
De inrichting van de Rijkscrisisstructuur voor een langdurige pandemie.
De nationale crisisstructuur (MCCb, ICCb en de ambtelijke voorportalen) was ontworpen voor kortdurende, acute rampen — een ongeval, een aanslag, een overstroming. Een pandemie die maandenlang aanhield, stelde die structuur voor een fundamenteel ander probleem: er moest niet één keer worden opgeschaald, maar wekenlang op hoog tempo worden doorbeslist.
Verschillende getuigen beschrijven hoe de opschaling moeizaam verliep en hoe actuele pandemie-draaiboeken ontbraken. De terugkeer van de NCTV als coördinator gaf structuur, maar riep ook vragen op over rolverdeling tussen de departementen, het Veiligheidsberaad en VWS.
Terugkijkend rijst ook de vraag hoe de crisisorganisatie voor een volgende langdurige pandemie beter kan worden opgezet: welke disciplines aan tafel, welke rolverdeling tussen Rijk, veiligheidsregio’s en GGD’en, en hoe georganiseerde tegenspraak een vaste plek krijgt. Getuigen bepleiten een breder samengesteld adviesorgaan — met gedrags- en sociale wetenschappers, eerstelijnszorg en operationele crisiservaring — in plaats van een louter biomedische opzet.
(Aalbersberg, Schoof, Bruins, Roscam Abbing, Bruls, Rutte, Grapperhaus, Baidjoe, Elens)
Aanvullende bronnen uit de linksecties van de verhoorpagina's worden hier toegevoegd zodra die zijn ingevuld.