming in zit. Maar de minister van Financiën was wel bij het Catshuisoverleg en was natuurlijk daarna ook bij de MCC. Dus later kwam dat wel, maar niet in de eerste kern.
Commissielid 2
Als u dat had gevonden, had u daar dan wel ruimte voor gehad om dat te zeggen? Ik mis deze minister.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, ik denk dat ik dat zowel handelijk als tegen de voorzitter had kunnen zeggen.
Commissielid 2
Dan heb ik nog een vraag wat betreft de notulen. Was er ook een reden waarom er geen notulen werden gemaakt?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, één vast, want anders doe je dat. Dat moet er geweest zijn, maar ook hier niet. Ik denk ook om de ruimte te geven dat het geen besluitvormend overleg is. Ook met notulen wordt het een heel andere status van het overleg. Dan krijg je een lang proces van notulen moeten worden goedgekeurd, et cetera. Ik bedenk een beetje hoe het is geweest. Ik weet het niet 100% zeker hieronder, maar dit is het wel ongeveer iets in die richting geweest. We willen ruimte houden. Het operationeel overleg is gewoon operationeel. We nemen geen besluiten om. Met notulen maak je je formeler, ga je naar een agenda en word je toch een deel van de besluitvorming. Dat was niet de bedoeling. Er is maar één lijn van de besluitvorming, en dat was de geschetste lijn.
Commissielid 2
Bij wie lag die verantwoordelijkheid, die beslissing of er wel of geen notulen zouden worden gemaakt?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Uiteindelijk bij de voorzitter van het overleg, de minister-president in dit geval. Daar ligt die verantwoordelijkheid. Die neem je natuurlijk mee, maar ook daarin speelt de zin. Maar goed, dat kan ik niet. Dat moet u aan hem vragen, maar dat zal ook zijn. Samen, geen notulen. Daar zit wat meer mensen bij, zal ongetwijfeld altijd zo besproken zijn geweest. Met notulen formaliseer je en word je een onderdeel van de besluitvorming. Dat wilden we echt niet op dat moment doen.
Commissielid 2
Had u daar ook nog zelf een rol in?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, omdat wij natuurlijk wel faciliteerden dat hele overleg. Er was wel iemand van de NCTV die ook altijd zorgde met dat spullen-de-waren, en die een paar aantekeningen maakte als er iets verder uitgezegd moet worden. Maar dat waren geen notulen, dat waren wat meer eigen aantekeningen. Volgens mij hebt u die ook gezien. Dat waren aantekeningen voor intern gebruik. Het was wel van belang dat er niks wegviel van dat overleg. Soms werden dingen gevraagd die we verder uit moesten zoeken voor volgende formele overleggen. Daar hadden wij wel een rol in.
Commissielid 2
Kunt u daar voorbeelden van noemen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Als u mij zo in de pauze even de gelegenheid geeft, moet ik even zoeken. Maar kan ik na de pauze u daar een antwoord op geven?
Commissielid 2
Graag. Bedankt in ieder geval voor uw antwoorden. Dan heb ik verder geen vragen.
Voorzitter
De vraag is al gesteld, maar we willen het ook graag heel precies weten. U gaf aan dat er drie kernministers waren. Toen collega Huidekoper vroeg wie de kernministers waren, kwam u met vier ministers. Minister-president, minister van Justitie en Veiligheid, minister van Volksgezondheid en minister van Medische Zorg. Waren er drie of vier kernministers?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Vier ministeren van Medische Zorg. Zeker in de periode met mevrouw Van Arck was dat ook altijd erbij. Er zijn natuurlijk wat wisselingen geweest in die posten. Maar dit was eigenlijk de groep die in het hart van de crisis was. Dus dat heb ik niet goed gezegd. Maar drie, het zijn er echt vier.
Voorzitter
En waarom was dat zeker in de periode van minister Van Arck?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat staat mij nog het meest best bij. Ik weet ook dat er een paar keer wisselingen plaatsgevonden zijn. En dan zat er eventjes een tijdelijk gat in. Dus er was ook wel een periode dat er drie zijn geweest. Maar uiteindelijk was het de groep met de minister van Medische Zorg. En later werd dat ook door de opvolger willen gewild. Ik heb dat niet helemaal meer scherp. Maar in die tijdlijn zaten er een aantal wisselingen.
Voorzitter
Maar mag ik het dan zo concluderen dat toen minister Van Rijn die positie had, dat hij geen kernminister was? Ja, die zat ook bij die vier. Dat is de voorganger van minister Van Arck.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dus ik moet het even weer gaan. Er hebben een paar gaten in gezeten met vervangingen. Maar in principe is de minister van Medische Zorg daar ook altijd een onderdeel van. Dus vier kernministers. Ja.
Voorzitter
Helder. Dank. We gaan even pauzeren. U heeft ook al aangegeven dat u na de pauze, na de schorsing, ook de vraag van collega Lammers nog kunt beantwoorden. In ieder geval, dank tot zover. Ik verzoek de bode om de getuige en zijn bijstandsverlener naar buiten te leiden. Dan zien we u over vijftien minuten terug. Dank u wel. De vergadering is voor vijftien minuten geschorst. Ik heropen de vergadering aan de orde. Het is het openbaar verhoor van de heer Abelsberg. Toendertijd NCTV, Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. Het openbaar verhoor van de Parlementaire Enquête Commissie-Corona. Ik verzoek de grevier om de getuige en zijn bijstandsverlener binnen te leiden. Welkom terug, beiden. Meneer Abelsberg in het bijzonder. Voor de schorsing hadden we nog één vraag openstaan. Ik geef collega Lammers eerst het woord, voordat we daarna naar het volgende onderwerp gaan. Mevrouw Lammers.
Commissielid 2
Dank u wel. Ik stelde voor de pauze de vraag of u voorbeelden kunt noemen uit de aantekeningen die door de NCTV zijn gemaakt tijdens het Catshuisoverleg. Als u daar een antwoord op heeft, heel graag.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Misschien nog één korte toelichting. Het was voor mij gebruikelijk voor het Catshuisoverleg en na het Catsoverleg ook een paar dingen terug te koppelen aan belangrijke gegevensdragers, belangrijke mensen in dat netwerk. De voorzitter van het College van Procureurs-Generaals, de korpschef, soms de DG-AVD als dat van belangrijk was, soms een van de leden van de Veiligheidsberaad, want die waren vaak niet bij het Cats. Aanrijdend en daarna heel lang afrijdend informeerde ik ze ook altijd wel een beetje over wat er ongeveer in het debat gaat aankomen. Daar zat ook een deel van de besluitvorming. Ik vind een aantal keren terug dat een vraag over handhaafbaarheid verder uitgewerkt moest worden. Heel iets kleins, de Efteling. Er was op een gegeven moment een issue over wat de Efteling nu is. Is het een cultureel iets? Is het een evenementenlocatie? Is het horeca? Er was heel veel juridische onduidelijkheid over hoe je een Efteling moet zien. Dat waren dan van die vragen. Dat geldt soms ook over het juridisch. Er was een debat en dan had een gesprek. De minister vroeg of dat niet mogelijk was. Dat leidde dan tot wat juridische vragen. Ik heb die aantekeningen niet allemaal doorgelopen, maar het gaat om dit soort voorbeelden. Handhaafbaarheid, communicatie. Er werd vaak al gevraagd om daar vast door te denken over communicatie. Dat gebruikten we dan om mensen en knoppen aan te zetten op die thema's. Allemaal dan weer als brookstukken die voorbereidend meegingen in de besluitvorming.
Commissielid 2
U zegt dat dat allemaal dingen zijn die nader uitgewerkt moeten worden. Kunt u dat dan ook typeren als sturend? Dat in het Catshuis wel gestuurd werd?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Het nee zeggen is natuurlijk. Er werd politiek gezocht naar samenverbinding. Daar zat wat sturing in, maar nog niet in de besluitvorming. Maar wel van dit is de lijn waar we aan denken. Zou dat kunnen? Het is een beetje semantisch. Letterlijk is dat ook een stukje sturen, maar het is niet sturen. Dit is het beleid en dit gaan we doen. Het zijn wat meer onderzoekende vragen die eigenlijk voorbereid moesten worden en dan terug moesten komen in de formele overlegging. Kan dat wel of kan dat niet? Ik vind het moeilijk om dat zwart-witte te beantwoorden. Je kunt zeggen dat het sturend was, maar het was ook niet sturend op de besluitvorming.
Commissielid 2
Dank u wel. Dat waren mijn vragen.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Kan ik dat dan vertalen als richtinggevend? Het was meer uitzoekwerk. Richtinggevende uitzoekvragen. Eigenlijk opdrachtjes van uitzoeken en op communicatie voorbereiden. Ik probeer het niet te hard te zetten, maar het had wel wat van dat element in zich. Maar niet als exclusief. Dit is het. Het was nog nooit heel concreet. We hadden huiswerk en er moest huiswerk uitgezet worden.
Voorzitter
Dan gaan we door met ons volgende huiswerk. Dat is het volgende onderwerp. Daarvoor geef ik collega Lammers het woord.
Commissielid 2
Dank u wel. U heeft het eerder ook al even gehad over het ministerie van Volksgezondheid en Welzijn. Dat ministerie had een belangrijke taak in de coronaaanpak. Uit de stukken blijkt dat ze volgens u niet goed toegerust zijn op die grote verantwoordelijkheid. Dan doe ik op een e-mail van u van 15 augustus 2020 aan minister Grapperhaus, waarin u zegt — en ik citeer — dat VWS van oudsher een stelseldepartement is met afstand tot de uitvoering, al vanaf maart hebben wij aangedrongen op een crisisorganisatie bij VWS die beleid en uitvoering verbindt. Dit heeft niet plaatsgevonden. Het departement is overbelast met Kamerbrieven en de dagelijkse ideeën van Hugo. Kunt u dit uitleggen en toelichten hoe dat departement functioneerde?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat was een vrij duidelijke e-mail, moet ik zeggen, als u hem zo citeert. Ik heb dit proberen te beschrijven. Een stelseldepartement stuurt vaak op het brede beleid in het hele stelsel. Opeens komt er zo'n crisis en moet je sturen op de uitvoering. Daar heb je geen mensen voor. Ik maakte net een vergelijking naar het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Daar is een hele grote crisisorganisatie al ingericht die daar standaard wat op kan doen. Bij zo'n stelseldepartement, wanneer er dan toch een crisis komt, moeten zittende mensen opeens beleid maken en andere dingen doen. Dat zet een enorme druk op de mensen. Ik merkte met mijn collega's die contact op hebben dat sommige mensen bijna uitgewoond en uitgeput raakten. Aan de ene kant was er een enorme belasting door vragen van de Kamer, met lange debatten en lange brieven. Aan de andere kant moesten ze ook wat sturen op de uitvoering. Er speelde zoveel. Er waren ook heel veel goede, creatieve ideeën. Dat bij elkaar moest door de bestaande mensen gebeuren. Dat heeft een hele tijd geduurd voordat er een soort separate crisisorganisatie of separate vrijgestelde mensen kwamen die zich volledig konden toerusten op die taak. Ik herken dat. Dat gaf ik al aan. Ik denk dat dat voor meer stelseldepartementen geldt. Ik merk dat dat in een aantal departementen de afgelopen jaren ook geleid heeft tot het versteuigen van de crisisorganisatie binnen een departement en daarop voorbereid zijn. Het tweede element — ook dat heb ik me noemd in het eerste deel — gaat dus ook om bepaalde doorgedachten over de vraag of je doorzettingsmacht nodig hebt. Is dat dan geïmplementeerd al in de wetgeving? Is daar het debat over plaatsgevonden? Die elementen bij elkaar. Dat was ook de aanleiding van deze mail aan de minister van Justitie en Veiligheid. Dat heb ik, denk ik, al een andere gezet. Ik ben ook in die periode een keer bij de secretaris-generaal van VWS geweest om bijna collegaal te zeggen dat ik dit zie en dat we dit zouden moeten gaan doen en dat we dit mee speelden. Uiteindelijk is dat ook gebeurd, maar dat heeft ook wel een tijd. Ook dan is het een ministerieel ambtelijk orgaan. Iedereen werkte zich. Het lag niet aan de mensen. Iedereen werkte zich. Ook maar weer in het Nederlands gezegd het snot voor de ogen. Maar het raakte ook uitgewoond. Bijna overbelasten mensen. Dat heeft ook geleid tot een aantal wisselingen van mensen die gewoon op waren. Daar staat een stuk van mijn zorg.
Commissielid 2
Kunt u dan nog eens nader toelichten wat u eigenlijk zegt? Dat het departement overbelast is. Vooral over de dagelijkse ideeën van Hugo.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Er waren veel mogelijkheden en oplossingen. Je zag in dat departement de creativiteit van ideeën die moesten gebeuren. Dat stond natuurlijk ook weer concurrerend tegenover het voortdurende debat. Dat leidde tot ophoping bij dezelfde mensen van al deze drie processen bij elkaar.
Commissielid 2
Wat heeft u dan als NCTV gedaan om dat te verbeteren?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik heb twee dingen in de mail die duidelijk zijn. Ik ben ook een keer naar de toenmalige secretaris-generaal geweest. Ik heb ook met anderen erover gesproken. Het is niet mijn verantwoordelijkheid, maar als collega heb ik wel een mens geholpen en geadviseerd. Doe nou dubbele bezetting, doe dit. Langzamerhand is dat ook gebeurd. Dat leidde ook tot vrijgestelde mensen op die projecten. Uiteindelijk verbeterde dit ook wel. Maar zeker in dat eerste half jaar heeft dat onder druk gestaan. Dat zeg ik ook zeker omdat het parlementaire proces — ik zeg dat maar in mijn woorden — bijna het departement opvrat. Dat was zeer intensief, waardoor de andere taken onder druk konden staan. Die twee botsten voortdurend met elkaar.
Commissielid 2
Welke rol speelde de minister van VWS hierin?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik begrijp dat u me even wilt helpen met wat u precies aan mij wilt vragen in deze vraag.
Commissielid 2
Laat ik de vraag anders stellen. Vond u dat het ministerie van VWS teveel taken naar zich toetrok?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nee, want dit was hun taak. We hebben eigenlijk geholpen, alleen merk ik dat het ministerie van VWS nog niet volledig toegerust was op zo'n soort crisis in de volksgezondheid. Ze waren daar niet op toegerust en zijn daarin gedwongen. Dat leidde tot ook deze uitspraken. Als ik toch luister naar de epidemiologen, is het een volgende pandemie. Het ligt op de loeren en niet in momenten. Ja, maar kom bij. Wij moeten dus beter toegerust zijn, ook zo'n ministerie, in die verschillende vormen in relatie tot de minister naar de Kamer, maar juist ook in de operationele aansturing. Dit moet gewoon 24-7 kunnen draaien in een langdurige periode. Daar moet je nu over nagedacht zijn en dat moet je nu inrichten.
Commissielid 2
Dus u vond dat zij geen taken naar zich toe hadden getrokken die eigenlijk niet bij VWS lagen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nee, misschien eerder andersom. Wij als NCTV deden ook veel om daarin te helpen. Dus als ik heel eerlijk moet zijn, misschien even als NCTV, deden wij ook heel veel samen met hen om te helpen. Nee, ik heb geen taken naar me toe zien trekken.
Commissielid 2
En los van de NCTV had u het idee dat het ministerie van VWS taken naar zich toe trok die eigenlijk bij een ander ministerie thuishoorden?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat heb ik niet zo beleefd en ook zo ervaren. Dat zal ongetwijfeld ook wel een keer gebeurd zijn, maar juist de andere ministeries, als het ging over de luchthavens, als het ging over dat, alle ministeries waren op hun terrein ook echt wel aan de bak. Maar de kernrol, de pandemie bestrijden, was gewoon van VWS. En dat ging dan inderdaad over alles wat eruitgekomen is dat lag bij hen. Dus ik heb dat niet zo beleefd dat daar taken naar het ministerie werden toegetrokken.
Commissielid 2
En u zegt net dat het parlementaire proces erg intensief was. Wat maakte dat intensief?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, weer vanuit persoonlijke titel. Dat maakte de lange debatten tot diep in de nacht voortdurend. De vraag om lange Kamerbrieven. En in het debat maak ik ook maar een persoonlijke noodzij-stapje. Ook in zo'n crisis is de vraag wat de parlementaire crisisorganisatie is die vanuit de parlementaire taak controleert en toezicht houdt. Dat kan niet altijd op hetzelfde moment als regulier. Dus er hangt iets met elkaar samen. En in die crisis werd het — dat is helemaal aan het oordeel van de Kamer zelf en hoe je dat wilt doen — maar eigenlijk als je zo druk bezig bent, politiek en ambtelijk, zoek je ook daar een bijpassende vorm van controle van de Kamer uit. En ik heb daar niet het antwoord op, dat is aan u zelf. Maar in die topdagen was bijna het parlementaire proces zo vragend naar zo'n ministerie dat ze niet meer aan hun rol toekwamen. Ik zeg bijna, want die is eigenlijk moeten doen. Dus hoe doe je nu als Kamer? Hoe organiseer je je als Kamer in een crisis? Daar heeft de voormalige voorzitter al bij u over gesproken. Maar ook, hoe doe je dan toch je parlementaire proces in een democratie, maar wel geconcentreerd ook op die crisis? Ik vind dat een belangrijke vraag die ik graag aan u adresseer als commissie.
Commissielid 2
U heeft het over die lange Kamerbrieven, maar die waren niet op verzoek van de Tweede Kamer zo lang.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nee, maar het is de interactie tussen het ministerie en de Kamer. Het debat was net zo lang. Het was langer dan de brieven, dus er ontstaat een interactie. Die interactie kostte veel tijd. Dat kan ik alleen maar vanuit de crisisbeheersing constateren. Ik zag de effecten daarvan, wat er gebeurde. Ik heb er niet een oordeel over, goed of fout. Ik kan alleen maar dat beschrijven. Dat gaat ten koste van een aantal andere onderdelen in de crisis.
Commissielid 2
U zegt ook in uw e-mail dat u op dit punt het meest kwetsbare vindt en dat het direct van invloed heeft op de politieke stabiliteit. Vindt u dat eens nader toelichter wat u daarmee bedoelt, met politieke stabiliteit?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Volgens mij was ook de breedte van het debat in de Kamer, met een onderwerp waar we het er straks ook over gaan hebben, teorieën en complotten, wat hier ook mee samenhing, heel veel andere discussies naar voren bracht. Ik heb met die zin ook aan de minister van Justitie en Veiligheid durven zeggen dat er meer gebeurt in de samenleving. Dat gebeurt ook in de Kamer. Als we daar niet toch een bepaalde discussie voeren, een Kamerdiscussie over wat de lijn is, hoe dat zit met alles wat eromheen zit, dan heeft dat ook risico's in die stabiliteit. Ik heb het zo bedoeld te zeggen, maar ik weet het ook niet meer helemaal precies. Maar dat speelde in die tijd ook.
Commissielid 2
We komen straks ook nog te spreken over de onrust in de samenleving. Dan zal ik daar nog op terugkomen. Nog even over de taken van het ministerie van VWS. Het ministerie van VWS deed bijvoorbeeld ook de organisatie en de uitvoering van de vaccinatiecampagne. Had dat volgens u niet bij een ander ministerie belegd kunnen worden?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat kan altijd, maar dat is niet logisch. Want vaccinatie is een belangrijk onderdeel van dit hele proces. Het kan altijd, ja. Maar was dat logisch geweest? Ik weet niet of dat direct logisch was geweest. Want een deel van de bestrijding van het virus ronduit, via de GGD's en de vaccinatiecampagne, hangt onder het ministerie van VWS. Ik denk dat een knip onlogischer geweest zou zijn en misschien nog wel meer, maar dat is een inschatting, bijna realisatieachtige onderdelen hebben gegeven. Dus nee, in eerste instantie denk ik van niet.
Commissielid 2
En de aankoop van al die vaccins lag nu ook bij het ministerie van VWS. Had dat ook niet bij een ander ministerie?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Daar moet ik hetzelfde antwoord op geven. Dat kun je altijd ergens anders leggen, maar eigenlijk is de aankoop en de voorraad van vaccins altijd een taak van het ministerie van VWS geweest. Dus het is niet iets van dit, maar dat is eigenlijk iets wat daar altijd deels geweest is. Het past daar ook binnen.
Commissielid 2
Ja, dat begrijp ik dat u dat zegt. U zegt dat het ministerie overbelast was. Ik noemde net een aantal voorbeelden. U zegt dat dat ook bij een ander ministerie had kunnen liggen. Was het dan niet logisch geweest om het ministerie van VWS te ontlasten om dat soort zaken bij een ander ministerie onder te brengen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Je hebt twee knoppen waar je kunt draaien. Je kunt ook je ministerie uitbreiden voor deze taak met hulp van andere ministeries en sneller je crisisorganisatie goed inrichten op dit. Uiteindelijk is dat gebeurd en ik denk dat dat de knop is, omdat natuurlijk een deel van de kennis toch in dit ministerie zit. Dus het loshalen van de kennis in zo'n ministerie is ook risicovol. Ik zou eerder kiezen van, en dat heb ik ook geprobeerd duidelijk te maken, bouw zo snel mogelijk je crisisorganisatie sterker op en laat het daar gebeuren. En toen dat ook eenmaal gebeurde en er ook projectleiders waren voor dat, zag je ook dat die projecten rustiger in de zin van het beheersen gingen lopen. Dus ik zou een andere keuze maken daar.
Commissielid 2
Ik kom dan toch nog even terug op mijn vorige punt, die politieke stabiliteit. U noemt daarvoor vier elementen in de sturing van het ministerie van VWS. Dat zijn het testen en het bron- en contactonderzoek, de analyse van de gegevens van het bron- en contactonderzoek nationaal en regionaal, het ziekenhuis en de ic-bedden en de kwetsbaren. En dan komt u met de zin van dit punt vind ik het meest kwetsbare en direct van invloed op politieke stabiliteit. Kunt u dan nog eens uitleggen wat u met die politieke stabiliteit ten aanzien van die vier punten bedoelt?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik weet het niet meer precies, dus ik moet bedenken wat ik hierbij bedoeld heb. Er was toen onrust in de samenleving en er speelde zoveel. Ik had toen wel de inschat dat ik bedoeld had dat als alles fout gaat en het niet goed gaat, dan hebben we een veel groter probleem dan alleen nog de crisis. Dus al die oplossingen die kwamen, het waren er veel, moeten wel goed gaan. En er zit weinig ruimte voor fouten. En als de zorg van die aanpak niet goed gaat, dan leidt dat onmiddellijk tot een crisis in de politieke stabiliteit. Dat bedoel ik niet in de brede, maar dan is het vertrouwen er niet. Uiteindelijk draait het ook in die crisis op vertrouwen erin. Dus ik denk, zoals ik nu hoor, dat ik hem in die zin zo bedoeld heb. En dat klopt dan ook wel, want dat zou ik zo weer zeggen. Zonder een goede crisisorganisatie zakt het in elkaar en heeft direct gevolgen. Dus het boegbeeld van de crisis, je laat zien, je persconferentie en je communicatie, zijn naast dat ook de operationele dingen heel belangrijke onderdelen daarvan. Dus ik denk, maar ik moet dat weer even, want helemaal weet ik dat niet meer precies, maar die mail heb ik wel geschreven, dat weet ik nog wel. Dus dat klopt wel dat ik dit bedoeld heb.
Commissielid 2
Ja, ik vraag hierop door, omdat u eigenlijk die hele zin in hoofdletters heeft geschreven. Dus daaruit leid ik af dat u dat heel erg belangrijk vond. Wat is er eigenlijk na deze mail concreet gebeurd?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat weet ik niet meer. Er waren best veel communicaties tussen bewinslieden, tussen mij en bewinslieden, waar je ook dit deelde. Ik weet wel, wat ik net ook aangaf, is dat in de loop der tijd dat anders aan, dat het breder bezet is, dat er meer mensen kwamen en dat ook die eerste zorgen die ik had, anders zijn opgelost. Ik weet niet hiervan dat er een apart overleg geweest is of een, misschien dat, maar dat moet u vragen aan de anderen betrokken dat de minister van Justitie en Veiligheid hier toch een keer met de minister van Volkskundigheid over gehad heeft. Dat weet ik niet. Er is in ieder geval geen opvolging geweest in een formeel overleg, et cetera. En in de loop der tijden zijn al die punten wel opgepakt en verbeterd en niet meer van deze zorgen geweest.
Commissielid 2
En over welk tijdsbestek hebben we het dan?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat durf ik niet te zeggen. Nee, dat weet ik echt niet meer. Er zijn zoveel overleggen en periodes geweest. Dat kan ik niet zo uit mijn hoofd zo aan u vertellen.
Commissielid 2
Ik ga even kijken. U heeft dus meerdere keren uw zorgen gedeeld en ook geprobeerd om de situatie te verbeteren. Vindt u dat u daarin bent geslaagd?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Uiteindelijk wel. Het had wel sneller gekund, maar uiteindelijk wel. Ja, uiteindelijk is dat veranderd. Maar in die eerste fase, die eerste maanden, had dat versneld kunnen zijn vanuit het oordeel van de crisisbestrijder die ik was. Dus vanuit mijn vak technisch oordeel over crisisbestrijding. Het had sneller gekund, maar uiteindelijk is het wel gebeurd. En werden al die plekken meer dubbel bezet of meer uit elkaar getrokken. En niet allemaal meer gecombineerde verantwoordelijkheden, maar aparte projecten. En werd er ook een andere structuur gemaakt in VWS die daarop ingericht is.
Commissielid 2
En u zegt dat het sneller gekund is. Hoe had het sneller gekund?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat vind ik een theoretische vraag. Dat weet ik niet. Maar we hebben het een aantal keren wel over moeten hebben. En dat duurde een tijdje. En het feit dat mensen, zoals ik u net zei, toch wat uitgewoond zaken, heeft dat lang geduurd. Ook hier speelt denk ik weer in de context van toen dat wij sneller dachten dat dit een langdurige crisis wordt. We moeten meer in structuur uit gaan lopen. En dat nog niet iedere partij dat toen nog zag. En dat ook nog niet de noodzaak zag om direct aan te passen. Maar ook dat weer in de context van toen. Ik denk dat er toen al een aantal mensen zouden zeggen dat dit twee jaar duurde. Maar dat is niet zo. Dus ook hier speelt de context wel weer mee. Misschien ook wel. Maar dan ga ik het voor anderen invullen. Dat is altijd een slechte oplossing. Dan zeg je nou, we redden dit nog wel even. In crisis moet je eigenlijk dat nooit doen. Dat hebben wij in het verleden wel geleerd.
Commissielid 2
U zegt dat andere partijen de urgentie niet voldoende zagen. Of namen het niet serieus genoeg. Welke partijen waren dat?
Pieter-Jaap Aalbersberg
We hebben het hier over de gesprekken met VWS. Dat is het enige wat het is. Natuurlijk zagen ze het wel serieus. Ook wel urgentie. Maar het meedenken in het sneller opbouwen van een grote crisisorganisatie leidde niet tot het opbouwen van die crisisorganisatie. Daar hebben we het. Uiteindelijk is dat gebeurd. Maar dat heeft de eerste tijd wel gebeurd. Dat betekent ook dat we soms de NCTV-organisaties in een gat sprongen om te helpen. En dat soort onderdelen te doen. Dat is zo die eerste periode. We praten volgens mij over de eerste fase tot aan de zomer. Dat was ook elkaar zoeken. Waar kun je helpen en waar niet. Daar komt ook deze zorg uit voor.
Commissielid 2
Ik heb toch ergens het gevoel dat er een partij is geweest die die urgentie niet heeft gevoeld. Die u wel heeft geprobeerd over te brengen als ik het zo van u begrijp. Kunt u mij eens aangeven wie die partij is? Was dat de minister van VWS?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nee, ik denk dat dit vooral in de ambtelijke organisatie zit op dat moment. Waarbij het doorschalen naar een andere structuur, naar meer crisis, op dat moment niet is gebeurd. U moet maar in de volgende voorhoren aan de betrokkene vragen hoe dat precies is. Dat weet ik niet. Maar de leerpunt die ik eraan overgehouden heb is dat je bij stelseldepartementen, die crisisorganisatie eigenlijk al in rusttijd beter moet opbouwen en na moet denken. Bij de NCTV noemen we dat het zwemvestenmodel. We hebben allemaal mensen getraind op andere plekken, op andere onderdelen. Maar komt er een crisis, laat u die daar hun werk los. Dan gaan we gelijk getraind in deze organisatie werken. Een aantal van dit soort oplossingen geldt niet alleen voor dit ministerie, maar ook voor andere ministeries, zoals ik noemde de stelseldepartementen, om wat meer crisisbereid te zijn. Dat heeft een tijdje geduurd in VWS voor dit inzicht, vanuit mijn perspectief. Misschien dat in termen wel heel veel gebeurd is, maar dat is alleen het perspectief dat ik aan z'n wee had. Ook zo ver begonnen en dubbelop. De projectorganisatie was niet vanaf de eerste periode, maar dat hebt u ook gezien in de stukken. Dat begon pas wat later.
Commissielid 2
En bij wie lag volgens u die verantwoordelijkheid dat dat wel gebeurde?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat zal niet alleen zijn omdat ik het gezegd heb. Zo werkt het ook weer niet. Dat is ook niet de positie. Het zal ook wel eigen inzicht zijn geweest en ook de eigen zorg over de medewerkers. Dus ja, dat zijn dan toch de bestuursraad van een departement. Dat is de combinatie van de secretaris-generaal en de directeur-generaal. Dat is het grote managementteam van een departement. Die zal hier uiteindelijk keuzes in hebben gemaakt om anders te gaan inrichten en te gaan prioriteren.
Commissielid 2
En welke rol heeft de minister van VWS hier dan nog in, volgens u?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat is zoals het in het hele Haagse. De minister is de politieke verantwoordelijke voor een departement, maar het reilen en zeilen en het organiseren van een departement in de ambtelijke lijn gebeurt door de secretaris-generaal en zijn dg's. Dus uiteindelijk is er altijd één politieke verantwoordelijke, maar een minister is niet de eerste die het hierop stuurt.
Commissielid 2
Dat is duidelijk. Dat waren ook mijn vragen voor dit onderwerp.
Voorzitter
Collega Huidekoper, heeft u op dit onderwerp nog vragen? Niet op dit onderwerp, voorzitter. Ik heb nog één vraag uit die mail. Toch die dagelijkse ideeën van Hugo. Vond u toen dat de minister zijn departement overvroeg?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat heb ik zo wel opgeschreven. Dus als ik zeg nee, dat staat in die zin, zeg ik dat eigenlijk. Ik denk dat het druk was. Hij overvroeg niet, maar het ging mij om de capaciteit van het aansturen van de crisis, het uitwerken van die ideeën en het parlementeren. Dus u vraagt mij nu een enkelvoudige constatering. Het ging me juist in de samenhang in die punten dat ik daar zag dat het onder druk stond. Dit was één van de elementen daaruit. Het is dus niet over vragen. Je moet zorgen dat je dan ook voldoende ruimte en capaciteit hebt om daar goed op te interveneren en in te richten. Anders moet je het anders doen. Zo kan ik het alleen maar duiden vanuit mijn positie.
Voorzitter
Helder. Dank u wel. Dan gaan we naar het volgende onderwerp. Daarvoor geef ik collega Huidekoper het woord.
Commissielid 3
Hartelijk dank, voorzitter. Meneer Arbersberg, ik wil het graag even met u hebben over de tot standkoming van de maatregelenpakketten, zoals het kabinet die verschrijvende keren heeft moeten treffelen. Het kabinet wil de drie doelen bereiken. Dat is het voorkomen van overbelasting van de zorg, het beschermen van kwetsbaren en het zichthouden op het virus. Daar komt dan in het voorjaar van 2021 een vierde doel bij, een maatschappelijk doel dat gaat over het beperken van maatschappelijke en economische schade. Om die doelen te bereiken, neemt het kabinet dan ook verschillende momenten in de crisis ingrijpende maatregelen.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Mijn eerste vraag is waar de opties voor die maatregelen vandaan kwamen. Dat zijn wat verschillende. In het begin is dit gebaseerd op het OMT-advies. Vervolgens werd dat uitgewerkt van kan dat. In het tweede en later waren er allemaal afschadingsmodellen. Er was eigenlijk al een lijn van denken dat getoetst werd bij het OMT-advies. Er was ook heel veel discussie en lobby over of er hier nog een knopje bij moest. Het is dus niet altijd hetzelfde geweest. Maar de kern van Quantum is gebaseerd op het OMT-advies. Het OMT-advies was wat breder en algemener. Daarna werd het door VWS en NSTW samen vaak helemaal vertaald. Hoe moet je dat nou precies zien? Zeker verder kwamen er ook heel veel van andere ministers verzoeken en uitzonderingen. In de laatste fase was het wel een heel complex pakket op allerlei kleine facetjes. Dat had ook te maken met hoe langer de crisis duurde, hoe meer belangen meegingen spelen en hoe meer uitzonderingen er tussendoor gingen. In principe is een heel eenvoudige maatregel makkelijk. Maar u heeft ook gezien dat de uitzonderingen groter werden. Dan werd dat weer bedacht. Soms moest dat weer even aan het OMT gevraagd worden. Als dit naar beneden gaat, wat doet dit dan met het R-getal? Uiteindelijk was dat toch wel een belangrijk onderdeel. Hoe zorgen we dat we de ontwikkeling van het virus niet boven dat getal uit laten gaan, zodat de zorg vastloopt? Er overleden al veel mensen, maar dan gaan er nog meer mensen overlijden in de gangen van het ziekenhuis. Daar heeft u het al met eerder over gehad. De basis kwam van het OMT. Later was er ook een strategie van afschalen. Daar lagen ook al stukken voor. In de loop werd dat bij elkaar gebracht in de stand van de vraag waar we staan en wat mogelijk is. Er was heel veel werk aan in de detaillering van de maatregelen.
Commissielid 3
Het OMT is de vaste adviseur op dit vlak. Zij brengen advies uit over welke maatregelen het kabinet mogelijk kan treffen. Dat advies wordt ook nog getoetst door het bestuurlijk afstemmingsoverleg, ook op uitvoerbaarheid en haalbaarheid. Vervolgens wordt er vaak een selectie gemaakt, wat in het Catshuis ook besproken wordt. Mijn vraag is hoe werd bepaald welke maatregelen al dan niet in zijn maatregelenpakket eindigden?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat was eigenlijk een proces op het OMT-advies. De ervaring die er al was op die maatregelen was wat ze doen en wat past. Langzamerhand werd dat ook steeds meer zo, zowel in de discussie als in het Catshuis, als later in de brede ministeriële commissie. Er kwam ook de politieke wenselijkheid van vakministers op een aantal onderdelen. Ik geef u een voorbeeld. Op een gegeven moment werd bijvoorbeeld de casinobranche een issue. Dan was er een vakminister die zegt dat hij meer ruimte wilde voor de casino's. Als dat kan, wat doet dat dan met het totaal en moet de ander wat minder? Dat waren politieke keuzes. Het was steeds voorbereid in een mand binnen de hoofdlijnen van het OMT. Die gaf aan en er zaten facetten. Daar werd in voorbereid wat niet kwam. Dat werd in de loop der jaren wat complexer. Op een gegeven moment werden de afschalingsplannen — het VWS had toen een afschalingsplan gemaakt — de hoofdlijnen. Daar werd het dan weer in gepast. Dat leidde dan tot een aantal keuzes in de ministeriële commissie. Daar wel, daar niet. Dat was een hele politieke keuze, ook in de politieke belangen die in zo'n ministeriële commissie lagen, tussen horeca, evenementen, het MKB en al die belangen tussen onderwijs. Daar waren politieke wegen tussen.
Commissielid 3
Wij zien in ons onderzoek dat er op verschillende momenten een conceptmaatregelenpakket heeft voorgelegen in het Catshuis en dat de selectie van welke maatregelen daar niet in zaten, door die maatregelen van het ministerie van Volksgezondheid en de NCTV, is gemaakt.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat klopt. Amtelijk in de voorbereiding, maar dan kwam het uit de gesprekken. Dat was niet een eigen keus. Dat was dus binnen de kaders van het OMT, wat ik steeds zeg. Dat was ongeveer waar je aan de hoofdknop was, door het OMT bepaald. De fijnmazigheid lag soms in het Catshuis, soms in het debat, soms aan het overleg, soms in het vooroverleg. Daar lagen voorstellen waarover dan weer gesproken wordt in het Catshuis. Dat leidde soms weer tot aanpassingen, ook soms tot goede ideeën van bewindslieden, die ook weer vernieuwing gaven. Dat was dus een soort interactief proces, waarbij VWS en NCTV wel zorgden dat er in ieder geval een pakket op tafel kwam en dat dat pakket getoetst werd. Dat was vaak iets van de NCTV met het veiligheidsbezuur, maar ook met de politie. Is het haalbaar? Is het handhaafbaar? Binnen JNV de juridische toetsing? Kan het? Er waren steeds meer toetsingsmomenten om na die pakketten tegelijkertijd te blijven. Kan dit wel? Kan dit niet? In het begin was dat beperkter, logischer en korter. Hoe langer de crisis duurde, hoe breder ook de uitzonderingen werden en de belangen breder.
Commissielid 5
U zegt dat het was ambtelijk voorbereid. Waren dat uw ambtenaren?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat waren VWS-ambtenaren. Dat was het club waar meerdere departementen in zaten. Dat waren mensen binnen het team van de NCTV, maar daar waren meerdere departementen in. Er werd voortdurend veel geschakeld met andere departementen op de thema's. Als het ging over horeca en MKB, dan was dat voortdurend operationeel schakelen tussen mijn mensen en de mensen van EZK. Zo ging dat continu door in dat proces.
Commissielid 3
Wat was het criterium op basis waarvan uw ambtenaren samen met die van VWS bepaalden welke maatregelen wel of niet voor te stellen op die zondag in het Catshuis?
Pieter-Jaap Aalbersberg
De hoofdmaatregelen lagen al. De OMT zei vaak dat daar wat moet gebeuren en daar moet gebeuren. Dat heeft uiteindelijk effect voor contacten. Alle maatregelen waren gericht op het voorkomen van contacten. Uw team maakte daar nog een selectie in. Nee, ik keek wat haalbaar was. Daar kwam vaak al politieke lijnen. Ik wil daar wat meer en daar wat meer bij. Dat was dus niet een autonoom proces. Maar er zat heel veel interactie in met andere departementen en ook andere belangen. Hoe langer het proces duurde, hoe meer die belangen en soms ook de lobby een rol begonnen te spelen. U vindt dat de maatregelen steeds meer uitzonderingen hadden. Ik ben het weer vergeten. Ik zag dat de latere sheets soms wel vier pagina's hadden met uitzonderingen. Dat was allemaal een resultaat van bredere belangen en afwegingen. Als er iets open kon, moest je kijken of zoveel mogelijk delen daar wat bij hadden. Maar wij moesten dan wel steeds weer terug samen met de VWS naar het OMT. Is het totaal nog in verenigheid met wat jullie hebben voorgesteld aan de voorkant? Wie stuurde dan die groep ambtenaren aan die daarvoor verantwoordelijk waren? Dat ben ik als NCTV natuurlijk, want het was een NCTV-deel en het VWS-deel de DG Volksgezondheid. Maar dat kwam allemaal weer in het besluitvormingsoverleg terug. Dat was niet een autonoom proces zonder al de andere partijen en de transparantie in het vooroverleg, het directeuroverleg, de adviescommissie en later ook de ministeriële commissie.
Commissielid 3
Als u inderdaad op basis van de belangen die van buiten speelden, ook lobby, maar ook een inschatting van de haalbaarheid, is dat best een invloedrijke positie natuurlijk om een selectie te kunnen maken op basis van het OMT-advies welke maatregelen wel en niet worden voorgesteld in dat katshuis.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ziet u dat ook zo? Ja, als je dat niet transparant doet, wel. Maar ook alle stukken die lagen in het katshuis en de besluitvorming maakten heel helder wat is het handhavingsadvies, wat is dit belang en wat speelt hij erin. Dus als je dat in een soort black box zou doen, dan zou dat kwetsbaar zijn. Maar de kern van dit proces is dat het voor de betrokkenen in de besluitvorming allemaal heel transparant was, ook controleerbaar en ook toetsbaar in het katshuis. Ik wil liever dat dan dat. Dus er zit een spanningsveld tussen. Maar in mijn beeld was het niet een black box-proces. Nee, het ging heel toetsbaar en transparant met de betrokkenen, zowel in de afstemming van torentjesoverleg, het katshuis et cetera. Dit zijn de mogelijkheden en opties. Dat was niet een soort black box buiten dat proces.
Commissielid 3
Waaruit bleek die transparantie dan? Want wij kunnen zien dat daar geen verslagen of notuen van zijn gemaakt. U noemt uw internet op belangen.
Commissielid 5
Die kunnen wij ook niet direct vinden. Dus hoe komt u dan tot de conclusie dat u dat proces transparant vindt?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Omdat het er uiteindelijk allemaal gedragen werd door de verzameling van betrokkenen, zowel ambtelijk als politiek. Dat is natuurlijk belangrijk, want als er iets uit was gekomen in het eerste directeuroverleg of als het kiesgoedman zegt dat het niet klopt, dan werkt het ook niet. Het werkt dus alleen maar als je op al die lijnen zorgt dat je mensen betrekt en meeneemt. Ik snap dat u nu de vraag stelt, omdat het zo niet is. Maar als het steeds wordt gedragen en uiteindelijk ook leidt tot besluitvorming, dan kan dat alleen maar als die transparantie er op die manier in zit. Daar werd heel veel over gelegd, zowel bij de NCTV, voor de mensen die er waren, als via de schermpjes, om iedereen mee te nemen, maar ook om te zeggen als dit kan. Een aantal dingen werden ook bedacht door de departementen zelf. Met het MKB kwam ik me voorstellen dat dit het vraagstuk van het OMT was. Maar wij zien hier een oplossing die dat en dat werkt. Ik kan het alleen maar zo duiden. U zegt dat het was gedragen.
Commissielid 5
U antwoordt op mijn vraag. Hoe komt u dan tot de conclusie dat het transparant is?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Maar gedragen en transparant zijn toch niet hetzelfde? Nee, maar ik vond het transparant, want het werd gedeeld en breed uitgesproken. Toen vroeg u aan mij dat er geen verslagen waren. Hoe was dat dan zo? Dan ga ik dus naar het resultaat. Als je het transparant inricht en ook de besluitvorming vindt zo, dan is het een soort evidentie dat daar wel transparantie in zat en dat mensen betrokken waren en aangesloten waren. Het is een redenatie om die vraag te beantwoorden. Ja, er zijn geen verslagen van.
Commissielid 5
En dan in het kader van die transparantie.
Commissielid 3
Als er maatregelen niet werden overgenomen die het OMT wel had geadviseerd, werden betrokkenen die dan bijzonder in het Catshuis waren daar ook over geïnformeerd? Welke maatregelen waren afgevallen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, want het OMT-advies, de brief lag in het Catshuis, maar ook in de andere besluitvorming. Dus het was volstrekt helder — er is niet zo vaak verschil tussen geweest — dat het OMT-advies en het maatregelenpakket niet klopte. Waarom moesten zij zelf die twee brieven naast elkaar houden? Ja, maar meer. Ook de heer Van Dissel, die natuurlijk aanwezig was in het Catshuis, deed dat. En hem kennen had hij dat ook echt wel gezegd, anders op zijn onderdeel. Dus er zat niet een soort geheimzinnigheid over. De OMT-adviesbrief was zo belangrijk. Als die er was, ging die gelijk al naar iedereen in alle departementen. En echt, die werd door iedereen gelezen, want dat was toch een heel belangrijk document. Dus dat was niet ook nog een brief die erbij komt. Nee, voor iedereen was de OMT-brief eigenlijk ook altijd zoals die er was. Zo ging die ook met een noodtrein door alle betrokkenen bij deze crisisaanpak.
Commissielid 3
Kwam het weleens voor dat het maatregelenpakket wat dan uw team samen met VWS, het team maatregelen, had voorgesteld, dat dan naar aanleiding van de besprekingen in het Catshuis of de ministeriële commissie, daarna op dinsdag, werden aangepast? Gebeurde dat weleens?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja. Dan gaat u mij natuurlijk concrete voorbeelden vragen. Dus dat weet ik niet precies. Maar er waren soms winstpersonen die een creatief goed idee hadden over de groepsgrootte. Die groottes werden weleens veranderd. In het AMKB moesten we werken met etages of dit of zo. Op verschillende punten vond daar ook wel bijsturing plaats, meedenken, andere ideeën. Ook wel eens dat we naar het Catshuis toch zeiden dat we nog even terug moesten naar de tekentafel, samen met het ministerie van de EZK, of dat niet anders kan. Dus op een aantal punten is dat wel voorgekomen.
Commissielid 3
Dan zou ik nog even willen gaan naar uw refereerde aan belangen, die nog speelden. Zoals ik al zei, wij hebben in ons onderzoek heel weinig kunnen reconstrueren over de gang van zaken rond het Catshuis en welke belangen daar speelden. Vandaar dat ik dit moment graag met u benut.
Commissielid 5
Wat voor belangen heeft u het dan over en hoe speelde dat rond het Catshuis?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Er was gedurende het proces heel veel lobby, begrijpelijk. Dat ging natuurlijk over de vakministers. Dat ging over de bruine vloot. Dat ging over sporten, waar de sportvelden dicht waren, en dan de A- en B-sporters. Dat ging vaak over de horeca, waar een groot belang in was. Dat ging allemaal via de vakministers. Dat ging over de casinobranche. Dat ging op een gegeven moment over binnensport, dat darten in de kroeg opeens een binnensport werd. Heel veel van die voorbeelden speelden in deze periode, waar een belang achter zat. Soms zag de verantwoordelijke bewindspersoon daar wat gebeuren. Het was op dat moment een belangenafweging tussen dat soort belangen en de politieke keuze. Die werd dan ook wat gemaakt. Dat was ook zo. Dat was ook een deel van de lobby. Ik meen goed herinneren dat de MKB en de horeca een hele sterke lobby hadden. Die waren veel aan het lobbyen om ruimte te krijgen. Dat heeft natuurlijk ook een politieke vertaling in die belangen. Dat kwam dan ook in de discussies in het Catshuis mee. Dat vertaalde zich soms ook in de maatregelenpakketten. Wel of niet iets meer verzoepeling daarin en daar niet. Het was prioriteren van de verzoepelingen. Het zat hem vaak niet in de nieuwe maatregelen, maar in de prioritering van de verzoepelingen. In hoeverre vindt u dat transparant? Dit is bijna geen open vraag. In deze stad is lobby nooit transparant, meester.
Commissielid 3
Dan zou ik u nog even vragen wat uw precieze rol was in dat Catshuis. Kunt u ons eens meenemen wat u deed als u daar uw zondag doorkwam?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik zorgde er altijd voor. Mijn mensen zorgden ervoor dat zaterdagavond alle stukken klaar waren. Dat was dan vaak een dikke stapel met sheets van de heer Van Dissel. Dat was het oranje sheetdek van ons. Soms was de gasten ook met een sheetdek en dat dat allemaal fysiek beschikbaar was. Vaak was er wel of niet tijd. Soms kon het verstuurd worden. Soms was het ook te vertrouwelijk en dan werd het ter plekke uitgereikt. Dat was dus het voorbereiden van het overleg. Met de voorzitter hadden we ongeveer een programmaatje. In het overleg begonnen we eigenlijk altijd met de heer Van Dissel en zijn presentatie. Dan kwam mijn rol. Ik nam het sheetdek door wat de verzameling was van de brede maatschappelijke opgaves. Wat speelde in de handhaving en wat later speelde in de openbare orde? Welke denklijnen zat op het OMT-advies naar aanleiding van de maatregelen? Waar je aan zou kunnen denken, et cetera. Nog wat te onderdelen. En dan werd mijn rol minder. Dan begon het debat tussen de bewindspersonen met soms nog een vraag. En aan het einde kwam er huiswerk. In die huiswerkverdeling had je dan weer een rol. Heel bazaal was dat ongeveer de sessies.
Commissielid 3
Mag ik dan concluderen dat u, door sturing te geven aan dat team maatregelen, over die sheetdek ging waarin het voorstel aan het kabinet werd gedacht, dat u daardoor een behoorlijk invloedrijke positie had in die periode?
Pieter-Jaap Aalbersberg
U slaat nu een heleboel antwoordenvragen in. Mag ik nu concluderen dat? Nee, ik had een faciliterende bijdrage. De perol hoorde bij de NCTV. Rust brengen in het proces, regelmaat en overzicht. En dat was mijn positie. Maar de inhoudelijke keuzes waren steeds mede op andere stoelen. En daar zat ik bij, heb ik gezien. Ik kon dus ook adviseren daarin. Maar dat waren niet de keuzes die aan mijn positie hadden.
Commissielid 5
Is dat wenselijk voor uiteindelijk de duur die de coronapandemie heeft geduurd?
Commissielid 3
U bent natuurlijk niet verkozen.
Commissielid 5
Levert dat nog een probleem op met de democratische controle wat u betreft?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nou, dat vind ik een hele grote vraag die u nu aan mij stelt. Nee, de NCTV hangt onder de politieke verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid. En op elk moment kan de minister van Justitie en Veiligheid zeggen, dit is niet goed, ik wil een ander. Dus de NCTV staat ook onder, is niet een vrijgesteld persoon. Valt erg onder de politieke verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid. En in dit deel stuurt ook de minister-president daarop. Dus nee, de politieke lijn is verantwoordelijk. En daar heeft de NCTV een rol in. Ook een rol om dat samen te brengen, die is het. Maar dat is niet een soort ondemocratisch vrije, oncontroleerbare rol. Altijd binnen de politieke verantwoordelijkheid van de betrokken bewindslieden. En dan is hij als hoge topambtenaar, is hij verantwoordelijk voor zijn eigen daden. Niet net zoals een SG dat ook is. Omdat die vergelijking al een keer gemaakt is.
Commissielid 3
Ik vraag het omdat u de nadruk legt op de faciliterende rol. Dat zien wij inderdaad ook terug. En tegelijkertijd zien wij ook berichten die erop hinten dat u toch ook een invloedrijke rol had. Zo stuurt voormalig directeur-generaal Sonnema, die stuurt een app naar Hugo de Jonge met betrekking tot de versoepelingen. Ik citeer, Pieter Jaap, dat bent u, wil de kleine stapjes niet. Hij vond sport veel te veel. En daarop reageert Hugo de Jonge met, oké, Pieter Jaap, dat refereert weer aan u, het begint wel een zelfstandig bestuursorgaan te worden.
Commissielid 5
Begrijpt u dat wij daaruit vragen hebben over hoe invloedrijk u was? Of uw rol niet verder ging dan de faciliterende?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, ik snap deze vraag. Volgens mij moet u dat dan bij de betrokken van deze mail doen. Het is een typische zin die ik pas bij de heer De Jonge, zoals ik heb gezien. Ik vind het meer de grappigheid hiervan dat dit serieus was. Want als het serieus was, was het echt te bedden gebracht in een torentjesoverleg en et cetera. Dan was het echt een issue geworden en dit was geen issue. Ik snap deze lijn en ik snap ook de... Ik kende deze mail niet, dus ik heb hem ook pas afgelopen week gelezen. Ik had er een glimlach bij. Dus u herkent zich niet in het beeld wat daar wordt geschetst? Ik snap wel. Elke grap heeft ook een wijziging. Natuurlijk had die NCTV een rol in die spelverdeling. Ze werkte heel erg met de voorzitter en probeerde dat te doen. Dus natuurlijk was dat wel zo. Maar het was geen vrije, oncontroleerbare rol. Daar herken ik me niet in.
Voorzitter
Dank u wel. Collega Lammers, heeft u op dit onderwerp nog aanvullingen?
Commissielid 2
Ja, ik heb nog enkele vragen. U had het net al even over die sheets. Mijn vraag was nog even. Dat was mij nog niet helemaal duidelijk. Wie besloot dat die sheets op een gegeven moment klaar waren en meegingen naar het Catshuisoverleg?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat waren verschillende trappen. Vaak gingen die ook al mee in het Torentjesoverleg. Daar was geen verrassing. Dus de Torentjesoverleg had men vaak al gezien in de opbouw. Op het laatste moment kwamen er altijd nog wel wat dingen bij, zoals de handhavingsvraag van de politie. Dus er werden wel wat dingen toegevoegd. Dat was dan mijn verantwoordelijkheid dat dat bij elkaar gezet had. Maar het was een combinatie van voorbereidingen vanuit het Torentjesoverleg. Daar lag eigenlijk de kern van een aantal punten. Ook in die lijn. En de definitieve laatste klap op het pakket. Dat deed ik meestal zaterdagavond om een uur of tien. Dat was mijn verantwoordelijkheid.
Commissielid 2
Ik stel die vraag omdat het dan toch lijkt alsof u een invloedsrijke rol heeft. U bepaalt dan uiteindelijk dat dit alles samen is. Klopt dat?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, toch zie ik dat anders. Alles om de maatregelen was ook al in het Torentjesoverleg geweest. Dus dat zat daar niet op. Het was meer de admissieve verzameling van de hele Z samen. U heeft het gezien. De Z waren een paar verschillende delen van input. Dat deden wij samen, ook weer in het faciliteerende proces. Maar het deel over maatregelen was ook al in het Torentjesoverleg geweest. Dat was niet op dat moment bepaald en doorgezet. Dat was besproken in het Torentjesoverleg en daar ook al voorzien van dit mee naar het Catshuis. Dat was geen zelfstandige keuze voor de NCTV. Dat had ik ook raar gevonden.
Commissielid 2
We hebben heel veel vragen gesteld over dat Torentjesoverleg en over dat Catshuisoverleg. Die vragen hadden wij na twee jaar onderzoek niet hoeven stellen als er notulen waren geweest. Als dat allemaal transparant was geweest. Hoe kijkt u daarnaar? Dat de commissie dus twee jaar onderzoek heeft gedaan. En dat er dus nog steeds heel veel vragen leven over hoe die overleggen in elkaar zaten. Wie daarbij aanwezig waren en wie niet. Kunt u daarop reflecteren?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Als dat allemaal verslagen was, dan snap ik dat uw onderzoekstermijn korter was geweest. Dus als u dat bedoelt, dan kijkt u daar ook zo tegenaan. Ja, alles was daar graag in. Dan had u alles kunnen doen. Maar als u bedoelt van, kijk jij nou terug, is dat nou wel of niet goed geweest? Want ik hoor bijna een soort normerende vraag aan u.
Commissielid 2
Ik bedoel eigenlijk voldoende transparant.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, dat is weer aan u. Ik kan alleen zeggen dat ik met volle overtuiging...
Commissielid 2
Ik stel de vraag aan u.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik ga wel mijn antwoord geven. Dat ik met volle overtuiging dit proces, waarbij het torentjesoverleg een rol had... Ook dat en het Catshuis ook een belangrijke rol. Maar uiteindelijk in de besluitvorming. Alles is goed vastgelegd en vastgezegd. Dat ik daar toen een goed gevoel bij heb. Dat dat zuiver en goed geweest is. Anders kan ik het niet zeggen. Ik snap ook wat u vraagt. Daarvoor hebben we ook deze openbare verhoren. Dat u alle partijen kunt met dat vragen. Maar ik heb daar op dat moment, in die tijd... En ook als ik terugkijk, heb ik niet gezegd... Nee, voor mij was dat niet een soort schimmig... Nee, dat paste hierbij. En de besluitvorming was goed vastgelegd en voestgeborgd, et cetera. Zo heb ik dat ervaren. En zo kijk ik... Ja, ik ben ook niet helemaal... Ik ben natuurlijk ook redelijk gekleurd terugkijken naar deze... Naar de rol ook terug.
Commissielid 2
Maar vindt u het dan wenselijk dat er dus... Schijnbaar een heel onderzoek en openbare verhoren nodig zijn... Om dat hele proces eigenlijk in kaart te brengen? Dat is wat ik u nu eigenlijk hoor zeggen. Ja, er zijn toch openbare verhoren? Dus dan komen we er vanzelf achter hoe dat allemaal in elkaar zat.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, daar zitten ook veel vragen volgens mij achter. Als ik de formele besluitvorming volg... Heb ik niet beleefd in die tijd dat daar een heel schimmig proces omheen zit. Nee, dat was allemaal voor alle betrokkenen zichtbaar, stapje voor stapje. En dat leidde tot goede voorstellen en daar is over besloten. Dus ik kijk wat anders tegen de vraagstelling aan, zoals u zegt. Voor mij was dit proces misschien ook niet nodig geweest, want dat wil ik ook niet zeggen. Want ik heb gevoeld in mijn tijd dat het open en transparant was. En de onderzoeksraad voor de veiligheid, die haar taak gedaan heeft, kon ook... Zo heb ik dat in mijn beleving ervaren. Ik merk dat u in uw commissie zegt, dit is nodig. Daar kan ik u gewoon... Ja, de vraag is dan... Ja, zonder verslagen moet je veel doorvragen. Maar ik heb daar destijds, en nog steeds die terugkijkend, dat als iets schimmigs of iets vaags gezien. Omdat in die besluitvorming het allemaal transparant was te volgen. Dat al die sheetdecks open en klaar zijn. Dat waren geen losse velletjes. Nee, de hele onderbouwing van al die stukken van de sheetdecks overal is een volgbaar en controleerbaar proces. En daar zit vanuit mijn perspectief de opbouw van gedachtengang, de buitenkant en de besluitvorming steeds in.
Commissielid 2
Ja, ik begrijp dat u dat zo heeft ervaren. Maar voor de mensen die er niet bij waren... Vond u dat het ook daarvoor voldoende transparant was wat er allemaal gebeurde?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, nogmaals, met gevaar van herhaling. De verantwoordelijke ministers, de verantwoordelijke ambtenaren, rondom het proces van Catshuis en alles wat daarin zit. Vond ik dat transparant genoeg. Ook in de besluitvorming, ook in de stukken die uiteindelijk in de ministeriële commissie komen. Vanuit mijn perspectief.
Commissielid 2
Ik probeer het even goed te begrijpen. U heeft het nu over de ministers die daarbij zaten. Ambtenaren die daarbij zaten. Maar het gaat mij meer om de mensen die er juist niet bij zaten. Of het voor hen ook transparant was wat daar allemaal gebeurde.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, ik probeer het toch een beetje te begrijpen. Er is veel politiek-bestuurlijke besluitvorming. Er zit een soort waardeoordeel in wat ik moeilijk vind om voor u antwoord op te geven. In het betrokkenen met het proces is daar integere besluitvorming plaatsgevonden. Met een politieke afweging is de Kamer daarover geïnformeerd. Vanuit mijn perspectief was dat toen zo. Er zijn meer besluiten. Dat geldt natuurlijk niet voor de hele samenleving. Maar de hele samenleving, en dat is weer een vraag aan u, of u dezelfde veronderstelling heeft op de communicatie, de persconferenties en dat uiteinde, voldoende geweest is om de samenleving iets aan de vlak. Ik ben bang dat ik me hierin anders ga herhalen.
Commissielid 2
Vindt u dan dat het voor die samenleving transparant moet zijn wat daar allemaal gebeurt?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Op dat moment in de crisis moet je communicatie goed genoeg zijn om iedereen mee te nemen. Daar hoort ook transparantie bij. Maar dat is niet in alles. Dat is altijd weer een balans. Wat is breed en wat is niet breed. Gelukkig hebben we een systeem als een onderzoeksraad en ook een enquête, omdat het zo groot is met zoveel impact, om daar toch nog een keer naar terug te kijken. Dus dat hoort een deel bij dat proces in balans.
Commissielid 2
Oké. Ik heb dan nog een vraag. U had het net over dat er in het Torentjesoverleg en in het Catshuisoverleg debatten plaatsvinden. Hoe eindigden die debatten dan?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, altijd wel tot een gemeenschappelijk beeld en een samenvatting van de voorzitter. Uiteindelijk is daar een voorzitter voor en die vat dan het gesprek samen. En dat werd dan wel door de hele zaal, of het kleine overleg, de samenvatting van dat. En dat was de afwerking. En daar zaten dan ook die verschillende perspectieven en belangen in. En dat leidde dan soms tot wat huiswerk of wat onderdelen, of naar de besluitvorming de week daarna in de formele commissies.
Commissielid 2
En werd daar ook al in die debatten een bepaalde consensus bereikt? Of bepaalde overeenstemming bereikt?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, in richting wel. Dat heb ik proberen aan te geven. Het was natuurlijk ook afstemming, politieke afstemming. Dus ja, het Catshuis was ook een beetje, hebben we nou het gemeenschappelijk beeld van de epidemiologische onstandigheden? Welke richting het opgaat? En wat wordt de voorbereiding van de besluitvorming? Ja, dat was niet een besluit, maar daar zit natuurlijk, het doel was juist die afstemming. Politieke draagvlak om een deel, dat vroeg de voorzitter ook, zat daar een stuk sturing en richtingbepaling in? Ja, daar zat een stukje sturing en richtingbepaling in. Alleen nog niet op de scherpte en het precies zijn nog niet in het besluit. Maar het toewerken naar zo'n stuk, ja.
Commissielid 2
En kunt u dan het verschil uitleggen met hoe dus, als er bijvoorbeeld consensus werd bereikt, of overeenstemming werd bereikt over een bepaald onderwerp, hoe dat dan nog verschilde van een besluit wat later dan in een ander overleg nog werd genomen? Vraag me dat even af te stellen, dan vraag ik het u.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, vaak was dat wat meer de scherpte. Als er toch een soort principe gedacht werd over een sluiting van de hele sector, dan was dat de consensus. Maar of het dan allemaal tot in detail voor iedereen ging, dat was dan verder in die week uitwerken met de andere ministeries. Of alles eronder viel, of de levensmiddelen, heel keurig hebbend dat we toch de levensmiddelen-MKB open lieten. En de week daarna kwam de vraag, waar valt de HEMA onder? Dat zat daar niet in, maar dat leidde wel tot heel veel. Dus heel veel van dat soort kleine aspecten in die grote consensus, waar gaan we naartoe, was uitzoekwerk, en ook detaillering en ook een grondslaggever.
Commissielid 2
Maar als ik dat dan zo hoor, dan denk ik dus eigenlijk, ja, dan is er dus in die overleggen een grote beslissing gemaakt. En dan worden er in een later overleg nog nuances opvolgen.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nee, ik zie dat toch iets anders. Er lag wel meestal iets van het OMT. Er lag een lijn, wat de voorstel is, daar waren een aantal ideeën over. Daar werd op dat moment politiek in een consensus gezegd, dit is de richting. En vervolgens werd dat uitgewerkt en kwamen de uitwerkingen terug in de formele besluitvorm in de kaders. En dat katshuis was wel een gesprek over, dit is het beeld van het OMT, zien we dat ook politiek? Dragen we dat politiek met elkaar breed deze richtingen? Die lijn zit daar nog wat in. En dat was eigenlijk het afstemmen en met elkaar kijken, waar gaan we naartoe? Zo zat het katshuis in elkaar. Maar dat leidde in de samenvatting niet dat en dat, maar dat leidde dan ook tot een soort samenvatting van zoals besproken is. En daar zat dan huiswerk in, wat dan de dagen daarna heel snel ging naar een stuk, wat dan door de adviescommissie moest en uiteindelijk de ministeriële commissie.
Commissielid 2
Maar in hoeverre was er dan nog mogelijkheid tot afwijking?
Pieter-Jaap Aalbersberg
U bedoelt voor of na het katshuis?
Commissielid 2
Na het katshuis.
Pieter-Jaap Aalbersberg
In de details uitwerking, omdat je op de hoofdlijn weet wel eens, maar dan opeens was, ik ga wel aan wat een hema, een vraag, waar hoort die wel bij? Of werd de bruine vloot een vraag, waar hoort die wel bij? Dus er zaten soms, zeker later in het proces, op heel veel van die details nog uitzoekvragen, of soms vragen, is de juridische definitie dicht genoeg? En dan kwam van de juridische afdeling, nee, die is niet goed genoeg, die moet toch meer zo. Dus daar zaten echt nog wel samen met VWS en anderen nog heel veel, en ook de andere vakdepartementen, want dan ging, moest ook het vakdepartement, werd daar meegenomen, nog een soort zoekwerk, voordat we dat pas konden formuleren in de scherpe besluitvorming van de stukken die naar de adviescommissie en de ministeriële commissie ging. Daar zit u het allemaal heel scherp in verwoord, met precies op detailniveau. Nou, dat was niet de discussie in het katshuis.
Commissielid 2
Maar dan nog mijn laatste vraag. Mag ik dan wel concluderen dat er in het katshuis in ieder geval op hoofdlijnen besluiten werden genomen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ook hier ben ik bang dat we, er wordt afgestemd, maar er was geen besluit. Want als er twee dagen alles anders wordt, kwam er een ander, het had gekund. Dus ja, er werd afgestemd. Politiek binnen de coalitie, binnen kleuren van de politie, tussen vastministers. Maar het werd samengevat als een deel van het gesprek, maar niet, we besluiten nu dit. Dat is één keer gebeurd, was dat in een, ik weet niet in welke sessie, volgens mij 15 maart, en toen hebben we na het kathuis een ministeriële commissie bij elkaar gehad. Dat was de enige keer dat we besluiten moesten nemen, toen is het kathuis beëindigd, en is er een groot gedeelte van de ministers overgegaan in een ministeriële commissie. En toen zijn de besluiten genomen die ook zijn vastgelegd zijn. Om goed die twee dingen weer uit elkaar te halen.
Commissielid 2
Ja, oké. Dat waren mijn vragen.
Voorzitter
Dank u wel. We gaan naar het volgende onderwerp, maar ik hecht nog even waarde aan om te benoemen, want meneer Aolfsberg, u had het over een oordeel. Ik denk als commissie hebben we nog minder zicht op het kathuisoverleg, op het torentjesoverleg. Vandaar dat we daar veel vragen over stellen. De commissie gaat uiteraard met een oordeel komen, maar dat zal pas echt later zijn. In het eerste kwartaal van 2027. Omdat we hier minder zicht op hebben en het goed willen reconstrueren, hebben we hier wat langer bij stilgestaan. Ik geef graag het woord aan collega Lammers voor het volgende onderwerp.
Commissielid 2
Ja, dank u wel. Ik heb het al even eerder, is het al voorbijgekomen, de onrust in de samenleving die is ontstaan. Vele duizenden mensen zijn eigenlijk in verschillende plaatsen met verschillende zorgen de straat op gegaan. Hoe verklaarde u destijds die toenemende onrust, maatschappelijke onrust?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Een belangrijk document hiervoor geweest is, we hebben het nu steeds gehad over de NCTV-rol in de crisisorganisatie. Een ander deel van de NCTV is bezig met dreigingsanalyses en duiding. In die periode hebben zij een fenomeenanalyse gemaakt over de verschillende gezichten van de coronaprotesten. Een derde deel was bewaken en beveiligen. Toch weer even in de tijd plaatsend, corona is denk ik de eerste grote crisis geweest waar sociaal media en algoritmes een grote rol gespeeld hebben. We moeten niet vergeten dat in die nieuwe online-wereld we nog steeds moeite hebben om een rechtsstaat in te richten zoals die is. In de fysieke wereld mag je niet bedreigen, mag je niet opruien, mag je niet de democratie ondermijnen. Dat zou ook niet moeten mogen in de online-wereld, maar daar hebben we nog weinig instrumenten. Je ziet eigenlijk in die corona, dat zagen we ook tijd, dat er zijn altijd complotten geweest, dat is ook helemaal, maar dat in die aanloop opeens in die algoritmes al die verschillende complottheorieën opeens naar elkaar kwamen en bij elkaar kwamen. Ik bedoel niet te zeggen dat is de schuld van sociale media, maar de sociale media is een soort facilitator geweest daarin en ook het faciliteren van ongenoegen. Dus ook in de tijdsgeest is die verandering in de tijd, en dat zien we nu nog meer eigenlijk, waarbij de online-wereld de bepader en de versneller is, een online-wereld waar de rechtsstaat in mijn perspectief nog niet volledig in werkt, een enorme rol hierin gespeeld heeft. Dat gezegd hebben, ga ik nu concreet naar die periode in toe, en dat zie je ook dat eigenlijk gedurende die tijd van corona eigenlijk, en wij zeiden dat toen dat COVID-19, iemand anders gebruikt ook het woord contrastvloeistof, maar in dit stuk hebben we dat woord contrastvloeistof, eigenlijk gewerkt heeft die de cohesie versterkende en verzwakkende elementen in de samenleving zichtbaar gemaakt heeft. Er was ongenoeg in de samenleving bij een aantal mensen. Het anti-elitedenk kwam op. En je ziet dat al die onderdelen zonder daar stempels en dingies op te vinden, maar rond die corona kwam dat bij elkaar, niet in de ideologie, maar in een vrij brede, en dat noemden wij de bovenlaag, in een stuk ongenoegen. Nog steeds waren dat, als je dat weer getals kijkt, het grote midden en de buitenkeinde, hebben het hier over een deel van de samenleving. En corona bracht al die zowel complotten soms bij elkaar, als dat maatschappelijk ongenoegen, en dat leidde zowel in de online-wereld, als ook rond protesten, tot een soort samenhang daarbinnen. Binnen die protesten zagen we ook een onderlaag ontstaan, een radicale onderstroom. En die radicale onderstroom werd gedurende de tweede helft van corona zichtbaarder. Enerzijds in demonstraties, waarbij gewoon reguliere demonstraties gekaapt werden. De Defend-groepen, die we nu ook zien, kwamen toen eigenlijk voor het eerst op straat en in beeld. Die is er ook in die onderlaag gekomen. En die onderlaag radicaliseerde zich zowel online, dat hebben we ook zo opgeschreven in dat beeld, en groter, en is na corona eigenlijk gebleven. Deels in de discussie van soms, wat we hebben noemen, de definitie van soevereinen, soms anti-institutionelen. En die bovenlaag is eigenlijk langzamerhand weer verdwenen, spelt wel anders, maar is niet overgebleven. Dus eigenlijk gedurende de hele corona is die voor het eerst... Ja, nog één voorbeeld geven. Polarisatie is altijd al zo geweest, levenslang, maar polarisatie is nu door de versnelling in de onlinewereld een ander begrip geworden. En heeft dat opeens met kleine berichten brengen, opeens veel meer mensen samen. En dat proces in de samenleving, met dat stukje ongenoegen wat er was, wat het bij elkaar gebracht heeft, leidde tot een stukje van de maatschappelijke onrust in demonstraties. En daarbinnen ontstond een radicale onderstroom, die eigenlijk na afloop gebleven is, en die we nu nog zien.
Commissielid 2
We zien ook uit de stukken dat er veel kennis is bij de NCTV over die groeiende maatschappelijke onrust. Heeft u die kennis? En waar heeft u die kennis vooral in gebracht?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Kern van dit soort producten van de NCTV, daar is de NCTV opgericht, is dat het openbaar is. Dus ze worden gepubliceerd. Ze worden aan uw huis gestuurd. Ze gaan naar de bewindslieden. Ze gaan naar ambtenaren. Ze zijn ook voor burgemeesters. Ook deze fenomeenanalyse was juist in die tijd ook voor de lokale bestuurders bedoeld, om iets meer zicht en grip te krijgen. Wat is er aan de hand? Ze gaan naar de professionele diensten, politie, AFD, et cetera, die ook trouwens meewerken. Voor hun is het geen verrassing, want dit product wordt ook mede gebaseerd op wat zij zien en hun producten met elkaar. Dus het wordt vrij breed verspreid en juist ook gepubliceerd, omdat ook wetenschappelijk mensen hiermee doen. We zien later ook vervolgonderzoeken van universiteiten soms op deze thema's. Dus, kort samengevat, breed verspreid met een publiek doel.
Commissielid 2
En heeft u dan ook die informatie ingebracht in de besluitvorming van het kabinet?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja. Nou, eigenlijk al veel meer. U hebt dat kunnen zien weer in de deck over de sheets. Eigenlijk vanaf de politie was langzamerhand een vast onderdeel waar de politie elke week het kabinet informeerde wat er gebeurde in de samenleving. Van klein tot groot. Dus dat begon al heel erg vanuit het openbare ordebeeld van de politie, wat steeds meeging. Ook dit product is meegenomen op een aantal keren. Dit werd meegenomen ook in de onrust en de spanning die er is. En dat werd ook wel besproken.
Commissielid 2
En wat deed het kabinet dan met die informatie?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Het leidde niet op dat moment in een keer van we moeten een besluit nemen. Ik denk dat in de afweging van alle maatregelen en van de spanning, kijk, die radicale onderstroom is iets voor de diensten en de politie. Dat hoort daar thuis. Die moeten daar verder gaan. Die hebben daar hun eigen wetgeving en taak voor. Maar de breedte van het maatschappelijk onrust in het gesprek met de burgemeesters daarover, wat kunnen we eraan? Moeten we anders communiceren? Moet de communicatie anders? Werd dat wel zo geadresseerd? En werd er in communicatie gekeken wat anders moet, et cetera? Werd ook denk ik wel de zorg gedeeld, dat je het gevoel had dat je een deel van de samenleving aan het verliezen was in zoiets belangrijks. Zeker na de eerste drie maanden is dat verliezen van de samenleving, et cetera, ook wel een thema geweest wat op verschillende manieren teruggekomen is. Vooral in het communicatieblok, denk ik. Het nadenken over communicatie. Moeten de persconferenties anders? Moeten we anders met een aantal onderdelen bennen? Ik weet niet alles precies aan elkaar, maar daar werd vooral toch wel hierna gekeken.
Commissielid 2
In hoeverre hield het kabinet dan rekening met verschillende motivaties die mensen ertoe brachten om te demonstreren?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Of dat zo precies was? Ook dat weer in de context. De grootste deel van de 18 miljoen mensen, dit was natuurlijk aan de randen een zorgelijke ontwikkeling dat je de randen gaat verliezen. En daar hield het kabinet rekening mee. Of in de besluitvorming rekening mee. Hoe gaan we communicatie doen? Van begin af aan moeten we iets met influencers doen. Er zijn dus voortdurend methodes bedacht om te zorgen dat dit erbij was. Van de demonstraties was het ook een openbare orde kwestie. En was het ook juist met de burgemeesters kijken hoe houden we... Dus dan ben je al een beetje verder. Maar in communicatie, ik denk als u dat aan mij vraagt, waar werd nou het meest inzichtbaar van hoe we hier moeten gaan, is dat toch in het blok geweest van communicatie, de flitspeiling en wat zien we, hoe houden we verbond, hoe houden we contact met deze groepen.
Commissielid 2
En waar heeft u dit allemaal besproken?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Deze overzichten zaten in ieder geval in het katshuis Schiedsdeks. Daar zaten ze altijd bij. Natuurlijk kwam het ook in het torentje. Als er een grote demonstratie was geweest, was het in het eerste torentje. Daar hadden we het toch over. En dan werd dat ook even meegenomen. En formeel in de ministeriële commissiebesluitvorming. Soms was de korpschef er ook bij. Of iemand anders. Er werden ook deze beelden wel gedeeld. Die kwamen overal wel weer. Dat was een onderdeel van het integrale proces.
Commissielid 2
Wij zien dat namelijk niet terug in ons onderzoek. Maar als dat dus in het katshuis en in het torentjesoverleg is besproken...
Pieter-Jaap Aalbersberg
U ziet het wel in de Schiedsdeks. Daar moet u het in kunnen zien vinden, die daar overal gelegen hebben. Met soms pagina's, soms twee pagina's van wat gebeurt er in de openbare orde, wat is er aan de hand in de samenleving. Dat zit in een aantal van die Schiedsdeks. Voortdurend komt dat steeds terug als een beschrijving.
Commissielid 2
Ik ben dan toch nog op zoek naar hoe daar nou in het kabinet over werd gesproken. U zegt dat het vooral gaat om de randen van de samenleving. Maar er waren eigenlijk talloze demonstraties. Van allerlei soorten mensen die het er niet mee eens waren. Mijn vraag is eigenlijk, hoe is dat dan besproken?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, verschillend. Natuurlijk na de paar zware demonstraties, na de avondklok, was het eerstvolgende overleg. Ging ook daarover. Wat is daar gebeurd in die demonstraties met dat geweld? Die allemaal binnen een paar dagen weer tot rust waren. Dat was een onderdeel van dat. De discussie van verliezen we mensen, was meer een ongoing discussie en communicatie. Dus dit is niet één issue wat een keer apart op de agenda gezet werd, maar elementen. Elke keer als er wat bijzonders in de samenleving gebeurde, was dat een melding, kwam dat ook in de formele commissie, vanuit de politie of een ander deel, of vanuit de burgemeesters die zich daar zorgen over maakten. Ook de vertegenwoordigers van de veiligheidsberaad in de MCC hebben een paar keer gezegd we zien dit gebeuren in de samenleving. Dus dat is op een aantal manieren teruggekomen. Vertaalde zich vaak, wat moeten we met communicatie doen? Wat betekent dat? Hoe doen we het doen? Zal zich ongetwijfeld ook wel eens bepaald hebben van wat betekent dit voor, maar dat heb ik niet meer concreet, want dat is in de hele twee jaar ook naar maatregelen en dat soort onderdelen. Dus die input kwam op verschillende momenten, niet in zo'n mooi blokje als deze analyse, dat is om één moment, maar kwam wel via het veiligheidsberaad, via de politie of soms via een minister, toch op verschillende punten terug. Dat weet ik nog.
Commissielid 2
Ik vraag het omdat wij ook in de notulen van bijvoorbeeld de ministerraad of de onderraden niet zien dat er gesproken is over de onrust in de samenleving. Het stond ook lang niet altijd op die g-text die u noemde. Dus wij vragen ons eigenlijk af, is dat voldoende besproken? En wat is daar dan over besproken? Want wij zien dat dus niet terug.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ik pak het maar weer uit in drie elementen. De ernstige demonstraties zijn veel besproken. Of de minister van Justitie en Veiligheid bracht het in, of het kwam via één van de partijen, maar die wilden in elke overleg als die geweest waren en het was voorbij, kwam dat altijd voorbij. Het betrekken van de samenleving, en dat zat heel erg brede, was niet alleen op deze onrust, maar was eigenlijk van het begin af aan na drie maanden op basis van de handhavingsunit, was eigenlijk een ongoing proces, niet elke keer met een aparte agenda, maar hoe zorgen we dat we communiceren. Draagvlak, draagvlak vindt u heel veel terug, en draagvlak zit hier ook onder, waren wel elementen die eigenlijk voortdurend terugkomen. Ik kan hem alleen maar zo uit elkaar trekken. En een rapport als dit ging ook mee in de andere professionele organisaties. Wat moeten we hiermee doen? Dus nee, niet in één blokje, maar in draagvlak, in de handhavingsunit, in de berichten van de politie, in incidenten, en eigenlijk de minister van Justitie en Veiligheid, die het altijd naar voren bracht, zijn al die elementen wel op momenten besproken, en voorbijgekomen.
Commissielid 2
U zegt de minister van Justitie en Veiligheid, die het altijd naar voren bracht, maar ik vraag me dan af waar dan, want wij zien dat niet zo terug in het onderzoek.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nou, ik weet, ik heb ze niet allemaal, maar ik ken hem, hij deed dat, dat zowel in het Catshuis, als in het torenhuis, als in het MCC, als er zo'n heftig weekend was geweest, dan zei hij dat. En hij vroeg ook altijd begrip voor de politiemensen die in die situatie stonden. Dus dat is op verschillende manieren, ik weet van het MCC, ik weet zeker van het Catshuis, ik weet niet alle momenten, maar dat was wel altijd iets, die minister van Justitie en Veiligheid, die daarvoor stond, en die bij dit soort grote demonstraties dat meldde in de verschillende gremia.
Commissielid 2
Maar dat zijn dan de heftige weekenden, die u noemt, maar de brede onrust die ontstaat?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Die was vaak gekoppeld aan draagvlak. Die hebben we op andere momenten gehad. Dus dat zat in draagvlak, in de flitspeilingen. De flitspeilingen waren eigenlijk al de eerste die aangaven dat het draagvlak begon te veranderen, dat het gedrag veranderde, dat mensen anders gedrag neemden. En dat is op een aantal, ik weet niet meer welke vergadering, maar op een aantal momenten kwam dat terug. En dat had dan effect in vragen van we moeten de communicatiestrategie evalueren, aanpassen of veranderen.
Commissielid 2
Oké, dus u legt nu een verband tussen de toenemende onrust en de communicatiestrategie. En het draagvlak. Ja, en het draagvlak. Maar mijn vraag was eigenlijk, werd die toenemende onrust ook in verband gebracht met het gehanteerde coronabeleid?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, het zou raar zijn. Ik heb niet in die vergadering is dat zo gezegd. Maar voor ons allemaal was dat natuurlijk bijna vanzelfsprekend. En het was ook een klein gedeelte. Het getalsmatige deel daarvan, ook in deze analyse, was niet groot. Maar het had heel veel aspecten in zich. We praten hier niet over miljoenen mensen. Dus ja, dat was ook zo. En ik denk ook dat we geleerd hebben, ik heb me daar zelf ook wel een schuldig hangen gemaakt, is ook om een deel van dit gedrag wappie te noemen. En dat was ook, dat neem ik mezelf kwalijk daarmee, neem je dat geluid niet serieus. Dus het anders definiëren, het was ook niet één profiel. Het was eigenlijk een heel breed iets van mensen die van anti-elite tot moeite hadden met hier of zorgen over hun kinderen hebben. Dus het is heel moeilijk om dit, misschien hebben we dat, want deze analyse hielp wel om niet meer dat onder een noemertje en een stickertje te gaan brengen. Maar zeggen nee, het is een deel waar het vertrouwen in de, het niet meer aanwezige vertrouwen in de overheid centraal staat. Zo heb ik dat als NCTV proberen te duiden. Mijn mensen hebben dat zo geduid in dit stuk. Nog steeds binnen de beperking van dat totaal. En dat was wel een beleving die bij meer bewindslieden allemaal, dat was niet acadabra. Ik denk dat iedereen dat wel zag. Maar op dat moment ook in het hart van die crisis zaten we ook natuurlijk met de opgave van de gezondheidszorg. Ik kan dat niet anders dan zo terugkijken en terugduiden.
Commissielid 2
De politie heeft op een gegeven moment in een intern stuk aangegeven dat er tussen het begin van de coronacrisis en februari 2020 ongeveer 200 demonstraties zijn geweest. Dus ik vraag me even af wat dat, dus in hoeverre het kabinet daar dan rekening mee hield, dat er allerlei verschillende motieven zijn die dus eigenlijk heel vaak tot demonstraties leiden. Hoe daar dus mee om is gegaan?
Pieter-Jaap Aalbersberg
In de crisis van het gezondheidszorg, waar de vraagstuk 1 was we moeten voorkomen dat de overlijdsgevallen toenemen, is daar spanning in de samenleving. Dat zie je voorlopig voorkomen en dat is een effect. Dat is niet direct op de maatregelen terug te voeren, maar dat is wel hoe gaan we ermee om. Dat heeft een harde kern. Dat is voor de inrichting en de veiligheidsdiensten. En er zit een stukje van de samenleving mee. 200 demonstraties in die vorm is daarmee niet een getal. Op zich, er waren demonstraties. En wat wij ook in deze analyse gezegd hebben, is dat vertrouwengebrek aan de overheid, wat meer was dan alleen corona, is ook aan een aantal andere incidenten terug te voeren, daar zit een grote vraag in. En ik zie dat het kabinet, en dat zie ik ook later terug, is dat vertrouwen terugwinnen in de samenleving, op een betrouwbare overheid, is een van de responses geweest. Maar dit was niet rechtstreeks terug te leiden op dat moment aan het nemen van directe andere maatregelen in de bestrijding van het virus.
Commissielid 2
En dan nog mijn laatste vraag. Waarom was dat volgens u niet, die onrust niet terug te voeren op de genomen maatregelen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nee, de onrust leidde niet tot andere besluiten over de maatregelen. Zo probeer ik dat bedoelde ik eigenlijk te zeggen. Dus die onrust was niet direct te relateren aan, nou dan nemen we deze maatregel niet. Want die maatregel was gebaseerd op het vraagstuk van de bestrijding van het virus. Die onrust zei wel iets over het vertrouwen in de overheid. Hoe vind je dat terug? Wat moeten we daaraan doen? En daar zijn stapjes en later ook stapjes in genomen. Want het terugwinnen van vertrouwen in een betrouwbare overheid is een groot thema, ook in de corona en ook daarna geworden. Dus ik kan ze niet zo op elkaar plakken.
Commissielid 2
Dus mag ik dan wel concluderen dat er wel onderkend werd dat die onrust ontstond door de genomen maatregelen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, ik denk dat de onrust ontstond omdat die al deels sluimerend was. Deels de versnelling in die nieuwe virtuele wereld die we krijgen. Anderen daar waren nog niet zoveel grip op hebben. Deels dat er ook toen de frustratie opeens bij heel veel mensen kwam op de maatregelen. Dus het zijn een aanstapeling van een aantal factoren bij elkaar.
Voorzitter
En de diepe ondergrond is het gebrek aan vertrouwen in de overheid bij dat deel van de mensen.
Commissielid 2
Oké, dank u wel.
Voorzitter
Voordat ik collega Huidenkoper het woord geef voor het laatste onderwerp van dit openbaar verhoor heb ik nog één vraag aan u. Want we hadden het net over de term wappie. Heeft u spijt dat u die woorden heeft gebruikt?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, dat gaf ik net eigenlijk al aan. Dat doe je dan, want dit is het. Maar ik denk dat een van mijn... Later als we naar de lessons learned gaan is van bij crisissen hoe bereik je de mensen die niet meer bereikt worden is een apart thema. En dan is zo'n woord... Later ben ik wel in gesprek geweest met een aantal mensen. Ik heb ook geleerd dat als je daarmee begint heb je geen gesprek meer. Dus dat heb ik voor mezelf ook wel iets in geleerd. Dat helpt niet. Etikettering is soms handig, maar het werkt averrechts omdat je niet meer geïnteresseerd bent in de motivatie waarom iemand iets zegt wat hij zegt. Dus dat vind ik van mijzelf wel, ja.
Voorzitter
Oké, dank u wel. En dan gaan we naar het laatste onderwerp van dit verhoor. En daarvoor geef ik collega Huidenkoper het woord.
Commissielid 3
Ja, dank voorzitter. Dan zou ik het in deze laatste minuten van dit verhoor nog even willen hebben over de verbreding van de besluitvorming. Want eigenlijk rond het voorjaar van 2020 dan groeit het besef dat het medisch-epidemiologische perspectief verbreed moet worden. Dat er ook andere adviseurs nodig zijn. En dat er andere perspectieven moeten worden betrokken bij die besluitvorming. U bent op dat moment hoeder van die besluitvorming.
Commissielid 5
Kunt u ons uitleggen wat die verbreding inhoudt?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nou, sowieso per besluit probeer je niet alleen maar te kijken wat doet het besluit met het virus, maar wat is het effect van dat besluit? Dus dat is het. We probeerden ook meer perspectieven te krijgen. Volgens mij is dat in april hebben we de heer Putters van het Sociaal Cultureel Planbureau naar het Catshuis gehaald. We hebben gevraagd of zij ook beelden kunnen maken. Want het lastige, wat ik een dilemma vond, is vanuit het OMT kregen we hele feitelijke gegevens over virusontwikkeling, maar over maatschappelijke effecten heb je bijna geen evidentie en vergelijkbaar materiaal. Dus je ziet hier een curve waar je wat aan moet doen, maar het maatschappelijke effect is wel een gevoel, een beeld, maar is niet soms te vatten en eigenlijk te zetten naast deze curve. Is dat dan weegbaar en valt dat dan weg, et cetera? En waar leidde dat concreet toe? Nou, als ik door alles heen kijk, dat we heel veel gevraagd hebben aan planbureaus, maar ook de planbureaus hadden moeite om dat concreet te maken. Ze konden wel algemeen op lange termijn mogelijke risico's aantonen, maar ja, tussen de termijn kun je weer wat doen. Ik heb dat ook in mijn verhoren gezegd. Dat betekent dat ik ook daar geleerd heb, dat je na zo'n crisis eigenlijk heel erg moet onderzoeken wetenschappelijk wat de effecten geweest zijn, zodat je bij een volgende crisis objectiveerbare metingen hebt. En ik heb toen bij u het voorbeeld gebruikt, het sluiten van het onderwijs. Ja, dat gebeurt, maar je kunt op dat moment niet goed bepalen. Dus je zou nu met heel veel wetenschappelijk onderzoek de effecten kunnen benoemen dat in een volgende crisis je in ieder geval de evidentie hebt, een moeilijk woord eigenlijk, bijna de bewijsmiddelen gelijk van wat doet op dit moment de virus ten opzichte van dit onderdeel. En in een aantal gevallen waren de maatschappelijke effecten, de economische effecten waren wel meetbaar en die werden ook gecompenseerd. Maar vooral, wat doet dit met eenzaamheid? Ik gaf al even aan, een van mijn eigen zoons, dat was heftig, twee jaar werken, die heeft echt wat met hem gedaan. Wat doet dit met dat en hoe moet je dat nou meten in een volgende crisis? Dat kun je alleen maar doen door goed wetenschappelijk onderzoek nu. En dat kun je wellicht, en daar is ook poging op gedaan, ook in de toekomst om te zorgen dat je naast zo'n OMT ook een wat andere vorm van adviesgroep hebt die hiernaar kijkt. Maar je moet het wel meetbaar maken. Want dat is wel mijn ervaring, dat in het harde van zo'n crisis is het toch een soort plus en min met elkaar vergelijken. En als dan de plus harde getallen zijn en de min zijn voor onderstellingen, dan is dat ook logisch dat je dat moeilijk aandacht gaat krijgen. Dus we moeten die maatschappelijke effecten, denk ik, ook meer voorzien van onderbouwing, van meetbaar. Dat kan deze jaren, wat betekent dat? Zodat we dat beter kunnen doen. Dat is een beetje het beeld dat ik daarbij heb gekregen. En we hebben vervolgens dat wel, want u hebt dat ook gezien, in het Katzenhuis hadden we vaak verbreding, ook met andere deskundigen. De burgemeester van Amsterdam is met een denktank geweest. De heer Putters. Op een gegeven moment hebben we ook een aantal onderdelen van de planbureaus proberen in te brengen. We hadden op een gegeven moment een ander groepje. Maar het is heel moeilijk om dat op het niveau te brengen, dat je het kunt afwegen met op dat moment de noodzaak van maatregelen die vanuit het OMT worden geadviseerd. Is deze schade vergelijkbaar met deze schade? Want uiteindelijk is het een politieke afweging op dat moment tussen die twee schades. Ik maak het een beetje visueel met mijn handen. En dat was moeilijk met die maatschappelijke effecten.
Commissielid 5
Want zag u dat ook gebeuren? Dat niet meetbare aspecten het aflegden?
Commissielid 3
U noemde eenzaamheid als voorbeeld. Die het onderspit delfde ten opzichte van aspecten waar wel harde data over waren.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, dat is ook gebeurd. En u hebt ook gelezen in de stukken dat we met elkaar geprobeerd hebben om dat toch in te vullen.
Commissielid 5
Kunt u daar voorbeelden van geven waar dat gebeurde?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Nou, ik denk dat het gaat om eenzaamheid, om jongeren. Het zijn eigenlijk de bekende dossiers om ouderen. Het effect dat de online wereld al groot was misschien nog wel meer versteld is. Er zijn natuurlijk een aantal dingen gebeurd waar we nu langzamerhand kennis op bouwen wat we toen niet zo zagen. Dus op al die vlakken zijn denk ik wel elementen. En misschien hadden we dan nog al die besluiten genomen, de politiek. Dat weet ik niet. Maar het was soms moeilijk weegbaar.
Commissielid 3
Ja, en dan krijgt u in het najaar van 2020 start NCTV ook met sociaal-maatschappelijk en economische informatie verzamelen. Vanaf januari 2021 stelt u ook een structureel maatschappelijk beeld en uitvoeringstoets op. Dus dan zien wij in ons onderzoek dat u ook tracht om niet-medische aspecten beter bij de besluitvorming te betrekken.
Commissielid 5
Mijn vraag zou zijn, hoe bepaalde u welke adviezen op tafel kwamen en welke niet?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Toch bij de andere partijen te gaan vragen. Dus bij de planbureaus. De planbureaus namen we erg mee. Dat was niet hun eigen. We vroegen hetzelfde. We hadden het met de ministeries die daar ook een sterke betrokkenheid hebben. Zoals het ministerie van Sociale Zaken, die ook bij ons. Dus dat was eigenlijk in dat collectief kijken. En het was echt zoeken. En het was ook zoeken, wat ik al aangaf, dat het evidente materiaal moeilijk op tafel te krijgen was.
Commissielid 5
Want met welke adviezen betrok je uiteindelijk?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Dat weet ik zo niet meer. Er zijn verschillende meegekomen. Maar ik weet ook dat het tot het einde moeilijk bleef om de wat meer vage resultaten hier mee te kunnen nemen. Hier dus in het afschalen, en dat is ook door het ministerie van VWS geweest, en ook door de programmadirectie COVID, in de afschalingsplannen, daar werden wel die adviezen meegenomen. In het opschalen was dat heel moeilijk. Ik moet dat onderscheid ook maken. Omschalen en afschalen zijn toch verschillende. Maar uiteindelijk in de afschalingsplannen zijn deels van die inzichten, wat moet eerst en etcetera, meegekomen en die soms ook al wel voor de hand lagen met de prioriteit op onderwijs en andere onderdelen.
Commissielid 3
Die nieuwe informatie dan, die nieuwe bredere inzichten, die betrokken worden bij de besluitvorming, op welke manier maakt het kabinet daar gebruik van? Hoe betrokken zij die bij de besluitvorming?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Die waren een onderdeel van, zo in eerste instantie, van het stuk van het Catshuis. Daar zaten ze echt in om ook die discussies te krijgen. En daar vond ook wel dat debat plaats tussen bewindspersonen. Maar dat was ook weer niet één op één te maken. Dit moeten we dus anders doen, maar wel, hoe zie je dat dus? Ik weet dat niet meer precies, maar in een aantal van de overleggen, en dat leidde dan ook dus toch met elkaar naar de uiteindelijke besluitvorming, daar rekening mee te houden. Maar het was soms heel moeilijk vergelijkbaar en bruikbaar. In opschaling helemaal, en in afschaling zat het er wat meer in. En daar deed de programmadirectie van COVID ook heel veel werk in, omdat dan langs die kant met alle partijen, en mijn collega als projectdegene Rob, met de planbureaus, om daar wat meer zicht op te krijgen. Dus er was wel een verschil tussen opschalen en afschalen. Kunt u dat eens uitleggen, wat dat verschil dan precies is tussen op- en afschalen? Met opschalen zit er veel crisis, en heb je niet zoveel variabelen om op dat nog mee te gaan doen. En dan ben je eigenlijk heel dicht bezig, ik zeg het maar weer even in de taal van deze enquête, de R moet naar beneden. Met afschalen kun je veel makkelijker andere prioriteiten, en zeggen, nou wat is eerst? Daar zit wel een verschil tussen. Ik zal niet zeggen zwart-wit, maar er is wel een verschil. Opschalen ligt toch veel meer druk op snelle besluitvorming, takten moeten naar beneden, en daarbinnen kijk je wel wat eerst. En dan is natuurlijk onderwijs anders als een deel van de horeca. Dat was dan ook van die grote blokken die we schrijven, daar zat altijd wel zo'n lang onderdeel in. Met afschalen zat, zeker ook door de programmadirectie COVID, zat daar veel meer reflectie en ruimte voor om dit mee te nemen. En soms heb je op schalen die ruimte en tijd wat minder. Zo heb ik dat beleefd.
Commissielid 3
Ja, want dat begreep ik inderdaad nog niet zo goed. Ik kan me voorstellen dat er heel veel druk op zit, dat noemen we nu. Maar dat betekent toch nog niet dat ik geen rekening zou kunnen houden met, bijvoorbeeld rond het sluiten van de verpleeghuizen speelde dat natuurlijk enorm. Dat heeft heel veel eenzaamheid veroorzaakt. Dat was toch een aspect waar, voordat die maatregel genomen werd, wel rekening mee had kunnen worden gehouden.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, het was dan wat begintijd. Ik weet het niet meer precies, maar dat was ook een overweging heel veel meer over lijden versus dit. En dat is een moeilijke te nemen politiek. Maar daar zaten we toen, zeker die discussie had echt met deze twee heel belangrijke waarden te maken. En het is moeilijk daarbij. En daar is toen een keuze in gemaakt.
Commissielid 3
Is er toen ook gekeken om aan goede data te komen voor die aspecten, waarvan u al constateerde, die zijn onvertegenwoordigd in de besluitvorming? Ik zou me kunnen voorstellen dat op eenzaamheid, dat daar ook enquêtes over zouden kunnen worden uitgevoerd, die data op kunnen leveren. Zijn er nog acties uitgevoerd om aan die data te komen?
Pieter-Jaap Aalbersberg
Ja, deze kan ik me niet herinneren. Maar juist wat ik aangaf, er is best veel geprobeerd met partijen hiernaar te kijken. Ook met de gedragsunit, met de planbureaus, ook met anderen, ook met de groep. En dat heeft wel wat opgeleid. Maar het was ook een moeizaam proces. Zoals? Nou, een aantal van die dingen. Kennis, wat gebeurde in de samenleving. Het onderwijs. Ja, dat waren toch ook wel constateringen die ook weer te maken hadden met afschaling te versnellen. En u zag ook in de afschalingsplannen, zie je denk ik op een aantal, tenminste, ik weet het niet precies, maar er zitten wel een aantal van die lijnen, zijn daarin terug te vinden wat nu eerst en wat later.
Commissielid 5
Want we zien inderdaad dat de groep, de kring wordt verbreed. Dat er meer ministers bij betrokken worden.
Commissielid 3
Dat ook, nou wat u ook al aangaf, andere adviezen ook bij de besluitvorming worden betrokken. Waar ik nog een beetje naar op zoek ben, is waar dat ook echt tot een ander besluit heeft geleid.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Heeft u daar een voorbeeld van? Nee, dat moet ik echt gaan zoeken. Dat kan ik de komende weken wel doen, als u dat van me weet. Maar dan moet ik echt door alle stukken heen gaan bladeren en dat zijn er veel. Maar ik kan er wel naar kijken of ik dat kan vinden.
Commissielid 3
Dan is dit verhoor niet meer aan de gang. Dus dank daarvoor in ieder geval. Dan zou ik u ter afronding van dit verhoor, we begonnen er ook het verhoor mee, dus het is een mooie manier om ook af te ronden. Wat zijn nou de lessen die u, op basis van uw ervaring als NCTV tijdens de pandemie, met het oog op de volgende crisis aan deze commissie wil meegeven?
Pieter-Jaap Aalbersberg
In willekeurige volgorde, de één, elke crisis is ook internationaal. En in deze crisis was de Europese politieke dak op crisisbeheersing nog niet sterk ontwikkeld. Dat zagen we in de reisbewegingen, dat zagen we in grensonderdelen. Wij moeten ook een crisis, niet een soort crisiscoördinatiecentrum, maar ook een Europese politiek dak hebben op crisissturing, omdat het elkaar raakt. Dat geldt niet alleen voor corona, dat geldt ook voor energieuitval, dat geldt voor alles. Omdat je die landen niet meer los van elkaar kunt doen. Dat hebben we hier niet goed voor elkaar gekregen. Alle landen gingen voor zich en dat heeft veel gedoe opgeleverd, zeker in de grensregio's. De tweede waar we het gehad hebben is de crisispreparatie. Niet alleen bij stelseldepartementen, maar ook in het licht van de nieuwe dreiging waar we in zitten op het ogenblik, is het oefenen crisispreparatie verbeteren, dat horizontale oefenen tussen departementen. Maar dat waar ik langzaamhand wel bewegingen zie komen, dat moeten we beter doen. Zeker ook voor stelseldepartementen. Daar zit mijn derde advies aan vast. In elke crisis heb je schaarste en heb je verdringingsreekse. Dat is een moeilijk woord om te zeggen. Als je minder hebt, moet je zeggen wat mag eerst en wat mag niet eerst. Mijn crisiservaring is dat je die verdringingsreekse in vredestijd moet maken. In crisistijd zijn er zoveel belangen en daar krijg je heel veel gedoe over. Dus je moet nu nadenken over verdringingsreekse. Dat deden we misschien wel voor diesel, maar ook voor alle andere onderdelen. Wat is je beleidsuitgangspunt per departement als we een tekort aan iets hebben aan verdringing? Dat is een belangrijk onderdeel, omdat je dat in de crisis bijna niet meer doet. In die tijd van geen crisis heb je een aantal punten daaruit. De vierde hebben we er net over gehad. Die maatschappelijke effecten bleef ik moeilijk vinden. Om dat meetbaar te maken, dus ook het doen van onderzoek. Hoe verhoudt zich dat in een hele heftige crisis, waar de objectieve crisis heel hoog is, door elkaar? Dat is niet alleen iets voor het debat nu. Ik denk ook dat er veel ruimte is, ook voor toegepaste onderzoeken. Doen we dat dan de volgende keren? Ik zie ook dat een maatschappelijke team met een aantal wetenschappers naast een OMT niet gelijk een oplossing levert. Je moet het ook handen en voeten geven. Juist in deze tijd kun je onderzoeken wat het effect geweest is en hoe we dat doorvertalen. Ik denk dat dat op dit moment nog meer kan als gebeurt. Ik vind dat een toegepaste onderzoek. De vijfde is in de communicatie. U hoorde het net alleen. In de nieuwe online wereld waar we in zitten, is communicatie aan het veranderen. Er is desinformatie en al het andere. Raken we doelgroepen uit zicht? Dus fundamenteel moeten we beter evalueren hoe je in zo'n crisis communicatie doet op alle doelgroepen. Dat je niet kwijtraakt. Natuurlijk is het ook het grote. Maar hoe hou je mensen aan boord? Voor mij zijn dat altijd de wat, als ik erbovenheen kijk, belangrijke lessen. Die moeten we niet alleen leren, maar waar we nu ook de ruimte hebben om daar wat aan te kunnen doen voor de volgende crisis. U werpt de vraag op.
Commissielid 5
Hoe zou u hem zelf beantwoorden? De? Hoe zou u de vraag zelf beantwoorden? Over communicatie?
Commissielid 3
Nee. U zegt, hoe houden we mensen aan boord tijdens de crisis? Dat vond ik een mooie vraag.
Pieter-Jaap Aalbersberg
Door meer met de doelgroepen slimmer om te gaan hoe je dat bereikt en mensen serieus neemt. Wat ik net zei op de vraag van uw voorzitter, dan helpen wappies niet. Maar hoe hou je toch verbinding? Misschien raak je ze toch kwijt. Dat is ook niet zo. Maar als overheid kun je je niet veroorloven die constatering te sleggen. Het kan het resultaat zijn van de inspanningen. Dus je moet in crisisen, door er naartoe te gaan, niet alleen dat, verbinding te houden. Of je dat zelf doet of via lokaal. Maar je moet die aansluiting blijven zoeken in het debat.
Voorzitter
Soms raak je het nog steeds kwijt, maar dat blijft wel een belangrijke opgave. Dank u wel. Dank u wel, meneer Abelsberg. We hebben veel met u besproken in dit openbare verhoor en zijn ook hiermee aan het einde gekomen van dit verhoor. Ik verzoek de bode om de getuige en zijn bijstandsverlener naar buiten te leiden. Ik ga de vergadering zo sluiten. Ik verzoek stilte in de… We zijn aan het einde gekomen van dit openbare verhoor van de Parlementaire Enquête Commissie-Corona met de heer Abelsberg. Aanstaande maandagochtend om 10 uur vindt het volgende openbare verhoor plaats met de heer Bruls, burgemeester van Nijmegen. En in de coronaperiode voorzitter van het Veiligheidsberaad. Ik sluit de vergadering.
Delen: