Goede besluitvorming staat of valt met betrouwbare, actuele data: testuitslagen, ziekenhuis- en IC-opnames, sterftecijfers en gedragsdata. In de praktijk waren die data in de beginfase versnipperd, vertraagd of onvolledig.
De vraag is hoe de dataketen tussen ziekenhuizen, artsen, GGD’en, RIVM en CBS was ingericht, en of beleidsmakers en het OMT op het juiste moment over de juiste cijfers beschikten.
De bronwat erover gezegd is — met link naar de plek in het verhoor
De bronnen voor dit thema worden toegevoegd zodra de betreffende verhoren zijn verwerkt.
Tegenstellingen bij de verhorenwaar getuigen elkaar tegenspreken — met links naar het verhoor
Klopten de besmettingscijfers?
Jan Kluytmans: Brabantse berekeningen kwamen medio maart op 40.000–50.000 besmettingen (achteraf juist), terwijl de GGD op ~6.000 zat; die Brabantse berekening is in een rommelige digitale OMT-vergadering nooit besproken.
(RIVM/GGD-lijn): de officiële tellingen lagen veel lager en vormden de basis voor de landelijke duiding.
Een feitelijke datategenstelling: het veld (Kluytmans) had een veel hogere — achteraf juistere — schatting dan de centrale cijfers, maar die werd niet meegenomen.